Column

‘De beste wielrenner aller tijden is een Belg’

Als het om sportlegenden gaat, valt de nu 70-jarige Eddy Merckx in Nederland alleen te vergelijken met Johan Cruyff (68). Over onze beste voetballer bestaan talloze documentaires en profielen, en zelfs een dramaserie, maar niet zo’n liefdevolle hommage als Merci Merckx (Eén).

Vier van de zes delen zijn nu uitgezonden door de Vlaamse publieke omroep en die staan integraal gratis online, ook voor buitenlanders. In een betere beeldkwaliteit en technisch stabieler formaat dan we van de NPO-sites gewend zijn.

De toon is bewonderend. Na een ronkende inleiding („De beste renner aller tijden is een Belg”) gaat gastheer Karl Vannieuwkerke (Vive le Vélo) telkens op pelgrimage naar plaatsen en mensen die belangrijk waren in Merckx’ loopbaan. Gisteren waren dat in deel 4, die de periode bestrijkt tussen een dramatische val op de wielerbaan in Blois (september 1969) en de eerste nederlaag in de Tour na vijf overwinningen (tegen Thévenet, 1975), veel kritische geluiden en voormalige vijanden.

De latere Tour-directeur Jean-Marie Leblanc vertelt dat zijn toenmalige kopman Luis Ocaña Merckx le grand con (‘de grote zak’) placht te noemen. Ook Joop Zoetemelk, lang de eeuwige tweede achter Merckx, krijgt weinig warme woorden over de lippen: „Ik was geen supporter van Merckx, en hij niet van mij.” En als ze elkaar wel spraken, dan was het doorgaans weinig vriendelijk. Dat had natuurlijk te maken met de door de media stevig aangewakkerde reputatie van Zoetemelk als wieltjesplakker.

De aanpak van Van Nieuwkerke, die zich alleen per fiets, boot of openbaar vervoer verplaatst, is meer anekdotisch dan journalistiek. Het gaat vooral om impressies, illustraties bij een mythe. Mooi was in deel 3 het opsporen van de rondemiss in de Pyreneeënetappe waarin Merckx de complete concurrentie voor het eerst op bijna acht minuten achterstand zette (1969).

Als Merckx wordt geconfronteerd met de bevinding dat alle Italianen die Van Nieuwkerke sprak geloven in de onschuld van de Kannibaal bij een positieve dopingcontrole in de Giro van 1969, doet hij er het zwijgen toe. Geflikt door ongecontroleerde bevoorrading? Het is nog steeds een blamage, dat is het belangrijkste, zegt hij. Maar er wordt niet doorgevraagd naar de ware toedracht.

Het archiefmateriaal is vaak schitterend: Jean Nelissen in de winkel van Merckx’ ouders in Sint-Pieters-Woluwe, die moreel verwoest zijn door zijn schorsing. Het inhalen van tijdritspecialist Jacques Anquetil in diens nadagen. De klap die een toeschouwer in 1975 op de Puy-de-Dôme uitdeelde.

Om de haat tegen Merckx’ almacht te relativeren eindigt de aflevering met vriendschap die 45 jaar teruggaat. Merckx rijdt in de Provence recreatief met zijn ploegmakkers van destijds. Ze hadden ook het beste team (eerst Faema, later Molteni) aller tijden, menen ze.

Het zou toch wel mooi zijn als de hele serie ook bij de NPO te zien zou zijn. Volgende week op Eén: fan Wilfried de Jong en vroege concurrent Jan Janssen.