Zorgverzekeraars vergroten buffers veel meer dan wettelijk nodig

Zorgverzekeraars hebben hun financiële reserves het afgelopen jaar opnieuw flink vergroot, veel meer dan wettelijk gezien nodig is. Gezamenlijk hadden ze 6,2 miljard euro meer in kas dan van ze wordt vereist, zo blijkt uit vandaag verstrekte cijfers van De Nederlandsche Bank.

De verzekeraars zaten daarmee 241 procent boven de minimale kapitaaleisen van de toezichthouder. Aan het einde van 2013 was dat nog 216 procent, toen het bufferoverschot nog uitkwam 5 miljard euro. In een jaar tijd is dus 1,2 miljard euro meer opgepot dan volgens de eisen van DNB nodig was.

Het groeiende bufferoverschot is voor een deel te verklaren door de invoering van nieuwe regels. Vanaf volgend jaar moeten verzekeraars namelijk grotere financiële stootkussens hebben. Hoeveel groter is moeilijk te bepalen, omdat bij het bepalen van de nieuwe normen wordt uitgegaan van aannames van de verzekeraar zelf.

Geld teruggeven aan de verzekerden

In de politiek neemt de roep om een deel van de overbodige buffers in te zetten om de premies minder snel te laten stijgen of zelfs te laten zakken. Een deel van de extra winst wordt al teruggegeven aan verzekerden. Vorig jaar gebruikten de verzekeraars 1,4 miljard om de stijging van de premie te beperken.

Voor volgend jaar rekent minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) op een iets grotere meevaller voor verzekerden. Schippers verwacht dat zorgverzekeraars volgend jaar 1,5 miljard aan overtollige reserves zullen inzetten om de premiestijging te temperen, zo bleek vorige week op Prinsjesdag uit de raming van haar ministerie.

Lees vanmiddag in NRC Handelsblad meer over de groeiende buffers van verzekeraars.