Alles en iedereen doen ertoe, omdat het leven en de wereld zo rijk zijn

Zelf vond hij zijn tweede roman The Wapshot Scandal een ‘afschuwelijke misdaad’ en een ‘mislukking’. Hij had ongelijk. Cheever schreef een vitale roman, een bevrijdende leeservaring ook, die vrolijk stemt.

Foto Getty Images

Schrijvers zijn niet noodzakelijkerwijs de beste critici van hun eigen werk. John Cheever (1912-1982) noemde zijn tweede roman, The Wapshot Scandal (1964), een ‘mislukking’ en zelfs een ‘afschuwelijke misdaad’. Hij had ongelijk, zoals we eens te meer kunnen vaststellen nu de vertaling van de roman is verschenen, onder de titel Schandaal in de familie Wapshot. Net als bij de eerdere romans van Cheever die hij vertaalde, heeft Guido Golüke ook deze weer weten om te zetten in een mooi, soepel Nederlands.

De Wapshots kennen we nog uit het met de National Book Award bekroonde Kroniek van de familie Wapshot, uit 1957. Zeven jaar later volgde de tweede roman over deze excentrieke familie uit het dorp St. Botolphs. Kroniek had nog een sprookjesachtig karakter, in Schandaal in de familie Wapshot worden de nostalgisch bekeken zekerheden van het verleden afgezet tegen de vervreemding van de moderne tijd.

De twee broers, Coverly en Moses, zijn allebei getrouwd en hebben St. Botolphs verlaten. Moses woont in een slaapstad bij New York, Coverly woont en werkt op een raketbasis die zo geheim is dat slechts een enkeling de precieze ligging ervan kent. Tante Honora woont nog steeds in St. Botolphs, maar vlucht voor de belastinginspecteur naar Europa, en zo zijn alle familiebanden met de plaats van herkomst doorgesneden.

Coverly en Moses moeten zich nu in de wereld redden zonder de beschermende schil van St. Botolphs en zonder de financiële hulp van Honora. Dat valt niet mee, verwonderd lopen ze met hun echtgenotes rond in de absurde wereld waarin Cheever ze plaatst, en die ze niet de baas kunnen.

Donderslagen

Toch is Schandaal in de familie geen somber boek, integendeel, het is een boek waar je bijzonder vrolijk van kunt worden. Net als zijn verhalen worden Cheevers romans gekenmerkt door een enorme levenslust, een vitaliteit tegen de klippen op. Die vitaliteit zit ’m in de ‘onthutsende schoonheid’ van de wereld, die zich ondanks al het ongeluk niet laat ontkennen, en de epifanieën die de personages soms opeens beleven, als donderslagen bij heldere hemel, onverklaarbaar, onverdiend – net als de tegenslagen waarmee ze worden geconfronteerd.

Schandaal is een rijk boek. Onverwachte verwikkelingen, kleurrijke bijfiguren, het kan niet op. Cheever is een schrijver die uitdeelt van zijn rijkdom. Het verhaal doet er in feite niet zoveel toe, het gaat om het universum dat hij virtuoos oproept. Hij kan zich met de beste wil van de wereld niet beperken tot de belevenissen van zijn hoofdpersonen – daarvoor zijn het leven en de wereld te rijk. En dus schenkt Cheever ook zijn bijfiguren veel aandacht. Wanneer Moses’ vrouw Melissa op de trein naar New York staat te wachten en er een doodskist het perron wordt opgereden, wordt in vier pagina’s verteld hoe de overledene, Gertrude Lockhart, ertoe kwam haar leven te beëindigen; ze verloor de strijd tegen steeds weer haperende verwarmingsketels, verstopte afvoerpijpen en reparateurs die niet thuis gaven.

Schandaal in de familie Wapshot bevat een aantal van deze ‘verhalen binnen de roman’. Soms heeft Cheever geen verhaal nodig, hij verstaat ook de kunst om figuranten met één bijzin een zekere mate van onsterfelijkheid te geven, zoals in het geval van ene Harriet Brown, van wie we niets meer komen te weten dan dat ze ‘in het circus had gewerkt en daar romantische liedjes had gezongen voor de levende standbeelden’.

Krankzinnige slapstick

De beste passages in de roman zijn die waarin het leven van Coverly op de raketbasis wordt beschreven – alhoewel, en Melissa dan, met haar jonge minnaar, en tante Honora, die op de boot naar Europa bijna een verstekeling doodslaat? Je verveelt je geen moment, omdat Cheever zijn lezers (en zichzelf) niet wil vervelen, en het verhaal alle kanten laat op zwenken. Zijpaden worden hoofdwegen, ogenschijnlijk normale verwikkelingen lopen uit op krankzinnige slapstick. Om geloofwaardigheid geeft Cheever niet veel, en alleen dat al zorgt voor een bevrijdende leeservaring.

Cheever neemt zijn lezers niet bij de hand, hij gaat ze voor, als een schaatser over steeds dunner wordend ijs, en hij roept voortdurend over zijn schouder: kijk hier eens! Nee, en dit dan! Is het niet ongelooflijk? Je houdt je hart vast, maar als je bereid bent hem te volgen, staat je een geweldige leeservaring te wachten. Het ijs kraakt, maar we komen allemaal droog thuis.

    • Rob van Essen