Druk, maar alles gaat dezelfde kant op

Op de plek waar het gebeurde, was het in andere jaren juist minder druk, vertelt Nourdeen Wildeman.

Nourdeen Wildeman ging in 2010 op hadj, de bedevaart naar Mekka in Saoedi-Arabië. Hij bezocht de heilige steden Mekka en Medina. Hij was ook op de plek waar gisteren meer dan 700 mensen de dood vonden.

„Het is druk, natuurlijk is het druk in Mekka. Vooral in het moskeecomplex. Er komen daar miljoenen moslims bij elkaar. Maar dat het zoveel mensen zijn, dat voel je niet. De moskee bestaat uit verschillende verdiepingen. Als er op een verdieping te veel mensen zijn, dan mag je er niet meer bij. Dat is strak geregeld.

„Eerlijk gezegd ben ik liever in Mekka dan in winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht. Daar krioelen de mensen door elkaar: de een loopt een winkel in of uit, de andere wil verder. In Mekka lopen alle mensen dezelfde kant op. Je kunt niet anders. Het is zo ingericht dat je maar één kant op kunt lopen.

„Er zijn ook twee tunnels. De ene tunnel is naar de moskee, de andere tunnel is voor mensen die er vandaan komen. Er staan overal soldaten. Ongewapend zijn ze. Als mensen tegen de stroom in proberen te lopen, sturen zij hen terug.

„Het centrum van de moskee is de Ka’aba. Daar is het heel druk. We lopen zeven rondjes rond de Ka’aba. Nou ja, lopen. Schuifelen. Dat is een belangrijk ritueel. Gisteren was het de dag van het Offerfeest. Op die dag gooi je een steentje naar een aantal pilaren. Dat staat symbool voor het stenigen van de duivel. Op die plek is het ook heel druk. Maar alles is zo goed mogelijk geregeld zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren. En dat niemand geraakt kan worden door de steentjes.

„De mannen lopen in witte doeken. Zo is iedereen gelijk: bankdirecteur en groenteboer. Maar het is er bloedheet, iedereen loopt te zweten. Die doeken worden niet elke dag gewassen. Eerlijk gezegd had ik meer last van de stank dan van de drukte.

„Je verblijft in tentenkampen net buiten Mekka. Het zijn grote tenten waar tientallen mensen in overnachten. Op de plek waar het ongeluk is gebeurd, is het juist wat minder druk. Misschien zijn er straten afgesloten, of is er totale paniek uitgebroken. Anders kan ik het me niet voorstellen.”