Honderden Mekkagangers doodgedrukt.
Alweer

Niet voor het eerst werden gisteren honderden mensen verdrukt tijdens de hadj, de jaarlijkse bedevaart naar Mekka. Een logistieke nachtmerrie voor Saoedi-Arabië.

De vader van Sajida Arif uit de Oost-Pakistaanse stad Lahore was gisteren een van de dodelijke slachtoffers van de ramp in Mekka. Vlak voordat hij vertrok voor de grote bedevaart vertrouwde hij zijn dochter toe dat hij het liefst in Mekka begraven zou worden, zei ze tegen de BBC.

De 58-jarige Ismail Hamba uit Nigeria werd onder de voet gelopen, maar hij overleefde. „Het was verschrikkelijk, echt heel verschrikkelijk”, zei hij tegen persbureau AP.

Het grote aantal slachtoffers van de tragedie is een persoonlijke nederlaag voor de Saoedische koning Salman. Als ‘hoeder van de twee heilige steden’, zoals een van zijn vele titels luidt, is hij immers persoonlijk verantwoordelijk voor de veiligheid van Mekka en Medina en de pelgrims.

De ramp roept de vraag op of Saoedi-Arabië wel is toegerust op de grootste pelgrimage ter wereld. Heeft het land wel de infrastructuur en neemt het wel genoeg veiligheidsmaatregelen om elk jaar ruim 2 miljoen moslims veilig te kunnen ontvangen? Want het is zeker niet het eerste jaar dat er veel doden vallen tijdens de hadj. De laatste keer was in 2006, toen 346 mensen werden doodgedrukt.

Saoedi-Arabië is trots op zijn rol als hoeder van de heilige steden Mekka en Medina. Maar de hadj vormt ook een logistieke nachtmerrie door het enorme aantal pelgrims. Mensen uit alle hoeken van de wereld, met totaal verschillende talen en culturen, willen op ongeveer hetzelfde moment dezelfde rituelen uitvoeren.

Levensgevaarlijke situaties

Verdrukking is de voornaamste doodsoorzaak tijdens de hadj. Op de binnenplaats van de Grote Moskee in Mekka, die plaats kan bieden aan 1,2 miljoen gelovigen, ontstaan soms levensgevaarlijke situaties als mensenmassa’s in tegenovergestelde richting lopen en op elkaar botsen bij een van de vele in- en uitgangen.

De meeste pelgrims zijn de afgelopen decennia echter doodgedrukt in Mina, een stoffige valei aan de rand van Mekka. Dit is de plek waar pelgrims op symbolische wijze de duivel stenigen door stenen tegen drie grote pilaren te gooien. In de vallei staan ruim 160.000 tenten, waarin pelgrims de nacht doorbrengen.

Het drama van gisteren vond ook plaats in Mina, op een kruispunt van twee wegen waar een enorme toeloop van pelgrims was. Ze waren ’s ochtends op weg naar een grote brug, van waaruit pelgrims stenen naar de pilaren kunnen gooien. Die zogeheten Jamaratbrug is neergezet om de druk van de massa te verminderen.

Na de ramp van 2006 besloten de Saoedische autoriteiten om de oude brug, die uit 1963 dateerde en slechts een verdieping telde, te slopen. Er werd voor miljarden dollars een nieuw bouwwerk neergezet met meerdere etages. Ook kwamen er extra tunnels en loopbruggen om de toegang te verbeteren.

Maar volgens critici is hierbij nauwelijks rekening gehouden met de veiligheid van de pelgrims. „De renovatie en uitbreiding zijn uitgevoerd onder het voorwendsel meer ruimte voor pelgrims te creëren, maar het maskeert landjepik en er werden enorme hoeveelheden geld verdiend door de prinsen en andere Saoediërs”, zei Madawi al-Rasheed, een antropoloog die is verbonden aan de London School of Economics tegen The New York Times.

Volgens de Saoedische autoriteiten is de ramp „mogelijk veroorzaakt door de beweging van sommige pelgrims die niet de richtlijnen en instructies volgden van de verantwoordelijke autoriteiten”. Maar het hoofd van de Iraanse hadjorganisatie, en niet alleen hij, wijt het drama, waarbij 41 Iraanse pelgrims omkwamen, aan „mismanagement en gebrek aan aandacht voor de veiligheid van pelgrims”. Hij zei dat het ongeluk mogelijk is veroorzaakt doordat er een weg was afgesloten.

En de hadj was dit jaar toch al onder een slecht gesternte begonnen. Anderhalve week geleden vielen 118 doden en 390 gewonden toen er een enorme hijskraan op de Grote Moskee in Mekka donderde. En vorige week moesten meer dan duizend pelgrims worden geëvacueerd uit een hotel in Mekka nadat er brand was uitgebroken.

De Saoedische autoriteiten geven de schuld van het ongeluk met de hijskraan aan de Bin Laden Groep, een enorm bouwbedrijf dat is opgericht door de vader van Osama bin Laden. Het bedrijf werkt aan de uitbreiding van de Grote Moskee waar de Ka’aba ligt. Deze zwarte kubus is het belangrijkste heiligdom van de islam: het huis van God. Tijdens de hadj lopen pelgrims zeven rondjes om de Ka’aba.

Volgens een ingenieur van de Bin Laden Groep was de ramp met de hijskraan helemaal niet het gevolg van een technische fout. „De hijskraan was zo neergezet dat hij geen risico vormde voor de honderdduizenden gelovigen”, zei hij tegen het Franse persbureau AFP. „Het enige wat ik kan zeggen is dat het incident buiten de macht van mensen lag. Het was een daad van God.”

Gisteren deden de Saoedische autoriteiten hun best om verslaggeving vanaf de rampplek te verhinderen. Journalisten mochten er niet naar toe en Al Jazeera meldde dat veiligheidsagenten filmen onmogelijk maakten.

 

  Op de plek waar het gebeurde, was het in andere jaren juist minder druk, vertelt Nourdeen Wildeman.

Nourdeen Wildeman ging in 2010 op hadj, de bedevaart naar Mekka in Saoedi-Arabië. Hij bezocht de heilige steden Mekka en Medina. Hij was ook op de plek waar gisteren meer dan 700 mensen de dood vonden. 

„Het is druk, natuurlijk is het druk in Mekka. Vooral in het moskeecomplex. Er komen daar miljoenen moslims bij elkaar. Maar dat het zoveel mensen zijn, dat voel je niet. De moskee bestaat uit verschillende verdiepingen. Als er op een verdieping te veel mensen zijn, dan mag je er niet meer bij. Dat is strak geregeld. 

Eerlijk gezegd ben ik liever in Mekka dan in op winkelcentrum Hoog Caterijne in Utrecht. Daar krioelen de mensen door elkaar: de een loopt een winkel in of uit, de andere wil verder. In Mekka lopen alle mensen dezelfde kant op. Je kunt niet anders. Het is zo ingericht dat je maar één kant op kunt lopen.

Er zijn ook twee tunnels. De ene tunnel is naar de moskee, de andere tunnel is voor mensen die er vandaan komen. Er staan overal soldaten. Ongewapend zijn ze. Als mensen tegen de stroom in proberen te lopen, sturen zij hen terug.

Het centrum van de moskee is de Ka’aba. Daar is het heel druk. We lopen zeven rondjes rond de Ka’aba. Nou ja, lopen. Schuifelen. Dat is een belangrijk ritueel.

Gisteren was het de dag van het Offerfeest. Op die dag gooi je steentje naar een aantal pilaren. Dat staat symbool voor het stenigen van de duivel. Op die plek is het ook heel druk. Maar alles is zo goed mogelijk geregeld zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren. En dat niemand geraakt kan worden door de steentjes.

De mannen lopen in witte doeken. Zo is iedereen gelijk: bankdirecteur en groenteboer. Maar het is er bloedheet, iedereen loopt te zweten. Die doeken worden niet elke dag gewassen. Eerlijk gezegd had ik meer last van de stank dan van de drukte.

Je verblijft in tentenkampen net buiten Mekka. Het zijn grote tenten waar tientallen mensen in overnachten. Op de plek waar het ongeluk is gebeurd is het juist wat minder druk. Misschien zijn er straten afgesloten, of is er totale paniek uitgebroken. Anders kan ik het me niet voorstellen.”