1.000.000 liter water wegpompen. Elke dag

De nieuwe snelweg tussen Delft en Schiedam is bijna klaar. Maar om de weg droog te houden, moet veel meer water worden weggepompt dan mag. De gemeente Midden-Delfland is not amused.

De A4 tussen Delft (rechts bovenaan) en Schiedam wordt verdiept aangelegd. De gemeente Midden-Delfland ligt tussen het ecoduct halverwege de foto en Delft. Linksboven ligt de golfbaan van Schipluiden, de grootste plaats van Midden-Delfland. Bij Schiedam (in het zuiden, niet op de foto) is de snelweg overdekt. Foto Siebe Swart / HH

Morrend zijn ze in de gemeente Midden-Delfland ooit akkoord gegaan met de aanleg van een stuk snelweg in hun achtertuin. Echt boos is wethouder Govert van Oord van de lokale partij Open-Groen-Progressief (OPG) pas geworden tijdens de daadwerkelijke bouw van het zeven kilometer lange stuk A4 tussen Delft en Schiedam. „Rijkswaterstaat doet niet wat het belooft”, zegt hij. „En als wij hen daarop aanspreken, kijken ze fluitend in de lucht en zeggen dat het allemaal wel meevalt. Daar worden wij mierig van.”

De A4 Midden-Delfland is het meest besproken stukje snelweg van Nederland. Sinds 1953 hebben zich vijftien verkeersministers bemoeid met de ontbrekende schakel in de A4 tussen Amsterdam en Antwerpen, die helaas dwars door een natuurgebied loopt – een groene buffer tussen Rotterdam en Den Haag. Vier jaar geleden mocht het werk van de Raad van State eindelijk beginnen.

Veel werk verricht

Er is sinds 2011 veel werk verricht. Er is een honderd meter breed aquaduct annex ecoduct gebouwd. Een deel van de weg is half verdiept aangelegd. Een ander deel verdiept. En weer een ander deel, bij Vlaardingen en Schiedam, is uitgevoerd als landtunnel. Nog vóór Kerstmis moeten de eerste auto’s er rijden, en daarmee zou een einde moeten komen aan de grote drukte op de A13 tussen Den Haag en Rotterdam.

Het is de vraag of bij de opening alle vergunningen op orde zijn. Lekkend grondwater houdt de gemoederen bezig. Het gebied Midden-Delfland is een zompige veenpolder waar je niet zomaar een strook asfalt overheen legt. Twee maatregelen van aannemerscombinatie ‘A4all’ (Boskalis, Heijmans en VolkerWessels) moesten bewerkstelligen dat de weg droog zou blijven. Er zijn diepe wanden in de grond geslagen aan weerskanten van het verdiept gelegen deel van de snelweg, vervaardigd van cement-bentoniet. Een betonnen vloer leggen was niet nodig, want er bevindt zich op ruim veertig meter diepte een harde kleilaag die het grondwater verhindert naar boven te komen. Dat betekende een flinke besparing.

Nu is de vraag of goedkoop geen duurkoop zal zijn. Er sijpelt namelijk niet slechts mondjesmaat grondwater in de kuip waar straks auto’s rijden, maar in behoorlijk grote hoeveelheden. De wanden van bentoniet laten meer water door dan berekend, en ook de harde kleilaag in de diepe ondergrond blijkt „minder waterdicht te zijn dan aanvankelijk gedacht”, zegt projectdirecteur Adrie Franken van Rijkswaterstaat.

Het bleek onvoldoende

Begin vorig jaar gaf het Hoogheemraadschap van Delfland de bouwers toestemming om dagelijks maximaal 400 kubieke meter ofwel 400.000 liter water uit de kuip weg te pompen. Dat bleek niet voldoende. Bij lange na niet. Vorig jaar zomer moest tijdelijk 2.600 kubieke meter per dag worden bemalen. Nu is dat geslonken tot ongeveer 1.000 kubieke meter.

Rijkswaterstaat liet eerder dit jaar onderzoek doen door waterinstituut Deltares. Dat stelde voor een vergunning aan te vragen voor maximaal 1.500 kubieke meter. Nog vóór de definitieve vaststelling van het rapport gaf Rijkswaterstaat daaraan gehoor. Op 6 februari vroeg Rijkswaterstaat het hoogheemraadschap een wijziging van de vergunning, omdat het „onttrekkingsdebiet”, ofwel de hoeveelheid weggepompt water, „hoger is dan vooraf gedacht en berekend”. De „voornaamste reden” daarvoor, is „een grotere doorlatendheid van de aangebrachte cement-bentonietwanden”.

Geen nadeel voor de omgeving

Het hoogheemraadschap denkt na. Aanvankelijk wilden dijkgraaf en hoogheemraden het verzoek best honoreren. Alsnog een betonnen bak bouwen zou „maatschappelijk niet verantwoord” zijn vanwege de kosten en de vertraging, en uit onderzoeken was gebleken dat het wegpompen van maximaal 1,5 miljoen liter water per dag „niet of nauwelijks nadelige gevolgen heeft in de omgeving”, zo staat in een voorstel van eerder dit jaar. Verder zegde het hoogheemraadschap toe voorlopig niet handhavend op te treden, ook al pompte Rijkswaterstaat véél meer grondwater weg dan volgens de eerste vergunning was toegestaan.

Maar vervolgens kwamen er bezwaren. Van de gemeente Midden-Delfland en van de actiegroep Batavier, die zich ten doel stelt de afspraken te bewaken dat de weg geen schade toebrengt. Daarvoor toont het hoogheemraadschap zich gevoelig. Een besluit volgt uiterlijk begin november.

Dat het onttrekken van een miljoen liter water per dag aan dit kwetsbare cultuurlandschap nadelen heeft, ligt volgens de gemeente Midden-Delfland voor de hand. Burgemeester en wethouders spreken van „een onaangename verrassing” in een brandbrief aan minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD). Rijkswaterstaat en hoogheemraadschap hebben na het ontdekken van de lekkage de kwestie veel te lang op z’n beloop gelaten, meent de gemeente, terwijl de gevolgen „onaanvaardbaar” zijn: bodemdaling en verzakkingen. Dat de gevolgen meevallen, zoals onderzoek door Deltares suggereert, wil er bij de gemeente niet in. Twee andere bureaus die de gemeente inschakelde, Wareco en Grontmij, stellen dat de effecten op de lange termijn „onbekend” zijn en dat het veen „mogelijk onherstelbaar” zal worden afgebroken.

Wethouder Van Oord: „De bodem klinkt hier normaliter al een halve centimeter tot een centimeter per jaar in. Dat vergt een uitgekiend waterbeheer. Als dit er nog bij komt, beschadig je dat watersysteem en moet het hoogheemraadschap vuil water van buiten de polder inlaten. Het vreemde is dat het hoogheemraadschap daar aanvankelijk toch mee wilde instemmen, ook al druist dat in tegen hun eigen beleid. Men heeft iets uit te leggen.”

Op een website van het project verdedigde Rijkswaterstaat zich eerder dit jaar tegen bezorgde omwonenden. Op een suggestie dat het wegdek „niet gefundeerd” is en „verzakt” luidt het antwoord: „Er is hier geen sprake van verzakking van het wegdek. [...] De effectenstudie heeft uitgewezen dat er geen merkbare gevolgen zijn voor de omgeving. [...] Het kwelwater wordt via het drainagesysteem geloosd op de Nieuwe Waterweg en dus niet op het polderwater.”

In goed overleg

Rijkswaterstaat werkt nu aan „aanvullende rapportages”, vertelt projectdirecteur Adrie Franken. „Wij willen in goed overleg rapporteren aan het hoogheemraadschap en aan de omgeving duidelijk maken dat de effecten zeer beperkt zijn.” Midden-Delfland heeft minister Schultz van Haegen intussen gevraagd in te grijpen. Als dat niet gebeurt, dan beraadt het zich op „juridische vervolgstappen”.

Onlangs kreeg de gemeente antwoord van de minister, bij monde van algemeen directeur Jan Hendrik Dronkers van Rijkswaterstaat. „Ik betreur het dat u aangeeft dat er sprake zou zijn van een verstoorde relatie en dat u zich geroepen voelt om juridische stappen te overwegen”, schrijft hij. Rijkswaterstaat stelt dat extra onderzoek het hoogheemraadschap juist in staat probeert te stellen „een gedegen besluit te nemen”. Kort en goed: „Het is van belang dat wij in gesprek blijven. Ik hecht daar sterk aan.” Projectdirecteur Adrie Franken: „Jammer dat u geen positief verhaal over de weg schrijft.”

    • Arjen Schreuder