Zoetermeer hééft het gewoon niet

Gevangen in middelmatigheid en een gebrek aan sfeer.

Na een half jaar veelvuldige bezoeken aan Zoetermeer is duidelijk wat het grootste probleem is van het Stadshart Zoeterméér: het is kil en onpersoonlijk. Het winkelcentrum uit de jaren tachtig heeft sfeer noch karakter. Heel Zoetermeer is een tekentafelproject: het dorp werd in de jaren zestig planmatig ontwikkeld tot een voorstad van Den Haag.

Maar het gebrek aan warmte kan de stedenbouwkundigen niet worden aangerekend. Het is een taak van de winkeliers om ervoor te zorgen dat bezoekers zich op hun gemak voelen. Loop echter een winkel in het Stadshart binnen en de kans is groot dat je niet eens begroet wordt. En winkeliers intussen maar klagen dat klanten steeds meer online shoppen.

In het Stadshart zitten vooral winkelketens en weinig lokale ondernemers. Samenwerking wordt van bovenaf opgelegd. Het idee voor de klantenkaart, waarmee klanten korting krijgen bij deelnemende zaken, komt van de vastgoedbazen. In de verderop gelegen Dorpsstraat komt dit soort ideeën van onderaf. Daar is het normaal dat winkeliers elkaar helpen, bijvoorbeeld met spaaracties. In het Stadshart gooien sommige winkeliers hun winkel echter het liefst twee minuten voor sluitingstijd dicht, zodat ze een tram eerder naar huis kunnen nemen, vertelt Wim Blansjaar, die tien jaar voorzitter was van de winkeliersvereniging van Stadshart Zoeterméér.

Pop-up stores

De „upgrade” die de gemeente en de vastgoedbazen het Stadshart geven stelt de klanten opnieuw niet centraal. Het winkelcentrum wordt weliswaar strakker en moderner, futuristisch bijna, maar de plannen zorgen niet voor sfeer. In dat kader is het ook onduidelijk waarom de vastgoedbazen een loempiakraam die al bijna dertig jaar in het Stadshart staat, het liefst zo snel mogelijk zien vertrekken.

Het is niet dat de vastgoedbedrijven in Zoetermeer hun best niet doen. Bij het Stadshart is parkeren de eerste twee à drie uur gratis – slim, want in de dichtstbijzijnde grote winkelstad Den Haag kunnen de parkeerkosten flink oplopen. Verder organiseert het Stadshart tal van activiteiten, vooral voor ouders met jonge kinderen. Of al die bezoekers ook daadwerkelijk wat kopen is een tweede, maar er ontstaat in ieder geval reuring. Niets zo sfeerdodend als uitgestorven winkelstraten. Of leegstaande panden. Daarom reageren de vastgoedbazen op zich adequaat als een winkel failliet gaat, zoals eerder dit jaar Miss Etam en Promiss. De vastgoedbaas belde direct met de curator of hij die panden kon aankleden met promotiemateriaal voor het Stadshart. In het overdekte deel van het centrum wordt leegstand bestreden met pop-up stores. Op zich een goede oplossing, alles beter dan dichtgeplakte etalages. Maar de naam van de vorige huurder hóéft niet door de gevel te schemeren.

Weghollende klanten

Tot slot is het een potentieel probleem van het Stadshart Zoeterméér dat het zich richt op het middensegment. Want dat past het best bij de Zoetermeerders, zeggen de vastgoedbazen. Maar het is hetzelfde middensegment dat de afgelopen jaren het hardst geraakt is. Klanten van V&D, Hema, Blokker en Miss Etam holden weg. De winkelketens in het midden hebben het zwaar. Ze zijn net niks. Niet echt goedkoop, niet echt bijzonder. Dit kan afstralen op het hele winkelcentrum. Met de komst van Primark, Action en Big Bazar is Zoetermeer vervolgens opgeschoven richting het lagere segment, maar ook dat brengt risico’s mee: als klanten Primark, Action en Big Bazar massaal verkiezen boven, zeg, Esprit, Hema en Blokker, wordt de druk op die winkels alleen maar groter. En daarmee heeft het Stadshart weer een probleem.