Sufjan Stevens smeedt met zijn band bronzen rouw om tot goud

De Amerikaanse zanger Sufjan Stevens gaf woensdagavond een geweldig concert in Carré in Amsterdam

De Amerikaanse zanger Sufjan Stevens maakte vorig jaar een cd over zijn moeder, Carrie & Lowell. Carrie had psychische problemen en liet hem in de steek toen hij drie was. Ze overleed in 2012. Stevens (40) schreef elf liedjes vol onbeantwoorde vragen en leed, maar ook verlangen naar de vrouw die hem steeds ontglipte. De cd werd wereldwijd lovend ontvangen, om de intimiteit en de openhartigheid. De intimiteit van het onderwerp weerspiegelde zich in de muzikale stijl, met daarin een hoofdrol voor de akoestische gitaar. Stevens zong zijn teksten voorzichtig, alsof hij niet zeker wist of hij zijn informatie wilde prijsgeven (‘When I was three, three maybe four/ she left us at that videostore’). Op de achtergrond was soms een amorfe galm en vaag geruis, als klanken uit het schimmenrijk. Rouw had hier een nieuwe vorm gekregen: die van mooie, ingetogen liedjes. De verrassing gisteravond, bij Stevens’ optreden in Carré, Amsterdam, was dat rouw nogmaals van vorm kon veranderen. Het brons dat Stevens uit zijn leed geslagen had, werd hier goud. Met vier muzikanten, die regelmatig van plaats en instrument wisselden, gaf hij de nummers monumentale uitvoeringen. Onderaardse klanken grepen de macht, vulden de ruimte, tot de tere melodie zich weer liet gelden, met Stevens’ zangstem nu helder en jongensachtig.

Het op cd nog bedachtzame All Of Me Wants All Of You werd een deinend dance-nummers, waarbij alle muzikanten een danspas maakten. Fourth Of July, lieflijk op cd, groeide uit tot een ijselijk echoënde dystopie (‘The fourth of july/ we’re all gonna die’) .

Het podium was gisteravond een werkplaats, vol geschraagde keyboards, snoerbundels, verschillende soorten gitaren, waar Stevens, als enige in de lichtbundel, zonder merkbare aanwijzing, dirigent was van zijn band. De geconcentreerd spelende muzikanten zorgden voor een volkomen organische versmelting van breekbare folk en elektronische accenten.

Tegen de achterwand werden jeugdfilmpjes geprojecteerd, met daarop de hoofdrolspelers uit Stevens’ liedjes, afgewisseld met een simpel maar illustratief lichtbeeld. Rood licht deed de muzikanten gloeien als een opkomende zon. Sufjan Stevens zette in Carré alles naar zijn hand. Een orgel klinkt niet meer als een orgel, een buisklok wordt een waterval. Liefde, leed, verwarring creëren samen een transcendente ervaring.

Heldere, jongensachtige stem: de Amerikaanse zanger Sufjan Stevens Foto EPA/Henrik Josef Boerger