Investeringen van bedrijven en huishoudens jagen groei aan

Nederlandse burgers en bedrijven investeren steeds meer en daarmee jagen ze de economische groei aan. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend publiceerde.

Het CBS stelde zijn raming van de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van dit jaar licht naar boven bij, van 0,1 procent naar 0,2 procent ten opzichte van het eerste kwartaal. In vergelijking met een eerdere berekening is vooral het niveau van de investeringen naar boven aangepast. Huishoudens investeerden meer in woningen en bedrijven gaven meer uit aan gebouwen en aan software. De groei zet in het derde kwartaal door: maandag meldde het CBS dat het volume van de investeringen in juli 10 procent hoger lag dan in juli 2014.

De zogeheten investeringsquote blijft oplopen. Die laat zien welk aandeel van de ‘toegevoegde waarde’ (de omzet minus de kosten van grondstoffen) bedrijven uitgeven aan nieuwe kapitaalgoederen. De quote ligt nu op 17,3 procent. Dat is hoger dan voor de crisis, aldus het CBS. Bedrijven gaven meer uit aan vervoermiddelen, software en machines.

De CBS-cijfers komen overeen met het beeld dat het Centraal Planbureau (CPB) onlangs schetste in de Macro Economische Verkenningen. Dit jaar jaar groeien vooral de investeringen van huishoudens in woningen, schrijft het CPB. De woningmarkt herstelt en veel mensen hebben bouwprojecten naar voren gehaald omdat op 1 juli de het lage btw-tarief in de bouw afliep. In 2016 stijgen vooral de bedrijfsinvesteringen. De bezettingsgraden stijgen en bedrijven breiden uit.

Investeringen vormen steeds belangrijker factor in de economische groei. In 2014 droeg vooral de export bij aan de bbp-groei, in 2015 en in 2016 is het gezamenlijke aandeel van investeringen en consumptie groter.

Met de bbp-groei stijgt ook de werkgelegenheid. In het tweede kwartaal van dit jaar is het aantal banen gegroeid met 29.000, aldus het CBS. Eerder ging het CBS uit van een stijging van 19.000.

    • Mark Beunderman