De wereld heeft nieuwe Doelen

De 15 jaar van de Millenniumdoelen zijn voorbij, dus hebben de VN nieuwe Ontwikkelingsdoelen geformuleerd. Ze laten zien dat de wereld andere prioriteiten heeft dan in 2000. Ook westerse landen moeten nu aan de slag.

Foto UN Photo / Eskinder Debebeh

Was het maar alvast 2030. Dan zijn armoede en honger uitgebannen, sterft er nooit meer onnodig een kind, en staan de noden van armen en kwetsbaren in de internationale arena steeds voorop. Ook met het milieu en klimaatverandering zijn we allang op de goede weg.

De hemel op aarde? Nee, de ambitie die de wereld zich vanaf morgen stelt in New York, waar op een speciale VN-top de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen (Millennium Development Goals, MDG's) worden verruild voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals, SDG’s). Tegen 2030 moeten deze 17 nieuwe doelstellingen, gevat in maar liefst 169 subdoelen, zijn verwezenlijkt. Vijf vragen over het megaproject dat de wereld op zich neemt.

1 Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe doelen?

Bij de acht Millenniumdoelen die in 2000 en 2001 in de top van de VN zijn opgesteld voor 2015, stond armoedebestrijding centraal. De nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen (ze lopen opnieuw 15 jaar, tot 2030) bestrijken meer terreinen: ze gaan ook over verduurzaming, rechtvaardigheid en economische transformatie. En: anders dan de millenniumdoelstellingen zijn ze universeel. Ook westerse landen committeren zich eraan.

De nieuwe doelen laten goed zien hoe de wereld in vijftien jaar is veranderd, en daarmee ook het denken over ontwikkeling. De VN komen tegemoet aan critici die vinden dat het uitdelen van malarianetten of het bouwen van wc’s in de voorbije vijftien jaar niets heeft veranderd aan de oorzaken van armoede, zoals economische uitsluiting en rechteloosheid.

Daarnaast heeft de wereld in 2015 andere prioriteiten dan in 2000. Sommige voormalige ontwikkelingslanden groeien nu harder dan Europa. Zelfbewust spelen ze hun rol op het wereldtoneel. In plaats van te vragen om schuldverlichting en ontwikkelingshulp richten ze een eigen investeringsbank op (China) en hameren op meer economische rechtvaardigheid, bijvoorbeeld bij belastingontwijking of handelsakkoorden.

De economische crisis heeft de aandacht gevestigd op de grondstofafhankelijkheid van veel lage inkomenslanden die daardoor extra gevoelig zijn voor de grilligheid van markten. Groei is nog altijd essentieel voor ontwikkeling, maar niet langer een panacee. Veel landen combineren immers een opkomende stedelijke middenklasse die van groei profiteert, met straatarme, achtergebleven regio’s of bevolkingsgroepen, zoals vrouwen, kleine boeren of etnische minderheden. Waren in 2000 schulden en honger de grote thema’s, nu draait het vaak om kwesties waar ook rijke landen mee te maken hebben, zoals ongelijkheid, klimaatverandering en migratie. De nieuwe doelstellingen weerspiegelen dat.

2 Waren de Millenniumdoelen dan zo’n succes, dat ze nu dit vervolg krijgen?

Dat ligt eraan of je ze als een actieplan of alleen als een set goede voornemens beschouwt. Wie de kale cijfers bekijkt, moet concluderen dat de wereld weliswaar vooruitgaat, maar de doelen - op die voor schoner water en sanitaire ontwikkeling na - vrijwel geen van alle heeft gehaald. Het is de economische ontwikkeling van China en India die gezorgd heeft voor het halen van doel 1a: het halveren van het percentage mensen dat leeft van minder dan 1,25 dollar per dag. Het halveren van het aantal hongerigen is net niet gelukt, maar hierin is wel grote vooruitgang geboekt. Zowel de kindersterfte als de moedersterfte is gehalveerd, een formidabele prestatie bij een groeiende wereldbevolking. Maar het doel was deze met tweederde terug te dringen.

Maar voor wie de doelen beschouwt als „’s werelds grootste belofte” , zoals ze bij lancering werden genoemd, zijn ze succesvoller. De hele ambitie om met een mondiale krachtsinspanning ‘armoede geschiedenis te maken’ was in 2001 immers nieuw. De Millenniumdoelstellingen hebben projecten van regeringen, ngo's en bedrijven gestroomlijnd en miljarden dollars opgeleverd voor zaken als inentingen, muskietennetten, en HIV-remmers. De doelen waren voor donorlanden een aansporing, voor ngo's een bindende motivatie en voor bevolkingen en ngo’s een instrument om hun regeringen bij de les te houden.

3 Hebben de nieuwe doelstellingen dezelfde valkuilen als de oude?

Daar lijkt het wel op. De lijst van 169 subdoelen is zonder prioriteiten en zit vol doublures en tegenstrijdigheden. Dat komt doordat een commissie van prominenten en regeringsleiders jarenlang in de weer is geweest om ze samen te stellen. Er waren talloze werkgroepen en consultatierondes, en iedereen moest iets van zijn inbreng terugzien.

Het compleet uitbannen van honger staat in de lijst; dat is een logisch vervolg op de Millenniumdoelen. Maar ook ‘bevorderen van duurzaam toerisme’ en ‘het verzekeren van de toegang van ouderen tot stadspleinen’ zijn nu tot doel verklaard. Doelen voor behoud van biodiversiteit botsen op doelen voor landbouw, doelen voor klimaat op die voor economie.

Net als bij de Millenniumdoelen ontbreekt kwantificering vaker naarmate doelen dieper ingrijpen in de politieke of economische realiteit. Een aantal, zoals de doelen tegen klimaatverandering, voor het scheppen van banen en die voor grote sociale programma’s, zijn in feite oproepen tot sociaal-economische herverdeling. Ze raken het hart van de machtsverhoudingen in de wereldeconomie en staan haaks op prioriteiten van instituties als het IMF en de WTO. Als het gaat om natuurlijke hulpbronnen en economische hulpmiddelen wordt de formulering ‘toegang tot’ gebruikt, nooit ‘recht op’.

Dat wijst op het belangrijkste gebrek van de afspraken: ze zijn niet bindend en er kunnen dus geen rechten aan worden ontleend. De in de Millenniumdoelen opgenomen belofte van rijke landen om 0,7 procent van hun BBP voor ontwikkelingshulp te geven, stamt uit 1970. Vijf landen hebben zich aan de belofte gehouden.

4 Hoe wordt de voortgang gemeten?

Winst van de Millenniumdoelen is het veel beter meten van ontwikkeling. Maar de VN blijven voor de cijfers afhankelijk van de bureaus van statistiek van de landen zelf. Los van de vraag of die in de armste landen de capaciteit hebben om de 169 doelen bij te houden (een land als Soedan loopt bijvoorbeeld achter met het aanleveren van gegevens), is er ook kritiek op deze methode omdat landen zo over hun eigen voortgang rapporteren.

Ook bij de VN zelf wordt soms gegoocheld. Wereldvoedselorganisatie FAO kreeg kritiek omdat zij vier keer hongercijfers uit het verleden bijstelde, waardoor het vereiste dalingspercentage voor de Millenniumdoelen bij nader inzien gehaald bleek.

Statistieken kunnen ook verhullen. Unicef-directeur Anthony Lake was deze zomer fel in zijn kritiek op de cijferobsessie van de Millenniumdoelen. In de race om goede cijfers concentreren landen zich op makkelijk te helpen groepen, schreef hij. Dit zorgt dat de verslechterende situatie van de allerarmsten buiten beeld raakt.

5 Gaan landen zich aan hun beloften houden?

Enerzijds dringt de urgentie van een voortvarende ontwikkelingsagenda zich nadrukkelijk op in een wereld met een recordaantal migranten, groepen mannen die als enig perspectief gewapend terrorisme zien, schrijnende ongelijkheid, een opwarmend klimaat en een achteruithollende biodiversiteit.

Anderzijds vergaat het de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen na de VN-conferentie waarschijnlijk zoals veel goede voornemens na nieuwjaar. Je bent bij aanvang oprecht van goede wil, maar oude gewoontes zijn sterker. Op een conferentie in Addis Abeba in juni over financiering van de nieuwe ontwikkelingsdoelen, beloofden landen opnieuw meer hulp te geven, en zich in te spannen voor sociale programma’s. Maar dé grote kwestie was belastingheffing, die arme landen in staat stelt hun eigen ontwikkeling te financieren. De rijke OESO-landen waren zeker bereid arme landen die hun belastinginspectie op orde wilden krijgen te steunen. Maar als één man blokkeerden ze een voorstel voor een mondiaal forum tegen internationale belastingontwijking, dat ontwikkelingslanden meer invloed zou geven. Rijke landen waren niet bereid zeggenschap over het tegengaan van belastingontwijking, die nu bij de OESO ligt, te delen.

Na afloop van de conferentie sprak secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon over „een hernieuwd partnerschap voor duurzame ontwikkeling”en een „essentiële stap voorwaarts”. Maar ontwikkelingslanden spraken er schande van dat ze geen invloed krijgen bij het tegengaan van een mechanisme waardoor ze jaarlijks naar schatting 100 miljard dollar aan inkomsten mislopen.