Rem mag eraf bij solocantates Bach

„Elke zondag een wereldpremière”, vatte dirigent Jos van Veldhoven van de Nederlandse Bachvereniging de cantateproductie van J.S. Bach treffend samen. Deze week reist het gezelschap door het land met drie bijzondere solocantates.

Het zelden gehoorde Ach Gott, wie manches Herzeleid voor sopraan en bas bleef wat tam. Stephan MacLeod toomde zijn vulkanische geluid effectief in tot aan de jubelfinale. Minder overtuigend begon Monika Mauch, die zich revancheerde in de openingsaria van Liebster Jesu, mein Verlangen, waarin ze prachtig weerwerk kreeg van hoboïst Martin Stadler.

Hoewel delen van Geist und Seele wird verwirret afkomstig schijnen te zijn uit een niet overgeleverd hoboconcerto zet Bach in deze altcantate enkel het ‘goddelijke’ orgel in. Het effect daarvan ging helaas grotendeels verloren door de beperkingen van het mobiele instrument. Nu moest het ensemble op de rem trappen voor passages die het kerkschip op zijn grondvesten hadden moeten doen trillen. Later in deze tournee, onder meer in Groningen, zal organist Leo van Doeselaar de benodigde registers ongetwijfeld opentrekken. Het omvangrijke en veelkantige Geist und Seele werd door countertenor Maarten Engeltjes overtuigend en met bravoure gezongen, verzorgd tot in de halsbrekende coloraturen van de slotaria.

    • Joep Stapel