‘Nederlands bedrijf hielp CIA met afluisteren Russische ambassade’

Een Nederlands radarbedrijf heeft tijdens de Koude Oorlog tientallen jaren afluisterapparatuur gemaakt voor de CIA. Hiermee werd de Russische en Chinese ambassade in Den Haag afgeluisterd. Dat blijkt uit onderzoek van De Correspondent.

De samenwerking tussen het Nederlands Radar Proefstation (NRP) uit Noordwijk en de CIA begon in 1952 op verzoek van de Amerikaanse geheime dienst.

Samenwerking ontstond na vondst ‘The Thing’

De CIA benaderde de NRP, via tussenkomst van de Nederlandse geheime dienst BVD, in reactie op één van de grootste afluisterschandalen van de Koude Oorlog: de vondst van ‘The Thing’ in de Amerikaanse ambassadewoning in Moskou. Dit was voor die tijd een ongekend geavanceerd draad- en batterijloos afluisterapparaat dat zeven jaar lang ongezien meeluisterde met vier verschillende Amerikaanse ambassadeurs.

De Amerikanen begrepen weinig van de technologie en vroegen het Noordwijkse radarbedrijf om hulp. Hieruit ontstond een vruchtbare samenwerking, genaamd ‘Operatie Leunstoel’, die ten minste tot begin jaren negentig heeft geduurd en die volgens sommige betrokken medewerkers van het Nederlandse bedrijf miljoenen guldens opleverde.

Op het spoor gezet door aansteker

Journalist Maurits Martijn van het journalistieke platform De Correspondent werd op het spoor gezet toen een vriend documenten en een aansteker van zijn opa vond die werkzaam was bij NRP. Hij heeft samen met inlichtingenexpert Cees Wiebes anderhalf jaar onderzoek gedaan naar deze zaak. Ze spraken met oud-medewerkers van NRP en de BVD. Ook kregen zij op basis van enkele Wob-verzoeken inzage in dossiers van de Nederlandse geheime dienst.

Martijn was vanavond te gast in De Wereld Draait Door om te vertellen over de jarenlange samenwerking tussen NRP en de CIA.