Hoe gezond zijn we eigenlijk? 

Europa is gezond. Maar er zijn ook grote verschillen tussen landen. Zo sterven nog elke dag tien Europeanen aan diarree door slecht drinkwater, en steken de mazelen her en der weer de kop op.

Foto iStock

Nederland geeft van alle Europese landen het meest aan gezondheidszorg uit. Relatief tenminste – het is 12,4 procent van het bruto binnenlands product, schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een vandaag uitgekomen rapport over gezondheid in Europa.

Ondanks die hoge uitgaven haalt Nederland meestal net niet de top van lijstjes met goed meetbare gezondheidsgegevens, zoals levensverwachting, babysterfte, vroegtijdige dood door ‘welvaartsziekten’ en vaccinaties tegen mazelen en polio. Nederland staat wel steeds hoog, aan de gunstige kant van die lijstjes.

Het European Health Report 2015 van de WHO is een overzicht van de gezondheid in 53 landen. Voor de WHO horen overigens de Russische federatie en ook Kirgizië, Turkmenistan, Armenië, Turkije en Israël tot Europa.

Het rapport geeft geen adviezen voor verbetering. Het zijn kale cijfers, op grond waarvan nationale politici en regeringen zien hoe hun land er qua gezondheid aan toe is. Vervolgens kunnen ze bedenken waar ze hun geld aan moeten uitgeven om beter dan de buren te worden. Of welke landen ze het best kunnen helpen om ‘gezonder’ te worden.

Verschillen tussen landen

De cijfers tonen soms verbazingwekkend grote verschillen tussen die Europese landen. In Kirgizië sterven bijvoorbeeld 22 van de 1.000 baby’s in hun eerste levensjaar. In Nederland zijn het er 3,6. Noorwegen, Finland en Zweden scoren nog lager.

De uitgaven als percentage van het bruto nationaal product variëren minder. Nederland zit met 12,4 procent het hoogst en afgezien van een onwaarschijnlijk lage opgave van Turkmenistan (2,0 procent) scoren er drie landen net onder de 5 procent. Nederland wordt onmiddellijk gevolgd door Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken die net onder de 12 procent uitkomen.

Veel andere West-Europese landen blijven krap onder 10 procent. De grote uitzondering is het Verenigd Koninkrijk. Daar wordt de staatsgezondheidszorg zo strak gehouden dat de uitgaven op 5,9 procent van het bruto binnenlands product blijven steken. Een ‘Oost-Europees’ percentage.

Oost-Europa blijft achter

De dood door infectieziekten is in de 53 Europese WHO-landen geen ‘indicator’ voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. In Afrika is dat anders en na lezing van het rapport is de vraag of dat voor Europa terecht is.

In de vorige eeuw kwam voor vrijwel alle Europeanen schoon drinkwater beschikbaar en hun afvalwater werd in riolen of septic tanks verwerkt. Daardoor is de sterfte aan infectieziekten sterk afgenomen. De komst van antibiotica en vaccinaties tegen kinderziekten maakte de dood door infectieziekten voor kinderen en mensen in de bloei van hun leven een betrekkelijke zeldzaamheid.

Toch heeft de WHO zorgen. Het percentage kinderen dat tegen polio en mazelen is ingeënt is de afgelopen jaren weliswaar gemiddeld gestegen, maar een aantal Oost-Europese landen blijft achter. En in sommige West-Europese landen (Oostenrijk, Frankrijk, Denemarken) is de weerstand tegen vooral de mazelenvaccinatie zo sterk dat de vaccinatiegraad er onder de 90 procent ligt.

„Onacceptabel laag”, noemt de Wereldgezondheidsorganisatie dat. Bij zo’n laag percentage kunnen liggen mazelenepidemieën op de loer. Meer dan de helft van de 52 Europese WHO-landen had in 2013 mazelenuitbraken. Bij elkaar zijn er ruim 31.000 patiënten geteld.

Kindervaccinatie was jarenlang vanzelfsprekend. Maar er ontstaan hiaten. En hetzelfde dreigt nu te gebeuren met de drinkwater- en rioolvoorziening. Er is nog steeds een tiental Europese landen waar minder dan de helft van de plattelandsbevolking waterleidingwater heeft.

En in een vijftal landen heeft minder dan 70 procent van de mensen een goede rioolwaterafvoer. ‘Dagelijks sterven daardoor tien mensen door diarree’, schrijft de WHO. Dat gebeurt in de Oost-Europese landen met de voor Europa laagste inkomens. „Vooral kinderen beneden de vijf jaar zijn kwetsbaar.”

Nu nog het welzijn testen

De aanleg van drinkwaterleidingen en rioolwaterafvoer blijft achter bij de doelstellingen van Health 2020 die de 53 landen zich in 2012 stelden. Health 2020 heeft als doel de levensverwachting te verhogen en de vroegtijdige sterfte te verlagen. Bijvoorbeeld door het terugdringen van welvaarts- en ouderdomsziekten als kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en longziekten.

De WHO concludeert dat de meeste Europese landen de cijfermatig geformuleerd doelstellingen wel zullen halen. Maar tegelijkertijd zijn er ook punten van zorg, zoals bij de drinkwatervoorziening en de vaccinatieweigeraars.

Heel anders is het met het voornemen van Health 2020 om ook het welzijn van de Europese bevolking in kaart te brengen. Hoe dat te doen? Het 132 pagina’s tellende WHO-rapport wijdt daar tientallen pagina’s aan. Objectieve criteria (werkloosheid, aantal kinderen dat naar het basisonderwijs gaat) zijn er wel, maar welzijn is ook in hoge mate een subjectieve beleving.

En hoe je, met de grote cultuurverschillen die er tussen Europese landen bestaan, die subjectieve welzijnsbeleving vergelijkbaar moet maken, daar zijn de WHO-ambtenaren nog lang niet uit, laten ze weten in de studie.

    • Wim Köhler