Een geneesmiddel werd dit weekend ineens vijftig keer zo duur. Mag dat?

Foto ANP

De prijs van Daraprim - een geneesmiddel tegen bepaalde infectieziekten - steeg dit weekend in de VS ineens. En niet zo’n beetje ook. Eén tablet kostte vorige week nog 13,50 dollar, nu gaat hij voor 750 dollar over de toonbank. Dat kan zomaar niet, vindt de Amerikaanse presidentskandidaat Hillary Clinton:

Meer mensen zijn het daarmee eens. Na haar tweet daalde de koers van Amerikaanse biotechbedrijven:

Update: Turing Pharmaceuticals heeft, na de ophef die er in de VS ontstond over de prijsverhoging, aangeven de prijs van Daraprim weer wat te verlagen. Tot welk bedrag precies dat maakte de topman niet bekend.

In Nederland werd recent de prijsstijging van het antidepressivum Parnate (van 110 naar ruim 1.500 euro per maand) teruggedraaid na bezwaar van onder andere patiënten. Hoe komt een medicijnprijs eigenlijk tot stand? En mag zo’n prijsstijging zomaar? Vier vragen.

1. Wie bepaalt de prijs van een geneesmiddel?

De fabrikant. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) bepaalt wel een maximumprijs voor alle receptgeneesmiddelen. Daarbij kijkt het onder andere naar de prijs van het middel in België, Duitsland, Engeland en Frankrijk. Maar een niet in Nederland geregistreerd geneesmiddel, zoals Parnate, valt niet onder deze regeling en kent dus geen maximumprijs. Bovendien wordt de prijs - die per land kan verschillen - niet automatisch vergoed door de verzekeraar. Dat kan betekenen dat een patiënt (een deel) zelf moet betalen.

2. Is het transparant hoe de fabrikant die prijs bepaalt?

Nee. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling, marketing en bijvoorbeeld het voldoen aan wet- en regelgeving spelen een rol. Plus een marge, de winst voor de farmaceut. De prijs is verder afhankelijk van het aantal alternatieve behandelmethoden en het aantal potentiële gebruikers.

Maar de precieze opbouw van de kosten maakt een farmaceut niet openbaar: te concurrentiegevoelige informatie. Paul Wouters van Nefarma, de brancheorganisatie van farmaceutische bedrijven:

“Net zoals dat geldt voor je iPad, je viltstift en je kleurentelevisie.”

3. Moet dat niet wat transparanter?

Ja, vindt onder andere minister Edith Schippers van VWS. Want er spelen ook maatschappelijke belangen, zoals de almaar stijgende zorgkosten, mee. Wouters van Nefarma: “De druk voor transparantie wordt steeds groter, onder andere omdat er steeds meer dure geneesmiddelen op de markt komen.”

De prijsstelling wordt nu door niemand gecontroleerd. Bas van der Meer, productmanager wet- en regelgeving van de Z-index, de databank voor zorgproducten:

“Het gaat om een bedrijfsgeheim van grote multinationals. Bij een auto weet je ook niet precies hoe de prijs tot stand komt. Maar het verschil is dat je daarbij als consument kiest, bij een geneesmiddel kies je meestal niet zelf.”

4. En hoe kan de prijs van een geneesmiddel zo plotseling stijgen?

Een fabrikant kan op ieder moment een prijswijziging doorvoeren. Bijvoorbeeld als het door een nieuw bedrijf wordt overgenomen - dat gebeurde bij Daraprim. De prijsverhoging was nodig voor onderzoek naar een betere versie van het middel, zo legt de topman van de nieuwe eigenaar Turing Pharmaceuticals - en voormalig manager van een hedgefonds - uit:

Daraprim (ooit 1 dollar) steeg eerder al in prijs na een overname. Net als het tuberculosemiddel Cycloserine (van 500 dollar naar 10.800 dollar) en twee soorten hartmedicatie (respectievelijk vijf en twee keer zo duur).

Ook een nieuwe indicatie kan leiden tot een prijsstijging, zoals in Nederland gebeurde bij het middel Lemtrada. Dit medicijn - eerst geregistreerd voor leukemie - werd voor patiënten met de zenuwziekte Multiple Sclerose ineens veertig keer duurder. Wouters: “De prijs van een geneesmiddel wordt deels bepaald op basis van het aantal alternatieve behandelmethoden. Een nieuwe indicatie betekent een hele andere markt.”

Is dat niet gek? Wouters:

“Dat is maatschappelijk lastig uit te leggen, ja.”