Couppleger Burkina Faso betuigt spijt

De oude elite in Burkina Faso bijt in het zand. De coup van vorige week is gesmoord. Met dank aan het ‘oprechte’ volk.

Demonstranten in de hoofdstad Ouagadougou, afgelopen weekeinde toen de spanningen hoog opliepen. Foto Theo Renaut/AP

In Burkina Faso, een van de armste landen ter wereld, hebben de burgers opnieuw hun moed getoond. Ze hebben de macht teruggegrepen. Die conclusie kan worden getrokken uit de ontknoping van de crisis, die vorige week ontstond door een coup van de presidentiële garde.

De afgelopen dagen dreigde nog een bloedbad. Elitetroepen stonden frontaal tegenover protesterende burgers én het reguliere regeringsleger dat zich ook tegen de presidentiële garde had gekeerd. Selchts dankzij bemiddeling van koning Mogho Naaba van de Mossi, de grootste stam van het land, werd een treffen voorkomen.

Gisteravond erkende de leider van de coup, generaal Gilbert Diendere, publiekelijk zijn smadelijke nederlaag. „De coup is voorbij, we praten er niet meer over”, zei hij. „De grootste fout is geweest dat deze coup is gepleegd. Nu iedereen het over democratie heeft, kunnen we ons geen acties zoals deze meer permiteren.”

Het regionale samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen, Ecowas, speelde een omstreden rol bij de ontknoping. De presidenten van Senegal en Benin deden een verzoeningsvoorstel, waarbij coupleider Diendere en leden van zijn 1.200 man sterke presidentiële garde amnestie zouden krijgen. En, niet minder omstreden: anders dan eerder bepaald zouden aanhangers van de vorig jaar bij een volksopstand verdreven president Blaise Compaoré mee mogen doen aan de voor oktober geplande verkiezingen. Burgeropposanten verzetten zich fel tegen die toegevingen.

De presidentiële garde staat symbool voor de oude elite rond ex-president Compaoré die 27 jaar lang de lakens uitdeelde in Burkina Faso. In 1995 liet Comaporé zijn naaste medewerker Diendere het elitecorps oprichten voor zijn eigen bescherming. De presidentiële garde ontvangt betere wapens en betere salarissen dan soldaten in het reguliere leger.

Compaoré benoemde gedurende zijn bewind vrienden op strategische plaatsen in staatsbedrijven en in het ambtenarenapparaat. Familieleden kregen aandelen in de goudmijnen. Die structuren en zijn politieke partij bleven intact na de machtsgreep tegen hem, vorig jaar oktober. Er kwam wel een interim-regering, maar telkens als werd geprobeerd de invloed van de Compaoré-kliek in te perken, dreigde de presidentiële garde met geweld.

Vorig jaar al kreeg de bevolking van Burkina Faso (‘Het land van de rechtschapen mensen’) in Afrika de reputatie zich op straat te durven verzetten tegen de zwaar bewapende en wrede leden van de presidentiële garde, en afscheid te willen nemen van een al te lang zittende leider. Ook dit keer lieten de Burkinezen niet over zich heenlopen. Moeders met potten, pannen en bakspanen verzetten zich buiten de hoofdstad Ouagadougou luidruchtig tegen de coup. In de hoofdstad zelf wierpen jongeren barricades op. Villa’s van aanhangers van Compaoré gingen in vlammen op, evenals het hoofdkantoor van diens partij en de woning van couppleger Diendere.

De volksreactie was zo overdonderend dat soldaten van het reguliere leger erdoor werden aangemoedigd zich niet bij de coup aan te sluiten. Moumina Cherif Sy, een voormalig journalist en thans voorzitter van het overgangsparlement, bleef zijn landgenoten oproepen tot verzet tegen „het verraad van de presidentiële garde”. Ook buiten Burkina Faso werd de coup fel afgekeurd.

Burkina Faso, vroeger Opper Volta, telt 15 miljoen inwoners en is gelegen in de instabiele Sahelstreek. Er bestaat grote bezorgdheid over de hoge jeugdwerkloosheid. Het land ontving altijd relatief veel Westerse hulp, en uit de sector van ontwikkelingsorganisaties kwamen sterke niet-gouvernementele groepen voort.

Een van hen, de snel gegroeide beweging Balai Citoyen (Burgerbezem), vervulde een sleutelrol bij het verzet tegen de militairen. De beweging werd twee jaar geleden gevormd door reggaemuzikant en rapper Karim Sama en Serge Bambara (bekend onder hun artiestennamen Sams’K le Jah en Smockey). ‘Ons aantal is onze kracht’, luidt de slagzin van de activisten. De ‘bezem’ representeert het verlangen om het staatsapparaat te zuiveren van corruptie en straffeloosheid.

    • Koert Lindijer