De Politiecolumn: Liever geen Flikken Den Haag

Bij de recherche is het vertrouwen beschadigd, het richtingsgevoel weg en de successen ontbreken. De politieke en ambtelijke top dreigt dat erger te maken, met wéér een knelpuntenplan en een budgetgevecht. Lees liever eerst ‘Focus in de opsporing’, dat vandaag verschijnt. De Politiecolumn, door Guus Meershoek.

Afgelopen vrijdag opende de krant, niet voor het eerst dit jaar, met slecht nieuws over de opsporing. Rechters krijgen te weinig zaken van politie en Openbaar Ministerie aangeleverd om de zittingsdagen te vullen. Dat is wel eens anders geweest. De vrees dat de reorganisatie van de politie hier in belangrijke mate debet aan is, lijkt mij juist. Gelukkig wisten later die avond de Maastrichtse rechercheurs Wolfs en Van Dongen in een goed uur tijd een in kunst handelende seriemoordenaar in de boeien te slaan en voor te geleiden. Nederland kon weer rustig slapen.

Het voorpaginanieuws kan de minister niet hebben verrast: dat het met de recherche niet goed gaat, was hem al duidelijk. Begin september had hij in zijn Herijkingsnota aangekondigd ‘de kennis en kunde’ van de rechercheurs te gaan verbeteren. Prompt waren ambtenaren van zijn departement, het Openbaar Ministerie en de politie aan het werk gezet om een plan te maken. Gaat dat ook werkelijk verbetering brengen?

De spoed die met de plannenmakerij wordt betracht, stemt niet hoopvol. Het maken van een degelijke analyse van de problemen vergt tijd. Waarom niet gewacht op de verschijning vandaag (24 september) van het doorwrochte WODC-rapport met de alleszeggende titel Focus in de opsporing dat alle verbeteringsprogramma’s vanaf het rapport Posthumus (2005) evalueert? Waarom niet eerst in alle rust betrokken deskundigen daar hun licht over laten schijnen voor je weer in een nieuw avontuur te storten? Wat kunnen die ambtenaren nu meer doen dan op basis van een lijstje ‘knelpunten’ in de achterkamers een bureaupolitieke strijd voeren over de verdeling van het beschikbare budget?

Op Prinsjesdag heeft de minister ook al gemeld welk lonkend perspectief het plan gaat bieden: hij gaat investeren in ‘meer financieel-economische en cybercrime-specialisten.’ Kwaad kan dat niet maar wie de recherche kent, weet dat het ook geen betere opsporing oplevert. Financieel-economische specialisten zijn goed in het afpakken van inkomsten uit criminaliteit, gepleegd door daders die al opgespoord zijn. Belangrijk werk maar het leidt vooral tot meer inkomsten van de schatkist, niet tot meer ophelderingen. Cybercrimespecialisten zijn goed in het opsporen van een bijzondere vorm van georganiseerde misdaad. Zij helpen ons echter niet als wij aangifte komen doen van internetcriminaliteit. Bovendien: zolang gekwalificeerde rechercheurs de politie snel blijven verlaten, verdwijnen de investeringen van de minister in een bodemloze put.

De aankondiging van de komst van meer financieel-economische en cybercrime-specialisten moet, zo lijkt het, vooral het plan van de minister in de Tweede Kamer een warm onthaal bezorgen, even warm als het optreden van Wolfs en Van Dongen Maastricht bezorgt bij televisiekijkend Nederland. Personages die met hun flitsende optreden ons even de barre realiteit doen vergeten. Want Flikken Maastricht heeft weinig met de realiteit van de politie te maken: in één aflevering wordt al gauw vaker van het dienstpistool gebruik gemaakt dan de hele eenheid Amsterdam in een jaar doet. En als er in die stad werkelijk zoveel doden vielen, zou Maastricht een van de gevaarlijkste steden van Nederland zijn.

Wij burgers geloven graag in de toverkracht van Wolfs en Van Dongen en willen daarom dat hun niets in de weg wordt gelegd. Daarom spreekt ons ook de gedachte zo aan dat de minister knelpunten gaat wegnemen. Wij willen dat de rechercheurs weer in beweging komen en zijn geneigd het probleem van de recherche te zien als een geval van filevorming. Dat is te simpel.

Een goede recherche heeft focus. Goed recherchewerk steunt op gerichte informatievergaring en welwillendheid bij het delen van informatie binnen het opsporingsteam. Van rechercheurs vergt het creativiteit en vermogen om je in de belevingswereld van de dader in te leven; van de rechercheleiding een schakersmentaliteit. En in de recherche geldt: succes succeeds. Als je een eerste succes weet te boeken, komt het volgende gemakkelijker.

Al deze kwaliteiten zijn kwetsbaar voor verstoring van buitenaf. En, ook al valt er heus op de rechercheurs zelf ook wel wat aan te merken, die verstoring is er in de politie momenteel volop. Een rechercheleiding die de randvoorwaarden voor goed functioneren niet kan verzekeren. Een overvloed aan (digitale) informatie die de recherche weerhoudt van actief speurwerk. Rechercheurs die onzeker zijn over hun functie in de organisatie. Het vertrouwen is beschadigd, het richtingsgevoel is weg, de successen ontbreken.

Wie wil weten of het plan waarmee de minister over enkele weken komt, werkelijk focus in de opsporing gaat brengen, moet zich een paar vragen stellen: Geeft het de recherche in de leiding van de Nationale Politie een eigen, sterke positie zodat de organisatorische voorwaarden voor doortastend speurwerk kunnen worden verzekerd? Worden goede rechercheurs door een beter loopbaanperspectief sterker aan de organisatie gebonden? Formuleert de minister op basis van een Criminaliteitsbeeld 2016 de belangrijkste terreinen van aandacht? En gaat hij met de Tweede Kamer de discussie aan over de rechtstatelijke inbedding van bijpassende, actieve vormen van inlichtingenvergaring zoals infiltratie? Ontbreken op deze vragen de positieve antwoorden, dan is ons slechts een nieuwe aflevering van Flikken Den Haag voorgeschoteld.

Guus Meershoek  is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht

    • Guus Meershoek