Hier werd rugby geboren

Bij het WK rugby in Engeland keert de sport terug naar zijn geboortegrond: de stad Rugby. Alles refereert er aan de ‘stoute’ ontdekker: William Webb Ellis. Hij pakte de bal en begon te rennen.

Studenten van de Royal College of Rugby trainen op The Close. Op datzelfde veld schond William Webb Ellis in 1823 tijdens een partijtje oervoetbal de regels door de bal op te pakken en ermee te gaan rennen. Foto Michel Birot/Corbis

Kijken mag, aanraken niet. Als herdershonden rennen vrijwilligers heen en weer om de bezoekers op een zonnige woensdagochtend in toom te houden. Het gras van The Close, het sportveld van Rugby School, mag sappig en onweerstaanbaar zijn, onbevoegden moeten buiten de lijnen blijven. Wie niet meteen luistert, krijgt een standje. Het levende museumstuk moet in perfecte conditie blijven. Nu en over honderd jaar.

Ergens tussen de twee doelen, zo vertelt schoolhoofd Peter Green, schond William Webb Ellis in 1823 tijdens een partijtje oervoetbal de regels door de bal op te pakken en ermee te gaan rennen. „Althans, zo gaat de legende”, vertelt Green. „Het zou waar kunnen zijn. Zeker is dat op deze grond rugby het levenslicht zag.”

Webb Ellis was een ‘pauper’

Achter hem langs – keurig op het voetpad, niet over het gras – wandelen scholieren van Rugby School. De uniforms bestaan uit tweedjasjes, geplooide pantalons en voor de meisjes een rok tot over de enkels. Ze klemmen boeken onder de arm. In elitaire stijl becommentariëren ze de vreemde gezichten. „Moet je hem zien”, zegt een meisje net iets te hard. „Die jas, dat shirt. Pfff.”

Green komt direct met een passend detail, om de situatie te redden. Webb Ellis was geen zoon uit een welgesteld geslacht maar een ‘pauper’, iemand van gewone komaf. „De enige van zijn klas”, zegt hij. Ouders van kinderen uit de buurt, binnen een bepaalde straal van de klokkentoren, hoefden niet diep in de buidel te tasten. „Uitgerekend hij hield zich niet aan de regels. Is dat niet aardig?”

Webb Ellis geldt allang niet meer als een sloeber. Met een bronzen standbeeld, een naar hem vernoemde wereldbeker en een eigen museum wordt hij gezien als de beschermheilige van de stad in de West Midlands op een uur treinen van Londen. Op elke straathoek refereert wel iets aan het leven van de ‘stoute jongen’. De inwoners willen het niet zeggen, maar Rugby gold min of meer als een soort Volendam voor rugbyfetisjisten.

Parlementslid Mark Pawsey (58) veranderde de status ervan. De conservatieve politicus maakte zich sterk om Rugby een belangrijke plek te geven tijdens het WK rugby, dat vorige week begon. Als bakermat van de sport moesten de schijnwerpers zich richten op de plaats waar de tijd al tweehonderd jaar lijkt stil te staan, zo vond hij.

Pawsey is zo trots op zijn succesvol verlopen lobby dat hij vorige week de ‘prime minister’s questions’ oversloeg. Tijdens dit vragenuurtje zou de nieuwe oppositieleider Jeremy Corbyn voor het eerst David Cameron onder vuur nemen. „Ik vond dit belangrijker”, zegt Pawsey. „Rugby mocht op dit WK niet ontbreken.” Het stadje is door de organisatie aangewezen als standplaats van een fanzone. Toeristen kunnen op grote schermen wedstrijden bekijken. Tussendoor dient de Rugby Village als podium voor culturele activiteiten.

Nu telt rugby weer mee

Rugby houdt rekening met een invasie de komende weken. Dankzij stadspromotie met een koninklijk randje werd de plaats onder de aandacht van het grote publiek gebracht. Tijdens de openingsceremonie in het Twickenham Stadium in Londen kregen de toeschouwers een filmpje te zien met daarin een cameo van prins Harry en oud-topspeler Jonny Wilkinson, beiden verkleed als tuinman.

Het verhaal van William Webb Ellis en de groei van de sport krijgen gestalte tegen de achtergrond van The Close en de kenmerkende kapel van Rugby School. Als Ellis met de bal in de hand zich uit de voeten maakt, zegt de prins, ambassadeur van het WK: „Maak je geen zorgen, Jonny. Dit wordt nooit populair.”

Een reusachtige bal met veter dwong het publiek terug te denken aan de begintijd. Schoenmaker William Gilbert uit Rugby vervaardigde uit koeienleer en varkensblazen de eerste prototypes. Zijn werkplaats bestaat nog altijd, al heet die nu Rugby Museum. Zijn naam is niet vergeten. Gilbert, inmiddels een bedrijf met wereldfaam, levert de WK-bal.

Het museum, naast pub The Rugby Tap, vermengt plezier met zaken. Het is een sportzaak met een vleugel vol memorabilia. Achter het raam zit Peter Prince, die op ouderwetse leest ballen maakt. Voor veertig pond worden die verkocht. „Ik maak er twee per dag”, zegt hij. „We maken er verlies op. Het gaat om de traditie.”

Parlementslid Pawsey is een tevreden man. „Het WK wordt gehouden in Engeland. De sport komt thuis. Rugby hoort daar als vanzelf bij. Iedereen wist van ons, maar liet ons lang in de marge spartelen. Nu tellen we weer mee.”