Gestoord een gewone cel in? Dat is erg

De geestestoestand van verdachten in strafzaken moet beter worden bekeken, zegt de forensisch psychiater. „Dat iemand een stoornis heeft, betekent nog niet dat die stoornis het delict verklaart.”

Foto Thinkstock

Rechters, officieren en advocaten die een hersenscan van de verdachte bekijken tijdens de zitting. Een forensisch psychiater die uitlegt wat ze zien, bijvoorbeeld dat het hersendeel dat impulsen moet controleren niet goed is ontwikkeld, en dat de verdachte dus onvoldoende in staat is om zijn daden te controleren. Dat zul je de komende jaren vaker zien bij rechtszaken, als het aan forensisch psychiater Robbert-Jan Verkes ligt. Hij doet in zijn oratie vandaag aan de Radboud Universiteit Nijmegen een oproep voor betere, gedetailleerde bespreking van de geestestoestand van de verdachte in strafzaken.

In rechtszaken wordt toch al gekeken of verdachten toerekeningsvatbaar zijn?

„Ja, maar er kan en moet veel beter besproken worden wat er aan de hand is met de verdachte. Iemand is alleen ontoerekeningsvatbaar als hij een stoornis heeft. In de praktijk wordt dan gezocht naar een stoornis uit de DSM [handboek voor classificatie van psychische stoornissen]. Maar ik maak regelmatig mee dat verdachten gebreken hebben die we nergens binnen de DSM kunnen onderbrengen.

„In een vrij recente zaak had een verdachte bijvoorbeeld een verhoogd libido, maar dat staat er niet in, dus was volgens de rechter geen sprake van een stoornis. Terwijl het wel een risico vormt. Andersom geldt het ook: dat iemand een stoornis heeft, betekent nog niet dat die stoornis het delict verklaart en er groot risico is op herhaling. Mensen met een autismespectrumstoornis plegen gemiddeld waarschijnlijk minder delicten dan mensen zonder stoornis.”

Hoe moet dat dan?

„Er zal nauwkeuriger naar de onderliggende functiestoornissen en gebreken moeten worden gekeken, en hoe die in samenhang van invloed zijn geweest op het delict.

„De rapportage aan de rechtbanken is al beter dan vijftien jaar geleden, maar het is nog steeds een risicotaxatie die erg ‘van buiten’ kijkt. Hoe vaak is iemand al met de politie in aanraking geweest? Is er een stoornis? Etcetera. Eigenlijk een soort statistische risicotaxatie. Maar de psychodiagnostiek moet de oorzakelijke verbanden tussen de functiestoornissen en het delict zichtbaar maken, zodat een rechter bijvoorbeeld ook kan zien welke behandeling mogelijk is, met welk resultaat.”

Is het erg als een rechter stoornissen of gebreken mist omdat ze niet in de DSM voorkomen? Een verdachte komt dan niet vrij, maar gaat naar de gewone gevangenis.

„Ja, dat is erg. Want veel stoornissen kunnen goed behandeld worden. Mensen die na een tbs-behandeling vrijkomen, hebben een veel lager recidiverisico dan mensen die uit de gevangenis komen.

„De vraag die in een rechtszaak centraal moet staan, is of de verdachte stoornissen heeft die risicovol zijn en of die te behandelen zijn. Als iemand bijvoorbeeld veel last heeft van stemmen die agressieve opdrachten geven, dan is dat vaak goed te behandelen met medicatie en is het geen blijvende risicofactor. Maar vertoont iemand bijvoorbeeld van jongs af aan antisociaal gedrag, dan is dat meestal veel moeilijker te behandelen.”

Krijgen rechters wel voldoende kans naar stoornissen te kijken? Verdachten werken vaak niet mee aan onderzoek. Tbs betekent immers vaak dat ze langer ‘binnen’ zitten dan bij een gewone straf.

„Dat klopt, en dat is jammer. Neem Bart van U., verdacht van de moord op zijn zus en [oud-minister] Els Borst. Eerder was hij bij de rechter voor verboden wapenbezit. Uit de uitspraak blijkt dat hij toen al een verwarde indruk maakte. Maar hij wilde zich niet laten onderzoeken, dus er stond niet vast of hij een stoornis had. Hoe kan het dat in Nederland een verwarde man met een fascinatie voor wapens gewoon op straat komt?

„Overigens zijn er wel mogelijkheden om naar stoornissen te kijken als de verdachte niet meewerkt. Nu al kunnen forensische rapporteurs met ouders, buren en vrienden van de verdachte praten om een indruk te krijgen. En er is een wet in voorbereiding die het mogelijk maakt gegevens op te vragen van behandelaren van verdachten. Dat is een doorbreking van het medisch beroepsgeheim, en dat zal alleen na rechterlijke machtiging kunnen. Maar het is goed, omdat het de deskundige en de rechter in staat stelt een beter oordeel te vormen over hoe gevaarlijk een verdachte is, en of behandeling mogelijk is.”