‘Doodsaaie bankenunie is voor euro belangrijker dan visioenen’

Onderzoeker eurozone

De bankenunie, cruciaal voor de bescherming van de euro, is te zwak, zegt de bankenexpert.

Een eurozone-ministerie van Financiën. Een eurozone-parlement. Een eurozone-belasting. De voorstellen voor een ‘grote sprong voorwaarts’ in de muntunie blijven komen. Begin deze maand bepleitte Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, een „schatkist voor het eurogebied”, waarmee gemeenschappelijk beleid kan worden gevoerd.

Veel recente plannen komen uit Frankrijk. Minister van Economische Zaken Emmanuel Macron zei onlangs dat „zelfdestructie” dreigt als de eurozone niet verder integreert. President François Hollande pleitte in juli voor een „regering voor de eurozone”. Hij wil daaraan een „parlement” koppelen, om „de democratische controle” te waarborgen – opvallend voor Frankrijk, een land dat altijd erg hecht aan de nationale soevereiniteit.

Maar Nicolas Véron, onderzoeker van de eurozone en Fransman, is weinig onder de indruk. „Het is politieke retoriek. Een doortimmerd plan op papier gezien hebben we nog niet gezien uit Parijs. Er is geen tijdschema. En bovendien: Duitsland leidt, niet Frankrijk”, zegt hij tijdens zijn bezoek in Amsterdam, waar hij was op uitnodiging van Access Europe, het centrum voor EU-studies van UvA en VU.

Véron is medeoprichter van de gezaghebbende economische denktank Bruegel. Zijn financieel-economische kennis is veelgevraagd, in Brussel, elders in Europa en ook in Washington waar hij deels werkt. Te midden van alle vergezichten over de eurozone vraagt Véron aandacht voor iets anders, dat „misschien doodsaai” is, maar wel „van levensbelang”: versteviging van de bankenunie.

Die bankenunie moet voorkomen dat banken die omvallen, regeringen meesleuren. Het toezicht op grote banken, dat vroeger nationaal was, wordt nu door de Europese Centrale Bank (ECB) uitgevoerd. Ook kwamen er Europese afspraken over ‘afwikkeling’, de redding van banken die dreigen om te vallen. Er wordt nog gesproken over een Europees depositogarantiestelsel. Véron: „De eurocrisis is in de kern een bankencrisis.”

Is hervorming van de eurozone dan niet belangrijk? Hebben de Griekse problemen niet laten zien dat het zo niet verder kan?

„Zeker tot in 2017 kan er niets veranderen in de institutionele architectuur van de eurozone, want daarvoor moeten de verdragen worden gewijzigd. Alle 28 EU-landen moeten akkoord gaan. Dus óók het Verenigd Koninkrijk. Maar de Britten zijn tot hun EU-referendum geheel verlamd. In 2017 zijn er ook nog Duitse en Franse verkiezingen. Dat de boel stilligt is jammer, want op termijn moet de eurozone inderdaad integreren. Maar zal de eurozone daarom uiteenklappen? Nee. De economische groei trekt aan, ‘besmetting’ door de recente Griekse problemen naar andere eurolanden is er nauwelijks. Laten we ons richten op wat haalbaar is”.

Wat moet er verder gebeuren met de bankenunie?

„We zitten in een overgangsfase. Het Europese bankentoezicht is opgetuigd, er zijn stresstests van de ECB geweest. Vanaf 1 januari 2016 is er het ‘gemeenschappelijke’ mechanisme voor de afwikkeling van banken. Maar toezicht en afwikkeling zijn eigenlijk helemaal niet ‘gemeenschappelijk’. Als een bank moet worden gered, is het nationale faillissementsrecht nog de basis. Regels voor accountantscontroles op banken zijn nationaal. Die verschillen zijn slecht voor de werking van de interne markt en kunnen op termijn ook de financiële stabiliteit aantasten: risicokapitaal kan zich ophopen op de plek waar die regels het zwakst zijn.

„Ook moet er snel een limiet komen voor de hoeveelheid staatsobligaties die een bank in bezit kan hebben van het land waar zij is gevestigd. Anders kunnen zwakke banken nog steeds overheden meetrekken.”

Waarom is die unie zo belangrijk?

„Als de bankenunie er vijf jaar geleden was geweest, was de eurocrisis niet zo geëscaleerd. De fragiliteit van de Europese banken maakte het indammen van de Griekse crisis veel lastiger. Het eerste reddingsprogramma voor Griekenland lag op koers – totdat bondskanselier Merkel en toenmalig president Sarkozy in de herfst van 2010 onduidelijkheid schiepen over het meebetalen door de banken aan de redding van Griekenland. Daardoor verloren beleggers ook het vertrouwen in andere eurolanden.

„Anders dan in de VS, waar kapitaalmarkten een grotere rol spelen, is het bankwezen in Europa bepalend voor de kredietverlening. De Amerikanen hebben de banken in de twee jaar na de crisis opgeschoond. In Europa zijn er daarna nog meerdere banken omgevallen. Pas nadat in 2012 het besluit viel om een bankenunie op te richten, is het weer wat rustiger geworden in de eurozone.”

Dat ts toch dankzij ECB-president Draghi die in dat jaar zei „al het nodige” te zullen doen voor de euro?

„U vergeet één ding. Draghi kon dit pas zeggen nadat Europese regeringsleiders eerst het politieke besluit hadden genomen tot de oprichting van een bankenunie. Herman Van Rompuy, de toenmalige voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, heeft bevestigd dat het zo is gelopen. Draghi zelf zal het nooit toegeven, want de ECB is formeel onafhankelijk van de politiek, maar de bankenunie is het keerpunt gebleken. Daarop moeten we voortbouwen.”

    • Mark Beunderman