Duurzame Doelen zijn dromerig, ja, maar het is wel een VN-contract 2

Die handtekeningen zijn niet vrijblijvend, zegt Farah Karimi.

Premier Rutte hekelde laatst de „grote dikke-ik-mentaliteit”. Opmerkelijk voor een liberaal, maar toch: een pleidooi voor minder egoïsme en meer verantwoordelijkheid was op zijn plaats. Dat geldt ook voor Nederlands positie in de wereld. Het is tijd voor het ‘Vette Wij’: een terugkeer naar solidariteit met de zwaksten.

Enkele jaren geleden was Nederland nog voorloper in ontwikkelingssamenwerking, pleitbezorger van integraal internationaal beleid en 3D: treedt brandhaarden tegemoet met Diplomacy, Development en Defense. Maar in amper vijf jaar tijd is ongeveer een derde van het Nederlandse ontwikkelingsbudget wegbezuinigd.

Als de vluchtelingencrisis iets duidelijk maakt, is het wel de noodzaak om meer te doen aan extreme armoede en ongelijkheid. Wereldwijd zijn 60 miljoen mensen op de vlucht. In Noord-Oeganda, waar ik op dit moment projecten bezoek, zie ik naast de energie onder jongeren om iets van het leven te maken, de enorme problemen. Een van de armste gebieden ter wereld, met honderduizenden vluchtelingen uit Zuid-Soedan. Terugkeer zit er voorlopig niet in. Banen zijn er niet. Ons afkeren van deze uitzichtloosheid is geen optie meer.

Eind deze week gaat Rutte met de koning en koningin naar New York om namens Nederland een nieuwe mondiale ontwikkelingsagenda met duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) te tekenen. Deze volgen de millenniumdoelen uit 2000 op, die de laatste vijftien jaar grote vooruitgang hebben gebracht in veel ontwikkelingslanden. Maar niet overal: vooral de sub-Sahara is achtergebleven. De nieuwe doelen willen een eind maken aan de extreme armoede. Sterker: als onze leiders hun handtekening serieus nemen, dan zal deze generatie daarin slagen. De nieuwe doelen zijn veel meer dan een ontwikkelingsagenda, het zijn mondiale doelen voor een rechtvaardigere, duurzamere en veiligere wereld. Ze bestrijken uitdagingen die ook ons, hier in Nederland raken: ongelijkheid (SDG 10), armoede (SDG 1), achterstelling van vrouwen (SDG 5), klimaatverandering (SDG 13) of het leegvissen van de oceanen (SDG 14). Een agenda dus, niet alleen voor de burgers van Mali en Vietnam, maar ook voor die van Nederland of de VS.

Als onze koning, koningin en premier terugkomen uit New York begint het echte lef pas. Nederland moet weer bijdragen aan internationale samenwerking. En terugkeren naar de internationale norm voor ontwikkelingshulp, 0,7 procent van het bbp. Ook zal het kabinet de belastingontwijking door bedrijven via Nederlandse belastingroutes moeten tegengaan en voortrekker worden in de aanpak van internationale belastingontwijking. Bij een eerlijke belastingafdracht zullen arme landen miljarden meer aan inkomsten krijgen – geld dat ze nodig hebben om zelf voor hun burgers te zorgen. Ook kan het kabinet ernst maken met klimaatbeleid. Er is geen twijfel meer over de enorme gevolgen van het veranderende klimaat. Naast snelle terugdringing van CO2, is ook ruime steun nodig voor arme landen, die nu al dreigen te bezwijken onder extreme droogte of juist overstromingen.

Ik roep onze premier en alle Nederlanders op om samen te staan voor een terugkeer naar het ‘Vette Wij’. Een samenleving waarin we voor elkaar opkomen. Voor kwetsbare Nederlanders, vluchtelingen, en de allerarmsten elders.

    • Farah Karimi