Kinderen zien heel goed wat andere kinderen doen

Sinds deze maand staan er bij de F’jes in Zuid-Limburg geen scheidsrechters meer op het voetbalveld. Filosoof Paul Buckley heeft goede hoop dat dit helpt.

Illustratie Veronique de Jong illustratie Veronique de jong

De KNVB besloot vanaf begin deze maand in Zuid-Limburg de scheidsrechter bij de F’jes af te schaffen. Ook moeten ouders en trainers voortaan minstens twintig meter bij het veld vandaan staan. Dit zou het spelplezier ten goede komen, omdat kinderen anders minder spelplezier beleven door hun overfanatieke ouders – die zich weer ergeren aan de beslissingen van de scheidsrechter.

Volgens filosoof Coen Simon symboliseert de scheids „het geloof in de gemeenschappelijke regels”, omdat „kunnen instemmen met autoriteit het begin van zelfdiscipline is”. Zo kunnen scheidsrechter en publiek „bijdragen aan de eigenwaarde en de verantwoordelijkheid van de jonge voetballer”. (nrc.next, 22-9). Dit is niet wat ik op het voetbalveldje zag toen ik zeven was, het is niet wat ik zie bij het profvoetbal en het is al helemaal niet wat ik tijdens het amateurvoetbal in de zevende klasse zie. Als zevenjarige was ik steeds met stomheid geslagen dat ik van mijn klasgenootjes die bij clubs speelden elke bal moest opeisen – zelfs als ik die zelf uit had geschoten. Op tv zie je haast elke wedstrijd iemand een schwalbe in het penaltygebied maken. En onder de amateurs is alles geoorloofd, als de scheids het maar niet ziet. Spelers bedreigen de tegenstander en schelden op iedereen die op het veld staat, scheidsrechter incluis. Die wordt veeleer gezien als een obstakel dat ontweken, misleid of zelfs geïntimideerd moet worden dan als een symbool van gemeenschappelijke regels. Zo proberen spelers via de scheidsrechter de regels te manipuleren, in plaats van ze te accepteren.

En dit komt juist doordat kinderen van jongs af aan wordt geleerd de scheidsrechter te minachten. Als je ouders en de coach – die voor jou als zevenjarige een voorbeeld zijn – op de scheidsrechter schelden, dan zal die wel verkeerd zitten! Mochten voetballers echt geloven in het belang van gemeenschappelijke regels, dan zou er geen scheidsrechter nodig zijn, maar zouden ze elkaar aan die regels herinneren.

In Duitsland werkt het al

Dat het mogelijk is, illustreert de Duitse jeugd. Daar spelen ze al jaren zonder scheidsrechter, en dat gaat prima: kinderen zijn heel goed in staat elkaar op een overtreding aan te spreken. Sterker nog, volwassenen kunnen dat ook. Kijk naar Ultimate, de frisbeesport, waarbij er zelfs op topniveau geen scheidsrechter is. Spelers kunnen overtredingen zelf benoemen, en het naleven van regels wordt een onderdeel van het spel. Ik hoor je al vragen: waarom schreeuwt niet iedereen te pas en te onpas dat er een overtreding wordt gemaakt, zoals bij voetbal? („Hee scheids! Die bal was achter!”, „Schwalbe!”, „Buitenspel!”, „Hij niet!”, etc.) De reden is simpel: dan kun je het spel niet meer spelen. Het potje valt uiteen doordat mensen in discussie treden en het plezier is zoek – voor de tegenstander en voor je eigen team.

Een spel wordt speelbaar omdat spelers respect hebben voor de regels als deel van het spel, niet omdat ze daartoe worden gedwongen door een scheidsrechter. Als je tijdens een potje schaak de koning van je tegenstander van het bord keilt, heb je ook niet gewonnen. Je treedt buiten de regels van het spel en bent niet meer aan het schaken. Bij voetbal geldt hetzelfde: als je de bal optilt en in het doel van de tegenstander gooit, is dat geen goal. Je hebt de regels gebroken, je bent buiten het spel getreden, je handeling is betekenisloos en waardeloos binnen de regels van ‘voetbal’. Dit extreme voorbeeld staat op een lijn met een gevaarlijke tackle of buitenspel staan: in zo'n geval wordt er geen voetbal meer gespeeld. Doorgaans weten spelers prima of ze een overtreding hebben gemaakt. Hoogstens voor buitenspel zouden er, zoals bij Ultimate, adviseurs langs de kant kunnen staan die, indien door de spelers gevraagd, uitsluitsel kunnen geven.

Om het spel in stand te houden is het dus noodzakelijk dat spelers de regels hoog in het vaandel hebben staan en zichzelf en elkaar daarom aan de regels houden. Ze willen voetballen, dus ze houden van de regels die het mogelijk maken om voetbal te spelen, en niet een of andere variant waarbij hands geoorloofd is zolang niemand het ziet. Als we kinderen van jongs af aan leren om zelf verantwoordelijk te zijn voor de handhaving van de regels omdat zij een speelgebied creëren, dán leren we ze pas eigenwaarde en verantwoordelijkheid. Het probleem hier is de voetbalcultuur waarin het de norm is om te kankeren op de scheids, waarin elke regel gebroken mag worden als er doelpunten mee gemaakt kunnen worden. En de jeugd is het perfecte startpunt om die cultuur te hervormen.

    • Paul Buckley