Vluchtelingen en de waarheid

Ooit zei Máxima: de Nederlander bestaat niet. En: „Om de identiteit en loyaliteit van een mens zijn geen hekken te plaatsen.” Een half intellectuele opmerking vanuit het koningshuis. Het klinkt als sciencefiction. Het was 2007.

„Het idee dat er zoiets als een Leitkultur bestaat is onzin”, zei filosoof en ethicus Beate Roessler onlangs op een lezingenavond over de vluchtelingencrisis. „Wanneer we ons afvragen waarom we eigenlijk grenzen hebben, antwoorden mensen: we hebben een homogene samenleving die niet heterogeen mag worden.”

Maar migratie is van alle tijden. Een historicus trok een grafiek tevoorschijn: rond 1650 was 40 procent van de Amsterdammers ‘allochtoon’. Nu is dat 30 procent.

Toch lijkt het handig om vluchtelingen puur als slachtoffers te portretteren, want hoe weerlozer en aangespoelder ze op de foto komen, hoe meer mensen ineens te hulp schieten. En een deken is zacht en warm, ongeacht met welk sentiment deze wordt geschonken. Roessler begreep: „Ook autonome mensen hebben soms hulp nodig. Met je vrienden heb je een gelijkwaardige verhouding en die help je toch ook?”

Alle academici die spraken ontkrachtten het woord ‘crisis’. Het veelgebruikte ‘vluchtelingencrisis’ duidt vooral op de plotse zichtbaarheid van het probleem. En het woord ‘probleem’ is ingewikkeld: dat lijkt iets te zijn wat ook wel weg te knippen is, terwijl het toelaten van migratie geen keuze is, maar een constant verschijnsel, aldus de historicus.

Hoewel we over een realiteit spreken die toch wel woekert, is woordkeuze uiterst belangrijk, want zonder precisie spreken we alsnog in dezelfde taal, maar zonder elkaar te verstaan. Ik moet denken aan de asieladvocaat die me vertelde dat de IND aan vluchtelingen vraagt of ze een kaart van hun dorp of wijk kunnen tekenen. Daarmee testen ze of iemand de waarheid spreekt over waar hij vandaan komt. Mensen zijn beleefd of gedwee en tekenen iets, zelfs als ze nog nooit een kaart hebben gezien.

Eigenlijk is die methode zo gek nog niet, want landsgrenzen hebben een even knullig ontstaan. Gewoon een lijntje trekken, gebaarde Roessler. Ook hekelde de ethicus het onderscheid tussen economische en politieke vluchtelingen, want economische redenen zijn evengoed politiek. Wanneer mensen vertrekken vanwege een tekort aan levensmiddelen, heeft de regering van het land waar zij vandaan komen geen ideologisch probleem met het feit dat mensen honger lijden.

Je zou Máxima een romantische vluchteling kunnen noemen, want een gebrek aan liefde in eigen land kan best een reden zijn om niet te willen blijven.

Dat we op beleidsniveau regels aanhouden over wie erbij hoort en wie niet, oké, daar kun je over steggelen; schaakstukken bewegen ook op afspraak. Op een fundamenteel niveau had Máxima gewoon gelijk. De verontwaardiging over haar woorden was pure waarheidsschennis.

    • Simone van Saarloos