Mooi, die Rembrandts, maar...

Vooropgesteld: het is prachtig dat nog eens twee schilderijen van Rembrandt van Rhijn, de huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, waarschijnlijk in het bezit komen van het Rijksmuseum in Amsterdam. Bijna 140 jaar nadat de Amsterdamse jonkheer Willem van Loon het verkocht aan de familie Rothschild, zal dit werk uit 1634 van de toen nog jonge Rembrandt weer aan het publiek kunnen worden getoond. Dat is de grootste winst. Eerder waren de schilderijen alleen kortstondig, in 1956, in Nederland te zien.

Het kabinet gebruikt termen als „zeer uitzonderlijk”, „een uniek beeld”, „bijzonder en uniek Nederlands erfgoed” in de toelichting op zijn besluit 80 miljoen euro uit te trekken voor de verwerving van deze schilderijen uit particulier Frans bezit. De andere helft van de benodigde 160 miljoen moet via fondsen en bij particulieren worden vergaard. Het Rijksmuseum verwacht deze 80 miljoen voor het einde van het jaar bijeen te hebben, meldt het kabinet.

Het kabinet voert met zijn steun voor de aankoop „een breed gedragen verzoek” van de Tweede Kamer uit. Uit de berichtgeving daarover blijkt dat zeven fractieleiders eerder dit jaar in het geheim bijeen zijn gekomen in het Haagse Mauritshuis, op initiatief van Alexander Pechtold van D66, tevens voormalig veilingmeester. Dat moet haast wel in een van de mooiste achterkamertjes van Nederland zijn geweest. Die beslotenheid valt te billijken, als daarmee prijsopdrijving voor deze werken van Rembrandt, die al te koop waren aangeboden, werd voorkomen.

Het geld wordt voor wat betreft de rijksoverheid gehaald uit dividendopbrengsten van staatsdeelnemingen en uit het Museaal Aankoopfonds. Daarvoor zijn maatregelen nodig waarvoor Haags jargon bestaat: een ‘kasschuif’ en mutaties in de ‘Incidentele Suppletoire Begroting’ van twee ministeries. Daar moet de Tweede Kamer mee instemmen en dat zal ook gebeuren.

Maar: 80 miljoen blijft veel geld, zeker in het licht van de eerdere, en slechts mondjesmaat teruggedraaide bezuinigingen op cultuur.

Het geld had, zoals vaker, ook anders kunnen worden besteed. Aan de kunstsector of elders. Waarbij overigens geldt dat het om een eenmalige bijdrage gaat, dus niet om een structurele uitgave die jaarlijks op de rijksbegroting terugkeert.

Nochtans: de zeven fractievoorzitters, van VVD, PvdA, SP, CDA, D66, ChristenUnie en SGP die inderdaad een ruime meerderheid vertegenwoordigen, hebben wel iets uit te leggen. Ook zij horen aan de kiezers openlijk, via een debat in de Tweede Kamer, te verklaren waarom ze deze schitterende aankoop prefereren boven andere besteding van publieke middelen.