Hij beledigt écht iedereen

André Manuel won de Poelifinario voor het beste cabaretprogramma. Nu toert hij door Nederland met zijn programma Het geval apart. Hier is hij op zijn best.

Foto ANP / PAUL BERGEN

Meedogenloos gaat hij al vijfentwintig jaar tekeer tegen onbenul, verloedering en misstanden, en tegen religie, oorlog en het koningshuis in het bijzonder. Zijn bijtende grappen brengt André Manuel (1966) met een satanische grijs, want hij heeft er allemachtig veel lol in om te provoceren. Een „vrij links mannetje” noemt de Tukker zichzelf. Begin deze maand werden zijn kwaadsappige teksten en kritische mentaliteit bekroond: voor zijn vijftiende programma, Het geval apart, ontving Manuel de belangrijkste cabaretprijs, de Poelifinario, voor ‘meest indrukwekkende cabaretprogramma van het seizoen’. Met dit programma toert hij nu door Nederland.

In het licht van zijn rijke, compromisloze oeuvre, gewijd aan geëngageerde, politieke satire, is de bekroning verdiend. Manuel positioneert zichzelf graag als outsider: een Tukker in Holland en een cabaretier die niet op tv komt (omdat hij niet wil laten snijden in zijn optredens) en dus ‘onbekend’ blijft. Hij is er trots op dat hij, zoals in juni tijdens Oerol, nog tien dagen in een café optreedt, terwijl collega’s in Carré staan.

Hij fileert religie en het koningshuis

In Het geval apart is Manuel op zijn best. Hij fileert religie („Religie is gif”), moslims en christenen („Dat stomme middeleeuwse gedoe”), Europa („de grootste schoffering van het intellect aller tijden”) en via de constatering dat alles te koop is komt hij uit bij het koningshuis („Máxima heeft de zetel van koningin gekocht met haar zilte Argentijnse vocht, die hoer”). Hij spaart ook zichzelf niet als hij Hitler typeert („Die stond de hele avond op een podium te schreeuwen, terwijl het publiek apathisch luisterde”).

Dat is ook wat de jury waardeerde: dat hij „op uiterst grappige wijze alles en iedereen beledigt”. De jury schreef: ‘Zijn scherpe grappen en provocaties dwingen het publiek om stelling te nemen en goed na te denken wat men er zelf nu eigenlijk van vindt. Zo doet Manuel precies waar een cabaretpodium bij uitstek geschikt voor is. Hier mag dat en hier kan dat. Het maakt deze voorstelling tot een schitterende ode aan het vrije woord.’

Manuel is één van de weinige cabaretiers die openlijk satire over moslims bedrijft. In zijn tiende programma, Burger uit 2007, maakte hij al de grap: „Moslims hebben vaak een te kort lontje, hoor je wel. Maar ja, een lang lontje valt te veel op.” Daarover zei hij toen in een interview met NRC: „De islam is absoluut gediend met harde grappen. Moslims nemen zichzelf veels en veels te serieus.”

Bij zaken die heilig worden verklaard, leeft Manuel op: „Dan kan ik op de tenen gaan staan die het meeste zeer doen.”