Het lag dus niet alléén aan Ivo Opstelten

Minister Ard van der Steur (VVD) is in politieke problemen, omdat hij onjuiste informatie heeft verstrekt over de foto die van Volkert van der G. is gemaakt. Het past in een patroon.

De voorpagina van De Telegraaf vandinsdag 17 juni 2014.

Heeft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) gelogen tegen de Tweede Kamer over de foto van de moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert van der G., die vorig jaar in De Telegraaf verscheen? Of is de minister zelf verkeerd geïnformeerd door zijn ambtenaren, en heeft hij zijn departement blijkbaar niet onder controle? In beide gevallen heeft hij een politiek probleem.

De kwestie kwam aan het rollen toen Brandpunt Reporter zondag een uitzending besteedde aan de moordenaar van Pim Fortuyn. Kamerleden riepen meteen dat Van der G. alsnog de resterende zes jaar van zijn celstraf zou moeten uitzitten omdat hij zijn verbod op contact met de media zou hebben geschonden. Maar inmiddels gaat de discussie niet meer om Van der G., maar om Van der Steur. Gisteren eiste de Tweede Kamer snel een debat met hem.

Jacht op de eerste foto

Het Openbaar Ministerie (OM) verklaarde dinsdag dat het één dag voor de publicatie van de foto op de hoogte was, Van der Steur bevestigde dat in de Kamer. Maar in een interview met de Volkskrant zei Van der G.’s advocaat Stijn Franken vervolgens dat maanden overleg met reclassering, OM én het ministerie voorafgingen aan de foto. Zo moest een ‘jacht op de eerste foto’ voorkomen worden. Een bron binnen de OM-top bevestigt dat gesproken is met het ministerie.

Het is ook vanzelfsprekend dat het OM het departement op de hoogte hield. Het OM staat als ‘staande magistratuur’ weliswaar formeel los van het departement, maar in de praktijk is het OM ervan doordrongen dat de minister politiek verantwoordelijk is en dat het departement geïnformeerd moet worden over politiek gevoelige zaken.

Dit incident staat niet op zichzelf. Het is een terugkerend patroon bij het ministerie van Veiligheid en Justitie: er is een groot incident, de minister geeft uitleg, en vervolgens blijkt die uitleg niet te kloppen.

Schikking met crimineel

Duidelijkste voorbeeld is het ‘bonnetje’ van de schikking tussen het OM en crimineel Cees H. Dat was onvindbaar, hield toenmalig minister Ivo Opstelten (VVD) vol, waardoor ook het bedrag van de schikking onbekend was. Intussen lekten zijn ambtenaren het bedrag naar de media: 4,7 miljoen gulden. In maart moest Opstelten toegeven dat er toch een document was. Hij en staatssecretaris Fred Teeven (VVD) traden af. In juli werd nóg een document met het bedrag gevonden, in een van de strafdossiers van H.

Eenzelfde patroon was te zien bij de reorganisatie van de politie. Al sinds de samenvoeging van 26 korpsen tot één Nationale Politie in 2013, regende het rapporten en klachten. De organisatie kon het hoge ambitieniveau niet bijbenen, zeker niet in combinatie met de bezuinigingen. Opstelten hield vol dat het prima ging en dat de politie beter presteerde dan ooit. Pas drie weken geleden erkende Van der Steur dat er drie jaar extra en een dubbel zo hoog budget nodig is om de „basis” van de reorganisatie „op orde” te krijgen.

Ook ligt Van der Steur onder vuur vanwege de schorsing van anatoom George Maat. Die had in een lezing voor studenten foto’s getoond van het identificatieproces van MH17-slachtoffers. Van der Steur noemde het optreden van Maat „buitengewoon ongepast en onsmakelijk”. Maat werd van het onderzoek gehaald. Toen later duidelijk werd dat het in dit vakgebied gewoonte is lezingen te geven aan vakgenoten en dat hier geen regels voor gelden, volgden geen excuses. Van der Steur zei slechts dat hij graag wil dat Maat in de toekomst beschikbaar is voor andere opdrachten.

Defensief handelen

Ambtenaren en ex-bewindspersonen van het ministerie zeiden afgelopen zomer in deze krant dat op het ministerie een sfeer heerst van defensief handelen en een fixatie op incidentenmanagement. Imagobescherming van de bewindspersoon zou belangrijker zijn dan uitzoeken hoe iets zit.

Dit weekeinde reageerde Van der Steur op Kamervragen over dat artikel. Volgens hem is er niets aan de hand, en heeft het ministerie de bedrijfsvoering op orde. Op de vraag of de feiten kloppen, zei hij dat feiten en meningen vermengd zijn, maar hij noemde geen feitelijke fouten.

    • Christiaan Pelgrim