Wiskunde, gedichten, de wereld

Hoe lees je een gedicht? Ellen Deckwitz geeft iedere donderdag een cursus in nrc.next. Vandaag: de vergelijking tussen poëzie en wiskunde.

Illustratie Jenna Arts Illustratie Jenna Arts

Wat een prachtige aflevering van De Wereld Draait Door afgelopen maandag! Wat was er aan de hand: Terence Tao, volgens vakgenoten de Mozart van de wiskunde, had een bewijs geleverd voor een of ander legendarisch mathematisch probleem. De aangeschoven specialisten, Vincent Icke en Diederik Jekel, probeerden het Matthijs uit te leggen en deden dat door wiskunde met poëzie te vergelijken. Dat was op zichzelf al dapper: iets inzichtelijk maken door een vergelijking te trekken tussen iets waar weinigen iets van snappen (poëzie) met iets waar nog minder mensen iets van snappen (wiskunde), maar het lukte gewoon!!

Icke legde uit dat gedichten en wiskundige formules beide ontstaan door een vermoeden, en dat het gedicht/de formule het bewijs van dat vermoeden vormt, waarop Jekel aansloot met: ‘Een gedicht is mooi omdat de woorden zo geconstrueerd zijn om meer verbeelding op te wekken dan de individuele woorden. Het kan een universum creëren in één regel.’ Hetzelfde doet een wiskundige formule.

Meer dan de som der delen

Wat een helden. Ja, gedichten bestaan uit woorden en begrippen die gekozen en gerangschikt zijn om meer te vormen dan de som der delen. De zin ‘Heej ik haal even een tosti met salami yolo’ heeft dankzij zijn samenstelling iets minder mythische potenties dan de regels ‘IJsland/een uitgestrekt doodsbed/ mijn naam geborduurd/op een bevroren sloop’ van de IJslandse dichteres Gerdur Kristny. Een goed gedicht richt je blik en kan daardoor werken als een eyeopener zoals Vasalis’ ‘Niet het snijden doet zo’n pijn / maar het afgesneden zijn’. Het maakt de wereld groter en laat nog onopgemerkte plekken oplichten.

Poëzie is dus, net zoals de wiskunde, een kunstvorm die draait om iets wat je vermoedt, vorm te geven. Daardoor kan een gedicht je nog ongeziene stukken van de wereld tonen. Dat maakt de dichtkunst ook meteen gevaarlijk: sommige machtshebbers (dictators, religieus fanatici, ouders) hebben baat bij een wereld die blijft zoals hij is. Gedichten kunnen een andere blik werpen op de wereld en deze zo destabiliseren. Geen wonder dat de Russische dichter Osip Mandelstam (1891-1938) een enkeltje Siberië kreeg toen hij in een gedicht Stalins bovenlipaccessoire een ‘kakkerlakkensnor’ noemde.

Poëzie en wiskunde zijn beide middelen om verder te kijken dan de wereld die je kent. Nergens anders wordt dat beter geïllustreerd dan in het levensverhaal van de Engelse gravin Ada Lovelace (1815-1852). Haar moeder was Annabella Milbanke (1792-1860), een van de weinige negentiende-eeuwse vrouwelijke wiskundigen. Milbanke was als kind zo intelligent, dat haar schatrijke vader een hoogleraar van Cambridge inhuurde om haar te onderwijzen. Annabella ontwikkelde zich tot een fanatiek wiskundige en een bijzonder behoudende dame, die haar medemens beoordeelde op basis van zijn titel, in plaats van zijn persoonlijkheid. De diepreligieuze en starre Milbanke was de tegenpool van haar echtgenoot, de Engelse dichter Lord Byron (1788-1824). Hij joeg de erfenis van zijn vader erdoorheen, hield een beer als huisdier en verwekte een kind bij zijn halfzus. Vier maanden nadat Annabella een dochter, Ada, had gebaard, verliet hij het gezin om nooit meer terug te keren.

Annabella was ervan overtuigd dat de poëzie haar man gek had gemaakt, en voedde haar dochter op als een bèta. Geen dichtregel kwam het huis in. Ada groeide op tot een uitmuntend wiskundige, wier notities over algoritmen de basis vormden voor de eerste programmeertalen. Zij beschreef rond 1843 de mogelijkheden van de wiskunde om bijvoorbeeld stoomweefgetouwen te programmeren. Ze voorzag dat je algoritmen zelfs zou kunnen gebruiken om muziek te creëren. In een tijd dat de tandheelkunde op zijn best prehistorisch was, zag Lovelace de iPod al voor zich.

Haar moeder viel van haat stoel

Anabella was natuurlijk enorm trots op haar mathematisch begaafde dochter. Op een middag vroeg een bewonderaar aan Ada hoe ze toch in hemelsnaam op het idee kwam om levensloze voorwerpen te programmeren. Lovelace antwoordde: „Computer science is poetical science”, en begon vervolgens in de meest poëtische metaforen uit te leggen wat wiskunde was en hoe het werkte. Haar moeder viel van haar stoel. De poëtische ‘gekte-genen’ van de Byrons waren toch in het wiskundebrein van haar dochter geslopen, en zorgden ervoor dat zij zich een voorstelling kon maken van een universum waarbij wiskunde werd ingezet voor het creëren van technologieën om de mensheid vooruit te helpen. Ada zag dankzij poëzie en wiskunde een wijdere wereld voor zich dan degene waar haar moeder krampachtig aan vasthield.

Een vermoeden in code

Poëzie en wiskunde kunnen worden ingezet om je blik op de wereld te vergroten, en zo de wereld verder te ontdekken. Het begint met de durf om een vermoeden in code om te zetten, of dat nu letters of getallen zijn. In een gedicht worden soms onlogische zaken benoemd, die we misschien al wel aanvoelden, maar nog niet konden verwoorden. Ik had dat met het beroemde gedicht ‘Missing God’, van de Ierse dichter Dennis O’Driscoll. Het leerde mij om een stukje van mijn belevingswereld te benoemen. Het creëerde, om het met Diederik Jekel te zeggen, een universum, waardoor ik de werkelijkheid waarin ik mij bevind, vanuit een nieuw licht zag. Als we voor iets nog geen woorden hebben, wil dat niet zeggen dat we erover moeten zwijgen. Waarover we niet kunnen praten, moeten we gedichten lezen.