Kwestie Volkertgate blijkt publicitair een blindganger...

De kwestie ‘Volkert’ begint potsierlijke vormen aan te nemen. Wat zondag begon als een groezelige tv-reportage met verborgen camera en doodbloedde op loze beschuldigingen, dreigt nu uit te monden in een crisis tussen Tweede Kamer, kabinet en Openbaar Ministerie over geloofwaardigheid en, ten slotte, vertrouwen.

Eerst de zaak zelf. Was de foto die vorig jaar, vlak na de voorwaardelijke invrijheidstelling van de moordenaar van Pim Fortuyn werd gepubliceerd, een schending van het mediaverbod dat hem was opgelegd? Als een van de voorwaarden voor zijn voorlopige invrijheidstelling? Het antwoord daarop is nee. De uitzending van Brandpunt Reporter sloeg de plank mis, zo bleek achteraf. Het programma beweerde, op basis van een afgeluisterd privégesprek tussen Van der G. en een betaalde informant, dat dit een onrechtmatig initiatief van hemzelf was, in samenspraak met zijn advocaat.

Gisteren erkende het Openbaar Ministerie, onverwacht, dat het de advocaat van Van der G. daarvoor toestemming had gegeven. En wel een dag van tevoren. En vanochtend onthult de geërgerde advocaat dat het initiatief vooral bij de overheid had gelegen.

Van de rechter diende Van der G. echter buiten media-aandacht te blijven. Dit om te voorkomen dat zijn publieke aanwezigheid het trauma van de moord op Fortuyn zou oprakelen. Dat zou meer leed voor de nabestaanden kunnen betekenen en een impuls voor de polarisatie, de emoties en de haat die zijn daad destijds opriepen. Ook zijn eigen veiligheid zou in het geding zijn. Voorkomen moest worden dat Van der G. bekend zou worden, wat zijn reïntegratie zou hinderen. Alle partijen die betrokken waren bij de terugkeer van Van der G. vreesden de ‘jacht op Volkert’, in de vorm van de eerste foto.

Niet onbegrijpelijk werd getracht de regie van de media over te nemen. En een nieuwsfoto te fingeren van de beruchte dader, net op vrije voeten. De ‘druk van de ketel’ halen is een beproefde mediastrategie voor wie de nieuwsconjunctuur voor wil zijn. Ook het staatshoofd doet het zo, met een jaarlijkse fotomoment van zijn gezin, voorafgaand aan de privévakantie. Na zíjn foto kon Van der G. inderdaad een anoniem bestaan leiden. De tactiek werkte dus.

Dit was dus geen brutale schending van het mediaverbod, maar een gezamenlijke, functionele afspraak. De wens van sommige Kamerfracties om Van der G. hiervoor ter verantwoording te roepen, is dus overbodig. Als er van schending van het mediaverbod al sprake was, deed hij dat in commissie, in samenspraak met de instanties die hem moesten controleren. Een mediarelletje om niks, publicitair en politiek een blindganger.