Film J. Kessels prima start Filmfestival

Elitair of niet? Het festival begon met een prijs en lof voor Gooische Vrouwen 2.

Het Nederlands Film Festival is geen elitair grachtengordelfeest, maar „voor iedereen, arthouse en kaskrakers”. „Je kan er beter aan meedoen en je kans grijpen, dan je stem te verheffen in de media.”

Festivaldirecteur Willemien van Aalst had gisteravond in het Utrechtse Beatrixtheater wat verbolgenheid in te polderen bij de opening van het 35ste Nederlandse Film Festival. Want om Het Schandaal kon niemand heen: de producenten van Michiel de Ruyter en De Ontsnapping trokken dit weekeind met groot misbaar hun films terug.

Dus stelde Van Aalst zeer nadrukkelijk dat het festival voor iedereen open staat. En kreeg Gooische Vrouwen 2, die twee miljoen bezoekers trok maar geen enkele nominatie kreeg, op het podium een Diamanten Film overhandigd, bestaande uit „18 karaat geel gouden ‘Gouden Kalf’-speldjes” met een „0,02 karaat briljant geslepen diamant”.

Mocht dat de commerciëlen niet pacificeren, dan was Cultuurminister Jet Bussemaker (PvdA) speciaal uit Den Haag uitgerukt om zich op het podium tot fan van Gooische Vrouwen te verklaren. Scenarist Frank Houtappels, die samen met actrice Susan Visser de Diamanten Film in ontvangst nam, fungeerde als verzoener van low en high culture; Bussemaker beklemtoonde dat hij ook „knetterende scenerio’s” voor de VPRO schreef.

Het NFF toont de Nederlandse jaaroogst van 250 films en tv-series, waaronder 97 premières, veelal studentenwerk en korte films. Premières zijn van oudsher de achilleshiel, behalve de openingsfilm zien distributeurs het feestgedruis van het NFF zelden als ideale etalage. Toch gaan er sterke documentaires en zeven speelfilms in première, waaronder de actuele mozaïekfilm over illegaliteit en uitbuiting, The Paradise Suite, de Nederlandse inzending naar de Oscars. Max Porcelijn komt met een waardige opvolger van zijn droogzwarte misdaadkomedie Plan C, de De Grote Zwaen, waarin een schrijver zich in de nesten werkt bij een drugsbaas en een corrupte FIOD-rechercheur.

Ook de openingsfilm is prima: J. Kessels, een sneue-mannenkomedie waarin regisseur Erik de Bruyn het vriendenduo Fedja van Huêt en Frank Lammers herenigt na Wilde Mossels (2000) en Nachtrit (2006). Lammers maakt van J. Kessels een grommende, knorrende en hoestende holenbeer, P.F. Thomése heeft in de versie van Fedja van Huêt veel van Johnny Depp als Hunter S. Thompson: neurotisch, ogen als schoteltjes.

Maar de Reeperbahn is geen Las Vegas Strip, en J. Kessels geen paranoïde drugsfilm, maar eerder een droefkomische, in alcohol en frituurvet gedrenkte roadmovie over sneue mannen onder een predigitale grauwsluier en een in tranen gedrenkte soundtrack van Americana. Jammer dat regisseur De Bruyn het in de finale niet aandurft volledig slapstick te gaan, zoals Thomése in de roman, maar het blijft een geestige film over quasi-hardboiled losers die zich Kinky Friedman of Charles Bukowski wanen, maar met al hun dedain voor huisvader en kantoorsullen toch vooral heel erg bang voor binding en vrouwen zijn. Een van de betere openingen van het festival.

    • Coen van Zwol