Weg met die tamme natuurboeken!

Britse natuurschrijvers maken elkaar uit voor ‘braaf’ of ‘bot’. Diezelfde discussie sluimert in Nederland.

Natuurtafereel in een weiland bij landgoed Spanderswoud in ‘s Gravenland:Alleen de hoef werd in ’t weeke gras gehoord. Foto HH

„Wie komt daar over de heuvel? Een blanke, middle-class Engelsman! Een Eenzame Verrukte Ziel! Uit Cambridge!” Deze romantische ziel haast zich ’s avonds naar huis in de stad en schrijft over zijn ervaringen in „beschaafde lyriek”.

Robert Macfarlane treft deze spot, hij is het boegbeeld van de Engelse natuurschrijvers. Met landschapsboeken als The Wild Places (De laatste wildernis) en The Old Ways (De oude wegen) verwierf Macfarlane wereldwijde bekendheid, ook in Nederland. Recent werd hij in Engeland mikpunt van hoon. Dichteres Kathleen Jamie ergert zich aan de dominante plaats die „white, upper-middle-class men” innemen in de natuurschrijverij. En Macfarlanes collega-auteur Mark Cocker opent in de NewStatesman een frontale aanval op de „new nature writing”, zoals Macfarlane die beoefent. De suggestieve kop luidde: „Dood van een natuuronderzoeker: waarom het nieuwe natuurschrijven zo tam is.”

Dit leidt in Engeland tot een verhit debat. Cocker en zijn medestanders verwijten de natuurschrijvers uit de school van Macfarlane dat ze braaf en behoudend zijn, wars van politieke betrokkenheid en activisme. Deze dichterlijke natuurvorsers verwarren een cultuurlandschap met wildernis. In Nederland sluimert evengoed deze discussie, maar het zou goed zijn het debat aan te wakkeren. Afgezien van geëngageerde auteurs als roofvogelkenner Rob Bijlsma, trekvogelbioloog Theunis Piersma en wandelaar John Jansen van Galen overheerst ook hier de optiek van de literaire natuur.

Cocker neemt als cruciaal Brits voorbeeld de jacht van superrijken op de grouse, een patrijsachtige. Om dit speeltje, een game bird, te doden betalen jagers zo’n tienduizend pond aan de grondeigenaar, die op zijn beurt een roofvogel als de kiekendief verdelgt om de aanwas van grouse veilig te stellen. De natuurschrijvers zouden blind zijn voor een misstand als deze.

Ook auteur Helen Macdonald die met H is for Hawk (De H is van havik) een bekroonde bestseller schreef, komt ongewild in deze discussie terecht. Ze woont in Cambridge, is bevriend met Macfarlane. Haar boek gaat over het temmen van een van de wildste vogels van het continent, de havik, als vorm van rouwverwerking om de dood van haar vader. Maar, noteert Cocker vilein, „er komt geen havik uit de vrije natuur in voor.” Macdonald schrijft weliswaar hoe ruig haar havik Mabel is, maar met de ongerepte natuur heeft het dier niets te maken. Cocker: „De zelfbewuste onverschilligheid van deze vogel voor de mens is juist een karakteristiek kenmerk van de natuur.”

Macfarlane heeft zich op 2 september in de NewStatesman verdedigd tegen deze aantijgingen, die hij „teleurstellend bot” noemt. Onder de kop „Waarom we schrijven over de natuur nodig hebben” stelt hij dat natuurboeken de mens bewust maken van de bedreigingen. Ook wijst hij de noodzaak tot activisme van de hand: boeken hebben een intrinsieke betekenis, los van daadwerkelijke politieke bedoelingen. Macfarlane benadrukt dat een van de invloedrijkste natuurboeken Walden (1854) van Henry David Thoreau zo in zichzelf is gekeerd, dat de zetter destijds de letter ‘I’ tekort kwam wegen de vele malen dat Thoreau ‘ik’ schreef. De impact van Walden is desalniettemin overweldigend en leidde tot bescherming van de wildernis. Het debat over het natuurschrijven is nu volop gaande, ook The Observer en The New York Times bemoeien zich ermee.

Het is geen Britse kwestie alleen, het gaat ook de Nederlandse auteurs over de natuur aan. Een waardevolle uitzondering vormt het recente Wijsgeer in het wild van Johan van de Gronden, die filosofie combineert met het directeurschap van het Wereld Natuur Fonds. Reflectie op het landschap en beleid ineen. Andere natuurschrijvers mengen zich niet of nauwelijks in het debat over de toekomst van het Nederlandse landschap. Dat zouden ze volgens Mark Cocker dus wel moeten doen.

Een boek dat de offensieve Brit zou omhelzen is Dit is mijn hof van de Belg Chris de Stoop. Het is een geladen aanklacht tegen de voorgenomen ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. Een zeldzaam activistisch boek in het scala aan Nederlandse natuurboeken.

    • Kester Freriks