‘China moet gebaar maken naar VS om ongelukken voor te zijn’

Chinese Amerika-expert kritiseert president Xi, die deze week de Verenigde Staten bezoekt. China moet de VS en Japan meer tegemoet komen, zegt Shen, uit eigenbelang. Anders dreigt een militaire confrontatie.

De Chinese president Xi Jinping houdt een toespraak tijdens een diner in Seattle. Voordat hij doorreist naar Washington en New York bezoekt hij onder andere Apple, IBM en Boeing. Foto Mark Ralston/AFP

‘De wereld, Amerika en Japan, maken zich steeds meer zorgen over de snelle ontwikkeling van China tot grootmacht”, zegt de Chinese Amerika- en ontwapeningsexpert Shen Dingli. Hij laat even een stilte vallen en zegt dan: „China moet daarom veel, echt veel meer doen om de wereld, en vooral onze buren aan de Grote Oceaan, van onze vreedzame bedoelingen te overtuigen.”

De steeds riskantere neerwaartse spiraal in de Amerikaans-Chinese relaties kan alleen gestopt worden als China een groot gebaar maakt, natuurlijk ook uit welbegrepen eigenbelang.

De vicepresident van de Shanghai Fudan Universiteit en gasthoogleraar op Princeton schuwt stellingnames niet in deze week, waarin president en partijleider Xi Jinping via het huis van Bill Gates en de kantoren van Apple, IBM en Boeing naar president Obama’s Witte Huis reist.

De meeste Chinese analisten houden zich tijdens hét gevoelige, diplomatieke evenement van het jaar schuil of volgen braaf de propaganda over het eerste staatsbezoek van Xi aan de VS. Maar Shen Dingli, adviseur van de partijtop en nauw verbonden met het ministerie van Buitenlandse Zaken, voelt zich vrij om zelfstandig na te denken over oplossingen voor de potentiële conflicten tussen een gevestigde supermacht en een opkomende supermacht.

„Waarom doorbreken wij de rivaliteit niet door de VS en Japan uit te nodigen voor een trilaterale top om een aantal zaken duidelijk te maken? Wij beloven de Amerikanen en Japanners nooit de eilanden en gebieden in de Oost-Chinese en Zuid-Chinese Zee met militaire middelen in te lijven en ook Taiwan niet”, zegt Shen die een tegenwerping voor is. „Inderdaad, de andere kant gelooft ons niet op ons woord – wij hen trouwens ook niet – en daarom moeten wij van de naburige zeegebieden gedemilitariseerde zones voor de duur van vijftig jaar maken. Het risico op onbeheersbare incidenten wordt zo veel kleiner.”

Landjepik

De conflictstof in het Verre Oosten, voorheen een oase van rust, stapelt zich op: agressievere cyberoorlogvoering van de VS en China, Chinees protectionisme, een wapenwedloop, Chinese landjepik. Volgens Shen ligt de sleutel naar een nieuwe balans bij China en Japan. En wat betreft Taiwan: „Iedereen weet dat wij het eiland nooit militair zullen of kunnen annexeren zonder een Aziatische oorlog te veroorzaken, waarom zeggen wij dat ook niet gewoon. Waarom krampachtig vasthouden aan een illusie?”

Cruciaal is volgens Shen dat China als eerste toenadering zoekt tot Japan en over alle historische en nationalistische gevoeligheden heen stapt. „Dat deden Mao en Deng in de vorige eeuw ook en dat kan nu weer. Japan heeft in 70 jaar geen kogel afgevuurd en als zij weer agressief worden, schieten wij een paar Dongfeng 5’s af, met een zo’n raket kun je 10 miljoen mensen doden en daar hebben wij er twintig van.”

Het belang van China het diplomatieke initiatief te nemen – en dus veel meer te doen dan een presidentiële goodwillreis – is drieledig. „Nu is het wantrouwen groot. Ik voorspel dat de goodwillreis reis van Xi een mislukking wordt; er worden hooguit erg algemene afspraken gemaakt over een gedragscode voor cyberoorlog. China noch de VS noch enig ander groot land stopt met digitale spionage.”

Natuurlijk verwacht China wederkerige gebaren van de VS. Shen somt op: opheffing van het technologie-embargo uit 1989, hervorming van het IMF ten gunste van China en stoppen met het ondermijnen van het gezag van de Communistische Partij in China zelf. „China voelt zich bekneld door de driehoek VS, Japan, Zuid-Korea, onze natuurlijke, vreedzame expansie wordt tegengehouden, er is zichtbaar sprake van containment en dat maakt ons paranoïde.”

Plundering

De VS mogen een lange lijst van grieven hebben, China raakte eerder dit jaar geïrriteerd door het Amerikaanse verzet tegen de Aziatische infrastructuur-investeringsbank (AIIB), die er toch is gekomen, én tegen de uitlevering van corrupte Chinese ex-functionarissen. Ook Obama’s kritiek op de Chinese digitale spionage en de winning van grondstoffen in Afrika – Obama suggereerde een plundering – vielen slecht. Op zijn beurt zocht president Xi Jinping geen militaire confrontatie, maar geen kans wordt onbenut gelaten om de precaire militaire balans in Oost-Azië te ontregelen.

Shen ontkent dat niet. „Wij zijn hard bezig de slechte gewoontes van grootmachten over te nemen, wij dreigen fouten uit het verleden en fouten van anderen te herhalen.” Recente fouten van anderen zijn de invasies van de VS in Irak en Afghanistan en de inlijving van de Krim door Rusland. „Grootmachten gedragen zich als regel weinig groots’’. Dat China in de Zuid-Oost-Chinese Zee ook landjepik speelt, ligt volgens hem ook aan de VS.

„China gaat ermee door, omdat niemand China tegenhoudt. Er wordt wel veel over gezegd, maar de VS doen niets. Wie wel roept, maar niets doet, verliest altijd in de wereldpolitiek”, zegt Shen die er nuchter aan toevoegt. „,Kijk naar Syrië en Oekraïne. China heeft geconcludeerd dat de VS daar niet militair in actie zijn gekomen en dat zeker niet doen om een paar duizend riffen en rotsen.”

Of zijn ideeën weerklank vinden in het Politbureau, weet hij niet. „Dat is voor mij een zwart gat.” Hij weet wel dat het in cyberspace of het luchtruim boven de Oost- en Zuid-Chinese Zee of ter zee ongewild misschien een keer heel erg fout kan gaan. Shen, die in het spoor van leider Xi naar Washington reist op uitnodiging van een denktank: „Houden de VS en China dan de binnenlandse nationalistische krachten en belangengroepen in bedwang en werkt de speciale militaire telefoonlijn tussen Beijing en Washington? Ik ben er niet gerust op en dan hebben we spijt dat wij in 2015, toen het nog kon, niets hebben gedaan.”

    • Oscar Garschagen