‘Richt maar op mijn hart, dan word ik een martelaar’

De stenengooiers zijn niet bang voor kogels. ‘Het is ons land.’

Gemaskerde stenengooier in Oost-Jeruzalem. Afgelopen weekeinde kregen Israëlische ordetroepen toestemming om voortaan met scherp te schieten. Foto Ahmad Gharabli/AFP

Hij werd in zijn enkel geraakt. In zijn onderbeen. Zijn dijbeen, zijn heup. Kijk, hier zie je de wond nog. Kifah (18) schuift de band van zijn onderbroek iets omlaag. Een rode plek. Dit is wat rubberkogels met stenengooiers doen.

Kifah zit met zijn vrienden Shadi (23) en Jihad (20) op een muurtje even buiten de Damascus-poort naar de Oude Stad in Oost-Jeruzalem. Ze dragen spijkerbroeken, hippe sneakers, een petje. Alle drie komen ze uit het oostelijke deel van de stad. Argwanend kijken ze naar de ordetroepen die voorbijkomen met hun machinegeweren. Later die dag wordt de poort afgesloten om ongeregeldheden rond de Joodse feestdag Yom Kippur tegen te gaan.

Sinds ruim een week is het geweld in Jeruzalem weer opgelaaid. Gebruikelijke twisten over de Tempelberg in Oost-Jeruzalem werden gevolgd door de dood van de 64-jarige Israëliër Alexander Levlovich, die verongelukte nadat een Palestijn een steen door de ruit van zijn auto had gegooid. Levlovich was het twaalfde dodelijke Joodse slachtoffer van stenengooiers in de geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Daarom richten de Israëlische autoriteiten nu hun vizier op stenengooiers. Israëlische troepen mogen voortaan met scherp op hen schieten. Kifah, Shadi en Jihad hebben ervan gehoord. „Richt maar op mijn hoofd of mijn hart”, zegt Kifah vol bravoure. „Dan word ik een martelaar.”

Ook de drie vrienden noemen de onenigheid over de Tempelberg als de voornaamste oorzaak van het nieuwe geweld. Kifah: „Als de Israëlische ordetroepen de Al-Aqsa-moskee of onze wijk binnengaan, voelt dat alsof iemand ons huis binnenkomt. Dat moet je verdedigen.” Ze vrezen dat de Joden uiteindelijk een tempel willen bouwen op de plaats waar nu de Rotskoepel staat. Je begint met stenen te gooien, zegt Shadi, als de ordetroepen je provoceren. „Als zij niets doen, doen wij ook niets.”

Van een Derde Intifada is officieel nog geen sprake. Maar sinds juni 2014, toen drie Joodse scholieren werden vermoord op de bezette Westelijke Jordaanoever, worden er honderden incidenten per maand geregistreerd in Jeruzalem. Daarom wordt er wel gesproken van een ‘Jeruzalem-intifada’. Alleen al in juni en juli werden 580 incidenten gemeld in en om de Oude Stad, variërend van stenengooien tot het ontheiligen van graven.

Muren van haat

Advocaat en Jeruzalem-expert Daniel Seidemann ziet het om zich heen gebeuren. Hij woont in een wijk die grenst aan de Groene Lijn die Jeruzalem in Oost en West verdeelt. De „muren van haat” in Jeruzalem zijn zelfs hoger dan ooit sinds 1967, zegt Seidemann. „Ja, inclusief de Tweede Intifada.”

Seidemann werd twee jaar geleden op zijn hoofd geraakt door een steen toen hij door een buurt in Oost-Jeruzalem reed. Hij hield er slechts een lichte hersenschudding aan over. Het gevolg is wel, zegt hij, dat hij niet meer in z’n eentje naar Oost-Jeruzalem gaat. „Net als 99 procent van de Israëliërs. Netanyahu en burgemeester Nir Barkat van Jeruzalem zeggen geregeld dat de stad de eeuwige en ondeelbare hoofdstad van Israël is. Ze leven in een fantasiewereld.”

De inwoners van West-Jeruzalem zijn bang. Ze mijden Oost-Jeruzalem, en durven de snelweg 443 nauwelijks nog te nemen. Die weg, tussen Jeruzalem en Tel Aviv, voert door de Westelijke Jordaanoever. Geregeld zijn er berichten van auto’s die worden bekogeld vanaf viaducten.

De angst van Israëliërs is terecht, zegt Seidemann. „De Palestijnen begrijpen dat niet. Maar de Israëliërs begrijpen weer niet hoe ongelooflijk vernederd de Palestijnen zich voelen. Natuurlijk, het geweld ontstaat vaak door de Tempelberg. Maar wat het in leven houdt, is de afwezigheid van hoop en een toekomst. Oost-Jeruzalem bestaat uit 300.000 mensen zonder rechten”, zegt hij. „Zolang het bezet is, zal er verzet zijn.”

Kifah, die al zo vaak werd geraakt, zegt zich door geen enkele maatregel te laten weerhouden. „Je weet dat je in de gevangenis komt of sterft. Niets kan me van gedachten doen veranderen. Het is ons land.”

En met ‘ons land’ bedoelt Kifah ook Israël – het hele vroegere mandaatgebied Palestina noemt hij ‘bezet’ gebied. „Ik zou ook stenen gooien in West-Jeruzalem als ik de kans zou krijgen.” In principe, zegt hij, mikken ze op de zwaarbewapende ordetroepen. Maar die 64-jarige man die een steen door de ruit van zijn auto kreeg? „Had hij maar niet door onze buurten moeten rijden.”

Aan de andere kant van de stad, in het Hadassah Ziekenhuis in West-Jeruzalem, ligt de 15-jarige Mohammed Issa met de bovenkant van zijn hoofd in het verband. Hij liep zaterdagavond met zijn moeder op straat in de wijk Isawiya, op weg naar de apotheek. Er was wel wat gedoe, maar niets bijzonders: „hooguit zeven tot tien stenengooiers” die protesteerden tegen de aanwezigheid van Israëlische ordetroepen, aldus Mohammeds oom Mahmoud (38).

Ineens kreeg Mohammed een rubberkogel in zijn hoofd. Zijn linkerhand kan hij niet bewegen, waarschijnlijk omdat er een zenuw in zijn hersenen is geraakt, „maar verder gaat het goed met me, godzijdank”. Zelf heeft Mohammed nog nooit met stenen gegooid, bezweert hij.

Als de Israëliërs met scherp hadden geschoten, zegt oom Mahmoud, was Mohammed dood geweest. „Natuurlijk, de Israëliërs zijn bang voor stenen. Dat snap ik. Ik keur het ook niet goed dat jongens stenen gooien naar auto’s. Maar die ordetroepen? Israëliërs zijn bang voor alles. Ze hebben een volle bepakking en een kogelvrij vest aan. Wij hebben alleen stenen, maar ze schieten op ons alsof we zwaarbewapend zijn.”

    • Derk Walters