Opinie

    • Frits Abrahams

Eigenliefde gewenst

Een bioscoophit zal het niet worden, maar toch is Seymour: An Introduction een prachtige documentaire van de Amerikaanse acteur-schrijver Ethan Hawke over het kunstenaarschap en alles wat daarbij hoort: plankenkoorts, discipline, roem en de betrekkelijkheid daarvan. Al die facetten worden behandeld aan de hand van het leven van Seymour Bernstein, een nu 88-jarige musicus.

Bernstein was vijftig jaar toen hij ophield als concertpianist. Sindsdien leidt hij in New York met succes jonge pianisten op. Hij is een zachtmoedige, erudiete leermeester die met veel flegma over zijn leven als musicus vertelt; over zijn privéleven komen we niets te weten, behalve dat hij gehecht is aan zijn eenzaamheid op een eenkamerflatje.

Hawke, als acteur bekend van onder meer Boyhood, ontmoette Bernstein voor het eerst op een etentje en was onmiddellijk onder de indruk van hem; misschien kun je zelfs zeggen: in de ban van hem. Hij vertelde er opgetogen over aan zijn vrouw. Ze zouden een film over hem moeten maken, vond hij, maar wie moest dat doen? Doe het zelf, adviseerde zijn vrouw.

Ik heb niet alleen de film bekeken, maar ook de openbare praatsessies van Bernstein en Hawke die op YouTube te vinden zijn. Daardoor werd me steeds duidelijker waarom Hawke deze film wilde maken. Hij is een begenadigd, succesvol acteur, ook in het theater, maar hij barstte van de onzekerheid in de periode dat hij kennismaakte met Bernstein.

In de documentaire zit een moment waarop Hawke tijdens een gesprek met Bernstein laat merken dat hij twijfelt aan de zin van zijn bestaan. Is er wel voldoende schoonheid in het leven, vraagt hij zich af. Vind je dat dan niet in het acteren, vraagt Bernstein, bijna verbaasd. Hawke aarzelt en geeft dan toe: „Ik denk het wel.”

„Dat was een belangrijk moment”, zei Hawke naderhand op een van die openbare samenspraken met Bernstein. „Daarom maakte ik die film. Ik was almaar op zoek naar een groot geheim dat ergens moest bestaan, en hij zei: je kunt het toch met acteren doen. We zoeken naar iets, maar al het gereedschap dat je nodig hebt ligt binnen je bereik.”

Zo werd Seymour: An Introduction een film waarin zowel de ondervrager als de ondervraagde zijn artistieke identiteit aftast. Met als gezamenlijk uitgangspunt: hun talent. „Talent – welk talent dan ook – bepaalt wie we zijn”, zegt Bernstein ergens. „Dat talent representeert onze essentie, zowel in goede als in slechte zin.”

Hoe haalt een mens het beste in zichzelf boven? Oefening, discipline, strijd, hamert Bernstein steeds weer, maar ook: eigenliefde (‘self-love’). „Je moet genoeg respect voor jezelf hebben, je moet vinden dat je iets te zeggen hebt. Als je jezelf niet liefhebt, kun je niets bijdragen voor een ander.”

En staar je niet blind op commercieel succes, raadt hij aan. Dat zegt hij tegen Hawke, een acteur die klaagde dat „de meest succesvolle dingen die ik heb gedaan vaak ook de slechtste dingen waren”. Zelf nam Bernstein afstand van dat type succes toen hij merkte dat de ermee samenhangende spanningen hem ongelukkig maakten. „Ik ben er niet zeker van dat het gezond is om een grote carrière na te streven”, zegt hij. „Ik zie collega’s met dergelijke carrières geweldig lijden.”

Ik zou toch wel een tegenwerping willen wagen: hoeveel kunstenaars lijden niet onder een gebrek aan succes – commercieel of niet?

    • Frits Abrahams