Opinie

    • Jutta Chorus

Rembrandt Heineken House

Zie ze maar eens uit elkaar te halen, de politici en de journalisten in hun loftuitingen op de aankoop van twee Rembrandt-portretten. „Ons kikkerlandje gaat misschien wel scoren.” „Rembrandt komt thuis.” „We zijn zo trots op dit land.” En: „Eens, allemaal eens, alle kijkers ook: eens.”

De eerste komt uit de Volkskrant, de tweede uit De Telegraaf, de derde van D66-leider Alexander Pechtold, de vierde van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij had in Rembrandt God gezien. De verslaggever van RTL Nieuws sprak van ‘hét kunstnieuws van het jaar’.

O, wat hadden ze het héérlijk samen in het Rembrandt Heineken House.

Twee weken geleden had Alexander Pechtold alle voorzitters van de verkozen Tweede Kamerfracties – dus niet tussentijdse uitstappers als de Turkse PvdA’ers – uitgenodigd op het Mauritshuis. Daar werden ze warm gemaakt om 80 miljoen euro mee te betalen aan de aanschaf van twee Rembrandt-portretten. En warm werden ze. Van VVD tot GroenLinks en SP, iedereen zwijmelde van de vaderlandsliefde.

Als ik SP-leider Roemer bel, de man van de tweedeling in de maatschappij, zegt hij: „Kiezers hebben daar natuurlijk vragen bij en die moet je serieus nemen, maar voor mij is de aanschaf van ontzettend groot belang. Dit komt maar één keer in je leven voorbij.” Jesse Klaver laat weten dat GroenLinks het „een goed plan” vindt, omdat de aankoop niet ten koste gaat van de zorg of sociale zekerheid.

De Telegraaf was als eerste krant op de hoogte. „Via een bron buiten Den Haag”, bezweert Pechtold. „Toen ik erachter kwam, heb ik een dringend beroep op de redactie gedaan om nog even te wachten.” En dat deden de journalisten. Dus duurde het tot maandag voor ze op de voorpagina konden zetten: „Broer en zus van Nachtwacht naar Rijksmuseum”. De volgende dagen kwamen alle kranten en nieuwsrubrieken met soortgelijke items. Nergens de vraag aan politici: wie was er eigenlijk tegen de overeenkomst? En waarom? Welke belangen zijn tegen elkaar afgewogen?

Nee, als politici beweren dat iets voor álle Nederlanders is, staat de journalistiek met de hoed in de hand.

Waar deed die innige omstrengeling me aan denken? Aan de lulligste periode van de Nederlandse journalistiek, de tijd van de Greet Hofmans-affaire. Toen de dagbladen (met uitzondering van De Waarheid) op verzoek van het kabinet niet schreven over de crisis op paleis Soestdijk. Onthullingen waren voorbehouden aan buitenlandse media als Der Spiegel en Daily Express, omdat die, zoals H.J.A. Hofland het zo mooi beschreef in het boek Tegels lichten „niet meteen het petje lichtte als er een autoriteit in zicht kwam, maar dan juist extra oplettend werd”.

In het Mauritshuis, hoor ik, kwam het enige kritische geluid van Henk Krol, de onverstoorbare jokkebrok van 50Plus. „Als je ziet hoeveel mensen boven de 45 jaar zonder werk zitten en hoeveel ouderen worden gekort”, zei hij, „zou ik het geld toch echt anders willen besteden.”

Met zulke vijanden heeft Rembrandt geen vrienden meer nodig.

    • Jutta Chorus