Van Hove bewerkt ‘De Stille Kracht’ met veel spektakel

Mingus Dagelet, Gijs Scholten van Aschat, Gaite Jansen, Halina Reijn Foto Jan Versweyveld

Regen, regen en nog eens regen. In De Stille Kracht van Toneelgroep Amsterdam valt het bijna een voorstelling lang met bakken uit het toneelhuis. Kostuums raken doorweekt, de piano ontstemd. De kartonnen map met idealistische plannen van resident Otto van Oudijck (Gijs Scholten van Aschat) moet het ontgelden. De vellen papier verdrinken in plassen water.

Het is een sterk beeld bij de roman van Louis Couperus uit 1900 over het verval van een koloniale droom. Hoofdpersonage Van Oudijck meende op Java altijd een goede vader te zijn geweest voor zowel zijn gezin als de inheemse bevolking, totdat oosterse krachten dat idee doen wankelen.

Terwijl die ontregelende krachten bij Couperus stil op iedere pagina onderhuids smeulen en af en toe met veel suspense komen bovendrijven, slaan ze in de theaterbewerking onverwacht en met veel indrukwekkend spektakel toe. Regisseur Ivo van Hove zet naast de regen, ook wind- en rookmachines en grote videoprojecties in. Percussionist Harry de Wit creëert live de nodige schrikeffecten.

Ook bij de trieste conclusie van het verhaal zocht Van Hove grootse beelden. Dat de cultuurverschillen tussen oost en west onoverbrugbaar blijken, illustreert hij door ‘inlanders’ en westerlingen ook letterlijk op meters afstand van elkaar te laten praten. Acteur Mingus Dagelet verbeeldt onze exotische blik door als onweerstaanbare Indische jongeling met ontbloot bovenlijf naar zijn blanke meesteres te tijgeren.

Op het moment dat ze zich het meest bedreigd voelen door de vreemde cultuur, trekken de kolonisten zich terug in een eigen kring en zingen bezwerend ‘Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij’.

De scène doet denken aan hoe Europa momenteel angstvallig haar grenzen sluit. De moderne aankleding laat ruimte voor deze actuele lezing. Invoelbaar wordt het niet. Daarvoor mist de kleinmenselijke kant.

De acteurs spelen meer op effect dan vanuit psychologie. De belangrijkste momenten voelen vooral overdreven. Als Van Oudijck de plaatselijke regent ontslaat, is de wanhoopskreet van zijn moeder (Marieke Heebink) net iets te luid. In de beroemde douchescène waarin Léonie met rode siri bespat wordt, rent en rolt een naakte Halina Reijn net iets te hysterisch over het podium. De stille krachten broeien hier niet, maar brullen.