Gemeenten hebben geen huizen voor asielzoekers

Waar moeten alle toegelaten vluchtelingen straks wonen? Ze worden volgens afspraak verdeeld over Nederland. Maar de gemeenten hebben nauwelijks woonruimte, blijkt uit een enquête van deze krant onder 213 wethouders.

Slechts een op de vijf gemeenten heeft voldoende woonruimte voor het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsstatus. Dat blijkt uit een enquête van deze krant en onderzoeksbureau Overheid in Nederland onder wethouders uit 213 gemeenten.

Het huisvesten van deze asielzoekers, de zogenoemde statushouders, leidt volgens de meeste wethouders tot verdringing op de sociale huurmarkt: gezinnen en alleenstaanden moeten nog langer wachten op een woning.

Een kleine 13.000 statushouders wachten in asielzoekerscentra op een sociale huurwoning. Hun doorstroming is door de grote, dagelijkse influx aan nieuwe vluchtelingen zeer urgent. Gemeenten hebben een wettelijke plicht elk jaar een door het Rijk vastgesteld aantal statushouders te huisvesten, en dat aantal is de laatste twee jaar fors gestegen.

Tegelijkertijd bedraagt de wachttijd voor sociale huurwoningen in veel gemeenten meerdere jaren – soms zelfs zeven of tien jaar. Allerlei groepen staan in de wacht, zeggen de wethouders: ouderen, studenten, gezinnen, gehandicapten.

Zwolle zoekt nieuwe manieren

Dus zoekt Zwolle, net als alle andere gemeenten, met woningcorporaties, provincies en Rijk naar nieuwe manieren om de woningvoorraad te vergroten. Een greep uit wat de wethouders noemen: leegstaande politiebureaus, verzorgingshuizen, scholen en kantoorpanden, vakantiewoningen, studentencomplexen, voormalige kloosters en, meest genoemd, particuliere huurwoningen.

Bijna een kwart van de wethouders zegt dat er sprake is van weerstand van burgers tegen de komst van statushouders en asielzoekers. De woningschaarste draagt daaraan bij, zeggen sommigen van hen. „Het gemor onder burgers nam al toe door de lange wachtlijsten voor woningen. De toename van het aantal statushouders stimuleert dat.” Een andere wethouder: „Zolang we aangeven dat we buiten het traject van sociale woningen naar ruimte zoeken is er niet zoveel weerstand. Voor 42 asielzoekers hebben we nu kloostertuinen en gemeentelijk eigendom beschikbaar.”

Voor inburgeren is geen geld

De wethouders maken zich meer zorgen over geld. Slechts 17 procent zegt genoeg budget te hebben voor de integratie van de statushouders. „De budgetten voor inburgering en taalcursussen zijn door het Rijk wegbezuinigd”, zeggen de wethouders. En: „We leggen toe op de kosten voor maatschappelijke inburgering.”

De helft van de wethouders zegt een plan klaar te hebben liggen voor de integratie van de nieuwe burgers – school, zorg, een traject naar werk. Echter, 35 procent van de wethouders heeft geen integratieplan. En nog eens 16 procent zegt ‘weet ik niet’.

Minister Blok (Wonen, VVD) erkent dat het huisvesten van statushouders extra druk legt op de sociale huursector. „Maar de taakstelling, waarbij statushouders naar inwonertal van de gemeente worden gehuisvest, is eerlijk en transparant. Daar wordt niet van afgeweken.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten laat weten met het rijk in onderhandeling te zijn over budgetten voor integratie.