Oad-familie daagt Rabobank voor rechter om ‘onnodig’ faillissement

Rabobank: Familie Ter Haar stelt financiële positie veel te rooskleurig voor, einde was onvermijdelijk.

Oad-reizigers komen terug van hun busreis. De touroperator werd op 25 september 2013, geheel onverwacht voor de buitenwereld, failliet verklaard. De eigenaren verwijten Rabobank een „kille opstelling”. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Vrijwel precies twee jaar na het geruchtmakende faillissement van reisorganisatie Oad, op 25 september 2013, zaten Oad en Rabobank eindelijk aan één tafel. Een lange tafel, dat wel.

De tegenstanders troffen elkaar gisteren in de rechtbank in Utrecht. Uiterst rechts aan tafel zaten Oad-bestuurders Quirine en Julius ter Haar, kinderen van Joop ter Haar, de man die het familiebedrijf uit Holten decennia lang heeft geleid en opgebouwd. Uiterst links de accountmanagers Schilder en Cuknis van Bijzonder Beheer van de Rabobank, de afdeling die cliënten in zwaar weer begeleidt. In het midden vier advocaten, twee van elke partij.

De aandeelhouders van Oad, broer en zus Ter Haar, eisen 65 miljoen euro schadevergoeding van Rabobank, omdat hun aandelen waardeloos zijn geworden. Door het faillissement verloren 1.750 mensen hun baan. Rabobank heeft volgens Oad zijn zorgplicht verzaakt door zich met harde eisen onredelijk op te stellen.

Julius ter Haar haalde al eerder zijn gram in de media. Hij is er van overtuigd dat de „kille opstelling” van Rabobank zijn bedrijf om zeep heeft geholpen. Rabobank sprak zich gisteren voor het eerst uit over het conflict. Ze hebben Oad correct en redelijk behandeld vinden ze, de ondergang van het bedrijf was onvermijdelijk.

Hoe ging het met Oad in 2013? Die vraag stond centraal in beide pleidooien en werd zeer verschillend beantwoord.

Uitstekend, vonden de advocaten Tom de Waard en Marjorie Sinke van DeWaardSinke namens de eisende partij, Stichting Administratiekantoor Oad Groep Holding, ofwel Quirine en Julius ter Haar. Drie van de vier divisies waren winstgevend: de reisbureaus, het touringcarbedrijf en de afdeling sport en zakenreizen voor bedrijven. Alleen de divisie ‘tour operating’ leed sinds 2012 verlies.

Geen enkel risico

Rabobank liep geen enkel risico, want er was voor 20 miljoen euro aan zekerheden verpand aan de bank. Kortom: geen reden voor paniek, volgens De Waard en Sinke.

Het ging beroerd met Oad in 2013, vond advocaat Berto Winters van De Brauw namens de gedaagde partij Rabobank. Sinds 2008 was de netto kasstroom negatief. De omzetten liepen sterk terug, het eigen vermogen was naar nul gedaald.

Een belangrijke oorzaak was gebrek aan innovatie: Oad had te lang gewacht met online boeken, een inhaalplan kwam niet van de grond. Er was geen perspectief op verbetering, Oad leunde steeds sterker op het bankkrediet. Winters: „Het uiterst zonnige beeld van de toekomst van Oad wordt niet door feiten geschraagd.”

Dus was er voor Rabobank wel degelijk genoeg reden om de teugels aan te halen. In januari 2013 stelde de bank een vermogenseis van 10 miljoen euro. In april werd die eis verlaagd naar 7,5 miljoen euro, in september naar 7 miljoen euro. De aandeelhouders wilden of konden niet meer inleggen dan 2,5 miljoen euro. Directie en commissarissen – onder anderen Joop ter Haar – zijn maandenlang bezig geweest om de ontbrekende miljoenen te vinden.

Twentse Investeerders

Volgens de familie Ter Haar was de redding in september 2013 nabij. Er waren verschillende kandidaten voor gedeeltelijke overnames van het bedrijf. Investeringsmaatschappij Nobel had belangstelling voor de touringcars, D-Reizen voor de Globe reisbureaus, het Duitse Rewe Reisen voor de divisie tour operating. En dan waren er nog de Twentse Investeerders, een paar rijke ondernemers uit de regio die mogelijk te hulp konden schieten.

Allemaal luchtfietserij, oordeelde Rabobank toen en nu. Van concrete toezeggingen was geen sprake. Dus was het logisch dat de bank op 6 september het krediet stopzette (opzegtermijn 3 maand). Vanaf dat moment was er geen redden meer aan, drie weken later was het voorbij.

De bank heeft niets gedaan om een goede cliënt tegemoet te komen, vinden broer en zus Ter Haar. De Waard: „In het zicht van de haven heeft Rabobank het schip van Oad heel bewust en uit puur eigenbelang tot zinken gebracht.”

Het onbegrip tussen beide partijen is nog onverminderd groot, bleek gisteren. Twee voorbeelden. Volgens Oad had Rabobank moeten weten dat het in de reisbranche gebruikelijk is om in de winter rood te staan. Daarom heet het een seizoenskrediet, dat wordt de volgende zomer weer aangevuld. Winters: „Er komt geen zomer meer als de winter niet wordt gehaald.”

Volgens Oad heeft Ank Bijleveld, Commissaris van de Koning in Overijssel, in de slotfase een toezegging gehad van een bestuurder van Rabobank dat Oad nog even respijt zou krijgen voor onderhandelingen met investeerders. Rabobank ontkent dat er ooit zo’n toezegging is gedaan.

De rechter moet nu beoordelen of Rabobank voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van cliënt Oad. Waren de kredietopzegging en de geëiste kapitaalinjectie, volgens Oad de oorzaken van het faillissement, redelijk en billijk?

Maar allereerst moet een puur juridische vraag worden beantwoord. Volgens Rabobank kunnen de aandeelhouders niets vorderen, omdat de bank geen relatie had met de aandeelhouders maar met de vennootschap. De bank kán dus niet eens onzorgvuldig of onrechtmatig hebben gehandeld jegens broer en zus Ter Haar. Volgens Oad vallen aandeelhouders en bestuurders van de vennootschap echter samen, zoals vaak bij een familiebedrijf, en is de vordering dus wel geldig.

Uitspraak op 4 november.