Goed, dan gaan we Juan Luis Vives lezen in #Boektober

Goed, Boektober dus. Of eigenlijk #Boektober, zoals het initiatief van uitgeverij Kok luidt, want wat geen hashtag heeft, bestaat niet: een reading challenge, waarin lezers zichzelf moeten ‘uitdagen’ om zo veel mogelijk boeken te lezen, ‘alles van feelgood tot en met thriller nemen we mee’. Wat is het toch dat maakt dat we lezen steeds meer afschilderen als een taak, als iets waar we van buiten toe moeten worden aangezet. Zie ook het ‘Jaar van het Boek’ dat voor 2016 is afgekondigd, mede ter opstuwing van de Nedervlaamse Schwerpunktmissie op de Frankfurter Buchmesse. Het is weer eens iets anders dan het Jaar van het Godgewijde leven (dit jaar), het Jaar van de Ruimte (ook dit jaar, misschien is het hetzelfde), het Jaar van het Brein (vorig jaar) en het Jaar van de Levendbarende Moerasslak (1909). ‘Wie kennis wil maken met dit fraaie weekdier, welks naam aan het hoofd van dit opstel staat, moet, gewapend met een schepnet, zijn geluk beproeven in een sloot of vaart met slijkerigen bodem en vooral goed diep scheppen’, schreef L. Dorsman.

Bij die amechtige leesmarketing moet ik denken aan de vorig jaar gestorven criticus Ivan Sitniakowsky, die voor de radio een jaloersmakende rubriek maakte waarin hij op het Waterlooplein voor één euro een boek kocht en dat besprak. Tijd om hem na te doen: in een kleine tweedehands boekwinkel in Madrid mocht ik van mezelf € 2,50 besteden. Er lag veel, maar mijn blik ging meteen naar een klein boekje met de Elogia de la locura van ‘Erasmo de Rotterdam’, Dialogos van Juan Luis Vives en Coloquios van Pedro Mexia, samengebracht in de Biblioteca de Bolsillo. Gedrukt in 1959 (Het Jaar van Astérix) en in al die 56 jaren waren de 448 bladzijden niet opengesneden, wat je doet mijmeren over waar dit boek alle jaren Franco-dictatuur, democratie en crisis moet hebben overleefd. Ik kocht het niet voor Erasmus, maar voor Vives (1493-1540), die ik nog kende uit het vak Geschiedenis van het Spaanse Denken dat ik ooit volgde – de Spanjaarden zelf waren er niet over uit of er onder de katholieke knoet in hun land ooit ‘filosofie’ had plaatsgevonden. ‘Denken’ werd wel als bewezen beschouwd.

Vanaf hier had dit stukje moeten gaan over hoe goed en fris Vives nog steeds schrijft, waarbij ik het slappe campagneboekenland Nederland had afgezet tegen het oud-culturele Spanje, waar je een oude grootheid als Vives in de winkel vindt op de plaats die in Nederland wordt ingenomen door Xelly Cabau van Kasbergen (niet doen of u niet weet wie haar zusje is). Maar wat zat er in Amsterdam bij de post? Over de hulp aan armen van... Juan Luis Vives, vers verschenen bij uitgeverij Klement: ‘Nu staan we toe dat bedelaars wegrotten in hun ellende. Wat kunnen ze uit al hun vuilnis anders halen dan al die eerder vermelde ondeugden.’ Wist u trouwens dat Vives een vluchteling was?

    • Arjen Fortuin