Blijven lachen

Faizel Muradin lacht en ik lach graag met hem mee. Ik merk aan mezelf dat ik net iets harder en langer lach dan nodig is. Dat krijg je ervan als je iemand succes wenst terwijl dat succes nog ver weg is — alsof de dingen door geforceerd te lachen dichterbij komen. Zo staan Faizel en ik wat naar elkaar te grijnzen voor zijn zaakje in World of Food. Ik kom graag in World of Food, het ambitieuze horecaproject in Amsterdam Zuidoost, en net als in de meeste andere restaurantjes in deze verbouwde parkeergarage is het eten van Faizel lekker, vers en goedkoop. Of liever, het eten van Faizels vrouw Naziren: zij kookt. Faizel lacht. Zo gaat dat in de beste Hindoestaanse traditie. Bovendien is de sfeer hartelijk. Niet zo gek met al die Surinamers in de buurt. Maar daarmee is succes nog niet verzekerd, om het zachtjes te zeggen.

Over het beton van v/h Parkeergarage Develstein wandel ik langs culinaire geneugten uit India, de Antillen, Italië, Thailand, Afrika en aan weerszijden van de balies weet iedereen precies hoe het smaken moet. Dat krijg je met die eetculturen. Tussen de keukentjes-met-balies zijn statafels en zitjes waar de multiculturele gemeenschap van Zuidoost met plastic vorkjes prikt in hapjes uit alle windstreken.

Het sociale leven in de uitgestrekte en weinig samenhangende Bijlmer kon wel een opkontje gebruiken, maar nu ik hier sinds de opening op 1 augustus voor de derde keer kom, is het er niet drukker op geworden. Mogelijk houdt dat verband met de intrede van de herfst — zonder terrasjes in de zon is World of Food afhankelijk van de kunstverlichting binnen en die roept eerlijk gezegd nog de meeste associaties op met de behandelkamer van een tandarts. Als Faizel en ik met deze constatering zijn uitgelachen, zeg ik: „Een beetje sfeerverlichting zou niet gek zijn.”

Hopelijk komt die er. Ik gun het de uitbaters van harte. Ook de man die roept dat zijn roti nóg beter is dan die van Faizel en Naziren — iedereen is hier volkomen overtuigd van eigen kunnen — gun ik lange rijen. Net als de meesten hier heeft deze man een verhaal; dat zíé je op een bepaalde manier aan ze, maar er is ook weinig voor nodig om ze aan het vertellen te krijgen. De uitbater, die trouwens ook aangaande bara met hete kip de beste van de stad is, toont voor ik het weet een röntgenfoto op zijn mobiel: een kogel in zijn nek. Gevolg van een gewapende overval toen de man nog elders in de Bijlmer de beste bara’s van de stad bakte. „Die kogel zit er nog steeds”, zegt hij bijna trots.

Dat bedoel ik nou: hier in Zuidoost heeft iedereen een verhaal en iedereen heeft verstand van eten. Kom daar eens om bij de Foodhallen in Oud-West. In die verbouwde tramremise is alles slim aangepakt, het was er druk vanaf dag één en niemand weet wat ie eet. Dat is het onrecht van Amsterdam. Juist op de plek waar het succes het hardste nodig is — buiten de ring — komt ie het moeilijkste tot stand.