Nét uit de werkelijkheid getild

‘The Paradise Suite’, de Nederlandse inzending voor de Oscars, debuteert op NFF. De Zweedse cameraman Andréas Lennartsson werpt een onalledaagse blik op Nederland.

Illegaal Yaya (Isaka Sawadogo) wacht kalm het onvermijdelijke af inThe Paradise Suite

Op een doodgewone doordeweekse avond is het op de stoep voor het Amsterdamse Prostitutiemuseum Red Light Secrets nog lekker druk. Weinig toeristen zullen weten dat je je binnen op de stoel van een raamprostituee kunt laten begluren, beschimpen en bespuwen door virtuele voorbijgangers. En bijna niemand weet dat daar een aantal cruciale scènes zijn opgenomen uit The Paradise Suite, de nieuwe film van regisseur Joost van Ginkel, die twee weken geleden werd ingezonden als Nederlandse kandidaat voor de Oscar voor Beste Buitenlandse Film. Zijn film ging vorige week in première op het Filmfestival Toronto en is vanaf deze week te zien in het Forum van de Regisseurs, de nieuwe competitie van het Nederlands Film Festival. Eerder baarde Van Ginkel opzien met 170Hz, een in gebarentaal verteld liefdesverhaal over twee dove tieners. The Paradise Suite is een mozaïekvertelling over vluchtelingen en andere migranten die zijn neergestreken in Amsterdam.

In het prostitutiemuseum is het raam te vinden waarachter de Bulgaarse Jenya terechtkomt in The Paradise Suite, en even verderop, op de hoek van de Oudezijdsvoorburgwal en de Pietershalsteeg, werd de voordeur van de fictieve seksclub in de film gevonden. De interieurs zijn dan weer gefilmd in Club Abe in de Amstelstraat.

In The Paradise Suite ziet de kijker Amsterdam door de ogen van de Zweedse cameraman Andréas Lennartsson. „Een ingewikkeld puzzeltje”, vertelt hij via Skype. „Zeker als je zoals bij deze film eigenlijk te weinig geld en te weinig draaidagen hebt, en dus op één dag meerdere locaties moet aandoen. Dan moet je niet alleen zorgen dat ze visueel kloppen, maar ook dat ze bij elkaar in de buurt zijn.”

Lennartsson tovert een onalledaags landschap tevoorschijn, herkenbaar (de Wallen, het Concertgebouw, de Nieuwmarkt) en vreemd tegelijkertijd (de spooksprookjesachtige rozenkassen en de verlaten fabriek waar Yaya woont, die zich over Jenya ontfermt). Alles is gefilmd zonder filters en opsmuk, maar de beelden zijn toch een beetje uit de werkelijkheid getild, zoals de personages die door de film dwalen, op zoek naar geluk, achtervolgd door de spoken uit het verleden. „Misschien hielp het dat ik met de ogen van een buitenstaander kon kijken, en de locaties niet kende. Ik moest ze me op dezelfde manier eigen maken als de personages. En ik moest me steeds afvragen: is dit realistisch, is dit representatief? Zijn we niet te veel een superlandschap aan het creëren?”

Weinig locaties zijn zo filmgeniek en roemrucht als de Amsterdamse Wallen. Voor je het weet ziet het er met al dat rood en roze en bijdehand Amsterdamse voorbijgangers allemaal veel te knus en gezellig uit. Maar The Paradise Suite is geen gezellige film. Hij laat een andere kant van Nederland zien: de mensen die achter de schermen werken van de 24 uurseconomie, die in Nederland een huis hebben gevonden; de illegalen, de ritselaars, de gelukszoekers. Maar de film laat ook de wereld van welvarende expats zien, in een ingenieus mozaïek van uiteenlopende levens en uiteengespatte dromen.

Vanaf het moment dat Lennartsson het script las wist hij dat hij de film wilde draaien: „The Paradise Suite vertelt een belangrijk en actueel verhaal over ons continent dat momenteel geconfronteerd wordt met nieuwe vragen over vluchtelingen en asielzoekers. De film laat zien hoe we deze mensen nodig hebben, en hoe we ze exploiteren, en tegelijkertijd hoeveel onverdraagzaamheid er is, ook ten aanzien van de trauma’s die ze meebrengen.”

Lennartsson is fan van de hedendaagse, rauwe Mexicaanse cinema, van films als Amores perros van Alejandro González Iñárritu. The Paradise Suite is in hetzelfde natuurlijke licht gefilmd, al heeft de film een veel minder hectisch verteltempo. Lennartsson: „Ik zag wel meer een bewegende camera voor me dan Joost. Dat is het enige waar we het echt lang over hebben gehad. Joost heeft met zijn eerdere films een veel stillere stijl ontwikkeld. The Paradise Suite is niet zo dynamisch als ik eerst voor ogen had.”

Werken met natuurlijk licht heeft voordelen, zeker bij een kleine, goedkope productie als deze: je bent flexibel en mobiel en hoeft niet voor elk shot een hele batterij lampen op te stellen. Maar Lennartsson vertelt hoe ze soms wel lang bezig waren het natuurlijke licht te ‘modelleren’. „Filmen is een soort boetseren met licht. Met behulp van zwarte doeken, of reflecterende schermen, kun je het aanwezige licht meer diepte geven. Zo behoud je de natuurlijke kleur, die extreem mooi was, toen we vorig jaar in de herfst aan het draaien waren: veel grauwe blauwen, en laag zonlicht in de ochtend en avond.”

De bijna poëtische atmosfeer is nog versterkt door het gebruik van ouderwetse lenzen. „Zo heeft het beeld zelf de zachtheid en de hardheid die in het verhaal tegenover elkaar staan. Neem bijvoorbeeld de verlaten kantoorruimte waar een afschuwelijke verkrachting plaatsvindt. Die ruimtes zijn zo steriel, zo zonder ziel. We draaiden er op een van die typisch grijze regenachtige dagen die ik als heel Nederlands ben gaan ervaren: onwelkom, koud, ondoordringbaar. Dat is een geschenk: het natuurlijke licht speelt perfect mee in de sfeer die je met de scène wilt oproepen.”

    • Dana Linssen