Afhaken ex-Oostbloklanden in EU voorspelt weinig goeds

Aan de Europese migratietoppen deze week, eerst met ministers en daarna met regeringsleiders, valt een dubbele conclusie te verbinden. Er is net voldoende besloten om politiek weer even verder te kunnen. En wel met het managen van een vluchtelingencrisis die nog veel groter zal worden. Intussen heeft het voormalige Oostblok nog een hele weg te gaan om echt bij de EU te kunnen horen. Bij de Europese Raad van Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken werd dinsdag een besluit over een min of meer verplichte spreiding van vluchtelingen doorgedrukt met een stemming. Een zeldzaam middel, waarmee een belangrijke politieke conventie werd doorbroken. Dat bij controversiële kwesties consensus vooropstaat.

Europees bestuur draait immers op uitruil en schaalgrootte: collectieve oplossingen zijn effectiever voor collectieve problemen dan individuele. En dus moeten nationale belangen en beleidskeuzes onderling in balans worden gebracht. Dat doet iedere lidstaat met enige regelmaat pijn. Maar aan de eindstreep is het saldo doorgaans positief. Het maakt van de EU een succes, ondanks haar stroperigheid, neiging tot vastlopen en hoge achterkamertjesgehalte.

Harmonie bleek deze keer echter onmogelijk. Hongarije, Slowakije, Tsjechië, Roemenië, Finland en Polen bleven zich verzetten. Uiteindelijk stemde Polen voor, onthield Finland zich en bleven er vier weigeraars over. Deze landen wensen in beginsel dus niet de noodtoestand in andere EU-landen te verlichten door vluchtelingen op te nemen. Dat is een harde boodschap die zal doorwerken in andere dossiers. En ook dat is in niemands belang. Het laat wel zien hoe zwaar de vluchtelingencrisis de EU op de proef stelt.

Op Slowakije na leggen de vier weigeraars zich wel neer bij de uitkomst van de stemming. Daarmee kwam gelukkig een einde aan de patstelling over de verdeling van 120.000 vluchtelingen. Gezien de honderdduizenden die vanuit Turkije, Griekenland en de Balkan nog richting Europa zullen trekken, is dat een symbolisch aantal. EU-president Donald Tusk noemde het gisteravond na de top „duidelijk dat de grootste golf van migranten nog moet komen”. Aan de overbelasting van Griekenland, Italië en de Balkan komt dus geen einde. Op een verdere verplichte verdeling van vluchtelingen binnen de EU kan dus gerekend worden. Ook Nederland moet zich dus voorbereiden op meer vluchtelingen, ook via EU-verdeling.

De besluiten die de regeringsleiders gisteravond namen klinken nuchter en realistisch. Meer geld naar de landen van eerste opvang, betere samenwerking met Turkije, herstel van de buitengrenzen, vroege registratie bij aanmeldpunten en ordening van de toestroom. Er zit niks anders op.