Opinie

    • Peter Winnen

Het prostaatzadel van Tom Dumoulin

Het is woensdagmiddag 12:12 uur. De motregen is verdreven door een dun zonnetje. Het dagelijkse quotum koffie (vier schuimende mokken) zit er al in. In Richmond, Virginia, wordt Tom Dumoulin wakker. Het is daar 06:12 uur. Met zijn vingertoppen betast hij het gebied dat als het achterland van het scrotum kan worden omschreven. Wat voelt Tom daar?

Tom Dumoulin is een transparant mens, een bovenmatig transparant sportmens zelfs, maar over de obstructies in het even banale als intieme moeras van het zitvlak laat hij niet veel los. Ja, dat daar beneden „een probleempje” speelt, zei hij.

Joop Zoetemelk spreidde ooit zijn dijen op een hotelkamer opdat het vaderlands journaille de karbonkel met eigen ogen kon aanschouwen – en bezingen. Tom zou zoiets nooit doen. Hij zou het een weinig smaakvolle exhibitie vinden. Het zitvlak van de coureur is overigens een weelderig en nog lang niet uitgespit onderzoeksgebied – ik spreek uit ervaring.

Tom stapt het bed uit. Zitvlakprobleem of niet, de voorbereiding op het WK-tijdrijden vergt een uur of acht. Straks eerst dat nieuwe zadel scherpstellen. Het is een zadel met een gleuf in de midden. Tom huivert een beetje bij de naam: prostaatzadel. Maar als het zijn klachten ook maar een beetje verlicht is het toch prima? Het is óf een prostaatzadel óf helemaal niet starten.

Wat heeft hij de laatste tijd niet over zich uitgestort gekregen. Complimenten tot aan de horizon en nog verder. Hij, die zonder dat hij erop uit was klimmer én klassementsrijder werd in de Vuelta. Hij, de tijdrijder, die zonder dat hij het wist mensen in vervoering had gebracht met een truc die geen truc was. Hij, die zichzelf letterlijk omschreven had gezien als „de verlosser” van de duistere in doping verzopen wielersport. Ga er maar aan staan op een doordeweekse ochtend met een banale beurt voor het WK-tijdrijden in het verschiet.

Voordat hij gaat ontbijten bladert Tom de iPad door zijn digitale ochtendkrant. Drie oud-professionals bespreken zijn winstkansen. Het drietal is unaniem: winst zit er niet in. Erik Breukink maakt zich zorgen om Toms onderkant. Danny Nelissen ziet sterkere tijdrijders, en ondergetekende stelt dat de afloop niet meer uitmaakt: na de Vuelta hoeft Tom alleen de batterij op te laden voor volgend seizoen. Het aplomb van de gedateerde betweters benauwt hem. Zo wil hij later niet worden.

Het is 22:15 uur Nederlandse tijd. Tom becommentarieert zijn prestatie. Dat het mentaal het zwaarste uur uit zijn leven was. Dat hij zijn kop er niet bij had kunnen houden. Zo slecht ging het dat hij eigenlijk heel trots moest zijn op zijn vijfde plaats. Maar hij vertikte het de zitvlakperikelen aan te voeren als oorzaak van de mindere dag. Alleen dit: „Dat zadel zat eigenlijk best lekker.” Ik vrees dat Tom iets anders dacht.

    • Peter Winnen