Ook de bios wordt steeds beter

We gaan steeds vaker naar de bioscoop. Daarom worden nieuwe bioscopen gebouwd en bestaande zalen ingrijpend verbouwd met de nieuwste tech.

Foto Thinkstock

Utrecht stond lange tijd bekend om zijn ouderwetse, benauwde bioscopen. Maar in de stad waar morgen het Nederlands Film Festival van start gaat, verandert dat nu snel: vrijdag werd bioscoop De Sterrenkijker geopend (1.800 stoelen) en volgend jaar opent een megabioscoop met 3.300 stoelen naast het Centraal Station. En er zijn plannen voor De Kade, een toekomstig arthousecomplex met bijna 800 stoelen. In één klap verdrievoudigt zo het aantal bioscoopstoelen.

Overal in Nederland worden ineens nieuwe bioscopen gebouwd. Multiplexen met acht tot zestien zalen openen de deuren of staan in de steigers. Amsterdam, Eindhoven, Hoorn en Hilversum hebben gloednieuwe complexen. Breda, Dordrecht, Maastricht en Arnhem volgen straks.

Want hoewel je tegenwoordig elke denkbare film aan huis gestreamd krijgt, groeit in ons land het bioscoopbezoek. Het aantal verkochte bioscoopkaartjes nam in tien jaar ruwweg met eenderde toe tot 30,8 miljoen tickets, de opbrengst uit kaartverkoop verdubbelde tot 250 miljoen euro. Was de gemiddelde Nederlander begin deze eeuw nog een notoire thuisblijver met nauwelijks één bioscoopbezoek per jaar, inmiddels naderen we met ruim 1,8 maal per inwoner per jaar de omringende landen: België 1,9 maal, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk 2,5, Frankrijk 3,5.

Niet alleen het aantal bioscopen neemt toe, ook de techniek in de bioscoopzaal wordt steeds geavanceerder.

Dit zijn de belangrijkste ontwikkelingen.

1 De beste plek is niet helemaal achterin

Wat is de beste plek in de bioscoop? „Veel mensen gaan graag achterin in een bioscoop zitten, maar de beste plek is op tweederde van het scherm”, zegt Frank Theunissen van Dcinex. Hij kan het weten. Theunissen plaatst met zijn collega’s aan de lopende band nieuwe bioscoopinstallaties. Dolby Atmos-systemen zijn in opmars: een surroundtechnologie die de bestaande geluidservaring in de bioscoop moet laten verbleken. Het beste komt dat tot zijn recht in de central listening area, in CineMec Utrecht is dat gebied vijftien rijen diep en tot vier stoelen van de rand.

2 Het geluid: tientallen luidsprekers om je heen

De evolutie van bioscoopgeluid in een notendop: het begon bij mono (één geluidsbron achter het doek), toen stereo, 3.0, 4.0, 4.1, 5.1 en 7.1 surround (met gescheiden linker- en rechterkanalen in het midden en achterin). Daarna kwamen er hoogtekanalen bij en een voice of god-luidspreker, in het plafond.

Surround-soundsysteem Dolby Atmos, dat nu toegepast wordt in veel nieuwe bioscopen, plaatst geluid in een virtuele 3D-ruimte. In de zaal hangen tientallen luidsprekers rondom en boven de luisteraar. Elke speaker wordt los – ‘discreet’ – aangestuurd, tot maximaal 61 aparte kanalen en drie kanalen voor zeer lage tonen.

De geluidstechnicus van een film kan zo audio-objecten, bijvoorbeeld een overvliegende helikopter, nauwkeurig positioneren. Atmos kan 128 objecten tegelijk plaatsen. Een woedende menigte staat dan – volgens je oren – ook echt om je heen, je hoort die auto daadwerkelijk over je heen zeilen en links achter je te pletter slaan. Immersive audio is de term: alsof je wordt ondergedompeld.

3 De opmars van surround-soundsysteem Dolby

Surround-soundsysteem Dolby Atmos werd in Nederland voor het eerst toegepast in de JT Bioscopen in Eindhoven en Hilversum. Daar zorgde Dolby voor de inrichting en projectoren. In ruil daarvoor krijgt het bedrijf een deel van de (hogere) ticketprijs – een soort leaseconstructie. Het Amerikaanse bedrijf maakt er een ‘Dolby Cinema’ van met een aparte entree, waardoor je als bezoeker in de stemming van de film gebracht wordt. De laserprojectoren (zie hiernaast) werken met het Dolby Vision-systeem.

Eigenlijk is alleen de buitenkant van de zaal nog van de bioscoopexploitant. Niet iedereen vindt dat een geslaagde constructie. CineMec in Utrecht koos er daarom voor de geluidsinstallatie (een decoder en meer dan dertig versterkers) zelf aan te schaffen. De eisen zijn streng, ook als je de apparatuur zelf koopt. Dolby wil de bouwtekeningen goedkeuren en de zaal mag pas open na een laatste controle en calibratie door Dolby- personeel. Er zijn ook alternatieven voor Dolby, zoals Auro 3D (12.1 en 13.1 geluid) en DTS.

4 Meer licht bij 3D door laserprojectoren

3D-films zijn populair in de bios. Het nadeel: door dat 3D-brilletje verliest de film veel helderheid. Laserprojectoren werpen minstens twee keer zoveel licht op het doek als traditionele Xenon- lampen (50.000 ansilumen) en hebben een rijker kleurenspectrum dan Xenon. Door de hoge lichtopbrengst kun je op groot scherm met één laserprojector werken. Zo’n laserprojector, inclusief koelers, kost snel 300.000 euro. Dat is vijf keer zo duur als een traditionele Xenon- projector. Daarbij moet je de lampen om de zeshonderd uur vervangen. Een laserlamp gaat 40.000 uur mee.

In grote zalen staan 4K-projectoren (4.096 x 2.160 pixels). Verbetering van de beeldkwaliteit zit ’m niet in hogere resolutie maar in hogere contrastwaardes. Het menselijk oog ziet veel meer verschillen tussen licht en donker dan de huidige bioscooptechnologie aankan. HDR (high dynamic range) moet dat verbeteren. Eén probleem: door de hele productieketen, van camera tot projector, moet dezelfde HDR-technologie gebruikt worden.

5 De bios als datacenter: alles gaat volledig digitaal

De cabine waar ooit een filmprojector stond te ratelen, is veranderd in een volwaardig datacenter. Alleen al het rek met audioversterkers neemt een paar meter in beslag. De laserprojector (die gekoeld wordt met enorme chillers) is aangesloten op een mediaspeler met een flinke opslagcapacteit. Een lange productie als The Hobbit – Battle of Five Armies in 3D, high frame rate en Dolby Atmos, is bijna een terabyte (duizend gigabytes) groot.

De distributie van filmkopieën is in Nederland gedigitaliseerd. De bestande n zijn beveiligd met een sleutel die door de distributeur wordt verstrekt aan de exploitant. Deze sleutel bevat het serienummer van de server/mediaspeler en de tijden waarop de film mag worden afgespeeld. Er kan niet meer gesjoemeld worden met de tijdstippen – dat deden bioscopen vroeger nog weleens om een goedlopende film vaker of in meer zalen te draaien om meer publiek te trekken. De distributeur eist ook dat minder populaire films vertoond worden en kan controleren of dat ook echt gebeurt.

6 In de huiskamer: meer speakers en meer pixels

Kun je een thuisbioscoop creëren die de beleving van een echte filmzaal benadert? Dolby Atmos is er ook voor de huiskamer. Het signaal bevat naast de volledige 64-kanaalsmix ook een aparte mix in 5.1, 7.1 of stereo. Die kun je thuis gebruiken en naar wens uitbreiden met een set luidsprekers boven voor (links en rechts) en boven achter (links en rechts). Concurrent DTS heeft surroundformaat Neo X, waarin ook een plafondluidspreker aangestuurd kan worden.

Wat beeld betreft: kijk je op een moderne tv, dan is de contrastwaarde vaak beter dan in de bioscoop. Voor 3D-films is een tv ontoereikend en heb je een beamer nodig. Veel beamers voor de thuisbioscoop kunnen ook op zogeheten 4K-resolutie weergeven: haarscherp beeld dat vooral op een groter doek goed uit de verf komt. Klein detail: 4K-beeld in cinemascope is 4.096 x 2.160 pixels (de meeste films worden in 3.996 x 2.160 geprojecteerd) Bij 4K voor de thuismarkt is de resolutie 3.840 x 2.160 pixels. Het beeld is dus een fractie smaller.