Column

Wat als België nog bij Nederland hoorde

Zaterdag komt, met een festijn op de Amstel in Amsterdam, twee jaar feestvieren tot een eind. De herdenking van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden begon al in 2013, met het naspelen van de landing van de latere koning Willem I op het Scheveningse strand. En tot besluit is er dan de manifestatie Eenheid in verscheidenheid, in tegenwoordigheid van de huidige koning, en met uitsluitend Nederlandse artiesten. Heel merkwaardig.

Want wat, deze week 200 jaar geleden, tot stand kwam, was het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarvan ook het huidige België deel uitmaakte. Omdat ‘het muitend Belgenrot’ (uitdrukking uit de tijd) in 1830 in opstand kwam en zich afscheidde, schijnt dat zaterdag niet meer herdacht te hoeven worden. Gevierd wordt slechts de rompstaat Nederland die bij het verdrag van 1839 ontstond, toen de wrokkige Willem I zich eindelijk bij de feiten had neergelegd.

Nee, de ware herdenking van 21 september 1815, de dag waarop Willem I aantrad als koning van zijn Verenigd Koninkrijk en dit feit in hoofdstad Brussel grootscheeps werd gevierd, vond gisteravond plaats, voor 150 mensen, in Haarlem. Onder de titel Een gemiste kans? had het Brusselse Vlaams-Nederlandse Huis deBuren een avond belegd over de vraag wat er gebeurd zou zijn als Nederland en België bij elkaar waren gebleven.

De Vlaming Luc Devoldere, hoofdredacteur van het Belgisch-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel, hield de feestrede: met name de stad Haarlem, in de zeventiende eeuw tehuis voor talloze Vlaamse migranten, zou in een Verenigd Koninkrijk een gouden tijd hebben beleefd, meende hij.

Er was een enigszins vage podiumdiscussie, waaruit bleek dat voor een Vlaming het te Haarlem gesproken Nederlands het summum is. Godfried Bomans zou in een Verenigd Koninkrijk zonder twijfel die grote roman van Europees gehalte hebben geschreven waartoe hij, als humoristisch schnabbelaar in romp-Nederland, nooit gekomen is – meenden de aanwezigen. Zanger Lucky Fonz III zong een feestlied.

Het was een genoeglijke avond, waarbij de Vlaamse sprekers beleefd alle hete hangijzers en stenen des aanstoots die in 1830 tot de opstand hadden geleid, uit de weg gingen. Alleen had het Nederlands als cultuurtaal natuurlijk veel sterker gestaan in het Verenigd Koninkrijk dan in het latere onafhankelijke België. Terecht merkte een bezoeker tijdens de podiumdiscussie dan ook op dat hier onder ‘gemiste kans’ niet zozeer Nederland-België, maar eerder Nederland-Vlaanderen werd verstaan.

En dan nog: er is in Vlaanderen of Nederland nauwelijks een verstandig mens te vinden, die ‘de fout’ uit 1830 ongedaan zou willen maken. De Belgen waren blij van die Hollanders af te zijn, wat Belgische orangisten daargelaten. En ondanks wapengekletter overheerste in romp-Nederland eveneens al vlug de opluchting: in België woonden bijvoorbeeld wel erg veel katholieken. Maar dat alles lijkt me nog geen reden om 1815 niet te herdenken voor wat het was.