Zo verandert technologie de bioscoop

Foto ANP

Er komen niet alleen nieuwe bioscopen bij, ook bestaande zalen worden ingrijpend verbouwd. De nieuwste technologie moet zorgen voor een unieke ervaring. Dit zijn de belangrijkste ontwikkelingen in bioscooptechniek:

1. Beter geluid

Surround sound-systeem Dolby Atmos, dat nu toegepast wordt in veel nieuwe bioscopen, plaatst geluid in een virtuele 3D-ruimte. In de zaal hangen tientallen luidsprekers rondom en boven de luisteraar. Elke speaker wordt los – ‘discreet’ – aangestuurd, tot maximaal 61 aparte kanalen en drie kanalen voor lage tonen.

De geluidstechnicus van een film kan zo audio-objecten, bijvoorbeeld een overvliegende helikopter, nauwkeurig positioneren. Atmos kan 128 objecten tegelijk plaatsen. Een woedende menigte staat dan – volgens je oren – ook echt om je heen, je hoort die auto daadwerkelijk over je heen zeilen en linksachter je te pletter slaan.

Het beste komt dat tot zijn recht in decentral listening area, ongeveer drie rijen diep en acht stoelen breed. Dáár moet je dus zitten.

2. De opmars van Dolby

Surround soundsysteem Dolby Atmos werd in Nederland voor het eerst toegepast in de JT Bioscopen in Eindhoven en Hilversum. Daar zorgde Dolby voor de inrichting en projectoren. In ruil daarvoor krijgt het bedrijf een deel van de (hogere) ticketprijs – een soort leaseconstructie. Het Amerikaanse bedrijf maakt er een ‘Dolby Cinema’ van met een aparte entree, waardoor je als bezoeker in de stemming van de film gebracht wordt. De laserprojectoren werken met het Dolby Vision-systeem.

Eigenlijk is alleen de buitenkant van de zaal nog van de bioscoopexploitant. Niet iedereen vindt dat een geslaagde constructie. CineMec in Utrecht koos er daarom voor de geluidsinstallatie zelf aan te schaffen. De eisen zijn streng, ook als je de apparatuur zelf koopt. Dolby wil de bouwtekeningen goedkeuren en de zaal mag pas open na een laatste controle en calibratie door Dolby-personeel.

3. Laserprojectoren

3D-films zijn populair in de bios. Het nadeel: doordat 3D-brilletje verliest de film veel helderheid. Laserprojectoren werpen minstens twee keer zoveel licht op het doek als traditionele Xenon-lampen en hebben een rijker kleurenspectrum dan Xenon. Zo’n laserprojector, inclusief koelers, kost snel 300.000 euro. Dat is vijf keer zo duur als een traditionele Xenon-projector. Daarbij moet je de lampen om de zeshonderd uur vervangen. Een laserlamp gaat 40.000 uur mee.

4. Alles digitaal

De cabine waar ooit een filmprojector stond te ratelen, is veranderd in een volwaardig datacenter. Alleen al het rek met audioversterkers neemt een paar meter in beslag. De laserprojector (die gekoeld wordt met enorme chillers) is aangesloten op een mediaspeler met een flinke opslagcapaciteit, want lange producties zijn bijna een terabyte (duizend gigabytes) groot.

De distributie van filmkopieën is in Nederland gedigitaliseerd. De bestanden zijn door de distributeur beveiligd met een sleutel die  het serienummer van de server/mediaspeler bevat en de tijden waarop de film mag worden afgespeeld. Er kan niet meer gesjoemeld worden met de tijdstippen – dat deden bioscopen vroeger nog wel eens om een goedlopende film vaker of in meer zalen te draaien om meer publiek te trekken.

5. Thuisbios

Kun je een thuisbioscoop creëren die de beleving van een echte filmzaal benadert? Dolby Atmos is er ook voor de huiskamer. Het signaal bevat naast de volledige 64-kanaalsmix ook een aparte mix in 5.1, 7.1 of stereo. Die kun je thuis gebruiken en naar wens uitbreiden met een set luidsprekers boven voor en boven achter. Concurrent DTS heeft surroundformaat Neo X, waarin ook een plafondluidspreker aangestuurd kan worden.

Wat beeld betreft: kijk je op een moderne tv, dan is de contrastwaarde vaak beter dan in de bioscoop. Voor 3D-films is een tv ontoereikend en heb je een beamer nodig. Veel beamers voor de thuisbioscoop kunnen ook op zogeheten 4K-resolutie weergeven: haarscherp beeld dat vooral op een groter doek goed uit de verf komt.

    • Marc Hijink