Met die vrouwenquota gaan we het niet redden

Vrouwen neerzetten op topposities is een nobel streven, maar gaat niet werken want topvrouwen opereren in een mannelijk systeem. Dat moet veranderen, menen Paulien Derwort en Muriel Kloek.

Foto Hollandse Hoogte

In de rijksbegroting staat dat in 2017 topfuncties bij het Rijk voor ten minste 30 procent uit vrouwen moeten bestaan. Maar ook in het bedrijfsleven moet het beter. Onlangs bleek dat er nog te weinig vrouwen zetelen in de bestuursfuncties en commissariaten van beursgenoteerde bedrijven. Het streefgetal van 30 procent voor deze groep was niet verplicht, maar nu het niet is gehaald komt er misschien alsnog een quotum. Maar is dat wenselijk? En waarom willen we überhaupt vrouwen op die plekken hebben?

Het is eigenlijk heel simpel: verscheidenheid loont. Een divers personeelsbestand zorgt voor een evenwichtige bedrijfsvoering. Vrouwen en mannen zitten anders in elkaar en van dat verschil moet je profiteren. Maar in het debat hierover komt dat nauwelijks naar voren. We hebben het liever over waar vrouwen werken, voor welk salaris en voor hoeveel uur. De discussie beperkt zich op deze manier tot wát vrouwen doen, in plaats van hóé ze iets doen. Want je kunt vrouwen wel op topposities zetten, de vraag is: met welke kwaliteiten en eigenschappen komen en blijven ze daar? Want wie wil klimmen op de meedogenloze carrièreladder moet rationeel, besluitvaardig, doelgericht en analytisch zijn. Vrouwelijke eigenschappen als empathie, emotie en intuïtie worden als minder nuttig ervaren. En die miskenning voor vrouwelijke kwaliteiten bestaat niet alleen op de arbeidsmarkt, maar zit diep ingebakken in ons denken.

Een mannelijk, lineair systeem

De afgelopen tweeduizend jaar hebben we een mannelijk, lineair systeem opgetuigd dat gebaseerd is op groei. Met als resultaat dat we alleen nog maar het positieve van het leven kunnen zien: we willen vrolijk en gelukkig zijn, snel en spannend leven, zonnige gedachten hebben en vriendelijk zijn naar iedereen. Onder- en neergang accepteren we niet meer. Onze carrière moet klimmen, ons vermogen groeien en ons sociale leven moet steeds interessanter worden. Ook op macroniveau is onze maatschappij lineair ingericht: onze economie is volledig afhankelijk van groei. Dit mechanische, instrumentele wereldbeeld met de daaruit voortvloeiende technologische vooruitgang en individualisering heeft geleid tot een samenleving die voor velen als steriel, kil, en bureaucratisch wordt ervaren. Veel mensen merken dat de weg die we zijn ingeslagen leidt tot uitputting van de aarde, toenemende ongelijkheid en een vastlopend financieel systeem. We zijn vervreemd geraakt van de natuur.

Om de leegte te vullen storten we ons op het massaconsumentisme en moeten we steeds harder rennen om het systeem in stand te houden. Dat kunnen we natuurlijk niet volhouden. Vandaar dat we zoveel behoefte hebben aan yogaklasjes en meditatiecursussen waarin we wanhopig een rustpunt zoeken. Terwijl er een fundamentelere oplossing voor handen ligt. Door de erkenning van de vrouwelijke en meer cyclische kant van de natuur kunnen we een maatschappij bouwen waarin het heel normaal is om af en toe stil te staan, uit te rusten en een weloverwogen beslissing te maken voor de toekomst.

Het is daarom wenselijk om vrouwen op topposities te krijgen, simpelweg omdat zij anders in elkaar steken. Maar de vraag is of die paar vrouwen in de boardroom voor een mentaliteitsverandering kunnen zorgen. Deze vrouwen opereren namelijk nog steeds in een mannelijk systeem. De snelheid van een 80-urige werkweek, de competitiecultuur en het heilige ontzag voor het nemen van risico's: wie het niet bij kan benen ligt al gauw uit de wedstrijd. Het is verleidelijk om je als vrouw te ontpoppen als een kerel op hakken die zich kan meten met de powerboys op de apenrots. Maar dat is nu precies waar we er al te veel van hebben. Om carrière te kunnen maken is er nog te weinig ruimte voor rust en bezinning. Terwijl dit nu juist noodzakelijke elementen zijn voor verantwoord leiderschap, en niet in de laatste plaats: voor een goed leven.

Mannelijke mannen voor de klas

Diversiteit moeten we daarom overal in de samenleving nastreven. Dat betekent óók dat we mannelijke mannen voor de klas en in de zorg moeten hebben omwille van hun anders-zijn, en moeten vrouwen juist een plek krijgen in typisch mannelijke bolwerken. In Frankrijk is inmiddels eenderde van de Franse ambassadeurs vrouw dankzij een opgelegd quotum. Deze vrouwen zijn niet aangesteld vanwege politieke correctheid, maar omdat vrouwelijke kwaliteiten er op waarde worden geschat. Frankrijk wil in de diplomatie meer gebruikmaken van haar soft power, een verstandige keuze gezien alle internationale spanningen, oorlogje spelen is bij uitstek een mannelijke hobby. Gebruikmaken van zachte kracht is een uitstekende reden om vrouwen op sleutelposities neer te zetten. En die vind je behalve in de politiek en het bedrijfsleven net zo goed in de zorg, de rechterlijke macht of het onderwijs.

Lukt het ons om die vrouwelijke eigenschappen meer te waarderen, dan creëren we balans, precies waar de wereld zo'n behoefte aan heeft. Maar het is een misverstand dat we dat alleen in het economische leven moeten incorporeren, en dan ook nog eens topdown. Een herwaardering voor de vrouwelijke natuur moet ook van onderop komen, vanuit de haarvaten van onze samenleving. En nee, die zienswijze hoeft niet alleen door vrouwen te worden uitgedragen. Ook mannen hebben een verantwoordelijkheid om zich open te stellen voor die andere kant van het leven. En dat bereiken we dus niet alleen niet door regels en rationeel beleid. Een dergelijke verandering gaat nu juist via de langzame, contemplatieve weg die de vrouwelijke natuur zo eigen is.

    • Paulien Derwort
    • Muriel Kloek