Onverschilligheid (thuis) tegenAutoriteit (uit):1-0

De KNVB hoopt met het afschaffen van de scheidsrechters bij de F’jes, het spelplezier te verhogen. Filosoof Coen Simon legt uit wat er echter verloren gaat als de autoriteit uit het spel verdwijnt.

Illustratie Anne van Wieren Illustratie Anne van Wieren

Voor de verjaardagspartijtjes van onze kinderen bedenk ik altijd een korte poppenkastvoorstelling. Het verbaast me hoe aandachtig er tijdens zo’n kleine voorstelling wordt meegeleefd door de kinderen die even daarvoor nog gillend en rennend door het huis gingen. Hoe simpel het verhaaltje ook is, de jeugd 2.0 die gewend is aan flatscreen, de wii en surround sound, kan blijkbaar ook worden aangesproken door wat handgemaakte poppen, een wandje met gordijntjes en een analoog verteld verhaal zonder special effects.

Dat verbaast des te meer als je het afzet tegen de veel populairdere invulling van een kinderfeestje: een veilig afgesloten ruimte (gymzaal of binnenspeeltuin), stimulerende middelen (snoep, frisdrank en friet) en ze verder lekker hun gang laten gaan (‘want daar gaat het toch om’). Deze vorm van amusement veronderstelt een specifieke opvatting van vrijheid, waarbij regels en autoriteit een zo klein mogelijke rol spelen. Vrijheid betekent dan: vrij zijn van restricties. Het is pas leuk als niets moet, alles mag.

Iets van het speelplezier redden

Het is niemand ontgaan dat de jeugdvoetbalcompetitie allang geen kinderfeestje meer is, met de doorgeslagen bemoeienis van ouders langs de zijlijn, niet zelden uitmondend in gevloek, gedreig en geweld tegen de scheidsrechter. Het was dan ook noodzaak voor de KNVB met maatregelen te komen om nog iets van het spelplezier te redden. Maar gevreesd moet worden dat het experiment dat de voetbalbond met ingang van de nieuwe competitie net is begonnen onder de jongste jeugd in district Zuid II (Limburg en een deel van Noord-Brabant) de jeugd vooral traint in ongedisciplineerdheid. Want in de nieuwe competitievorm worden ouders en coaches op afstand gehouden (ten minste twintig meter van het veld) en bovenal is de scheidsrechter afgeschaft.

De kinderen moeten ‘het vrije voetbalspel weer terugkrijgen’, zegt de KNVB. Dat klinkt mooi, en dat is ook mooi volgens sportpsycholoog Vana Hutter van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die tegenover de NOS positief reageerde op de nieuwe opzet: „Onderzoek laat zien dat veronderstelde onrechtvaardigheid van de kant van de scheidsrechter en de coach de grootste bron van ergernis voor ouders vormt. Haal je de scheidsrechter weg en maak je de rol van de coach kleiner, dan is er dus al veel gewonnen.”

Dat we daar niet eerder opkwamen. Het probleem: de scheidsrechter is mikpunt van gevloek en geweld. De oplossing: we halen de scheidsrechter gewoon weg. Hebben we daarmee iets gewonnen? Wat we verliezen als ouders dichter bij de kantine dan bij het veld staan, daar kom ik zo op. Nu eerst wat er verloren gaat als de autoriteit uit het spel verdwijnt.

Betrokken publiek zorgt voor eigenwaarde

De Vlaamse klinisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe beschrijft in zijn net verschenen boek Autoriteit een historische ontwikkeling in de westerse beschaving waarbij autoriteit steeds minder vanzelfsprekend wordt en steeds vaker verward wordt met macht.

Autoriteit, meent Verhaeghe, berust niet alleen op een gezagsdrager en een gehoorzamende partij, maar vooral op een „externe grond waar de deelnemende partijen in geloven en zich dus vrijwillig aan onderwerpen”. Zonder die laatste voorwaarde is er geen sprake van autoriteit, maar van macht. Het gezag van macht daarentegen laat zich alleen afdwingen door geweld of uitgesteld geweld.„Wie autoriteit draagt”, aldus Verhaeghe, „mag dat doen omdat hij zeggenschap toegeschreven krijgt vanuit de meerderheid. Als die persoon of instelling dat dragen niet naar behoren uitvoert, wordt de autoriteit van hem weggenomen en aan een ander verleend.”

Maar wat zien we bij de voetballende F’jes? Voor de weggenomen autoriteit komt geen ander in de plaats. Zonder scheidsrechter – dat kan bij straatvoetbal, zonder competitie, zonder club en clubtenue. Maar bij clubvoetbal speelt autoriteit, die „externe grond waar de deelnemende partijen in geloven en zich dus vrijwillig aan onderwerpen”, een belangrijke bindende en bovendien disciplinerende rol.

En met het op afstand houden van de ouders en coaches gaat een ander leerzaam element van clubsport verloren. Een betrokken publiek geeft de sportende pupil namelijk het gevoel dat hij gezien wordt. Een gevoel met een dubbel pedagogisch effect: je raakt ervan doordrongen dat je er ook voor anderen toe doet én je leert dat je je niet alleen voor de scheids (de handhaver van de wet) dient te gedragen, maar ook voor de wereld buiten het veld. Kortom, een publiek kan in het beste geval bijdragen aan de eigenwaarde en de verantwoordelijkheid van de jonge voetballer.

Autoriteit leidt tot zelfdiscipline

Maar dan moet dat publiek zich natuurlijk wel gedragen. En dat was het probleem: betrokkenheid werd bemoeizucht. Maar de oorzaak daarvan ligt niet bij de ouders. De arbitrage, de coaches en de spelers op het veld zijn hun ‘autoriteit’ kwijtgeraakt door de voetbalanalist en de sportcommentator op de televisie. Zij bepalen na het zien van ingezoomde herhalingen van elke beslissing of het een terechte is geweest. Een blik die de scheidsrechter nooit kan hebben. Zo gebeurt het dat voetbal niet meer op gras, maar op een scherm wordt gespeeld. Aan de zijlijn horen we geen voetballiefhebbers, maar Studio Voetbal-kijkers. Terwijl een spel ons juist zo mooi zou kunnen leren dat leven zich alleen in de praktijk afspeelt en nooit in theorie.

De verschuiving van het gezag heeft de vrijwillig gedeelde grond onder het spelletje vandaan getrokken. Een ontwikkeling die sterk lijkt op de gezagsverschuiving in het onderwijs, de zorg en andere publieke diensten, waar de docent en de verpleging (voorheen dé autoriteiten op hun gebied) hun eigen inzicht en ervaring hebben moeten inruilen voor protocollen, audits en toetsen van economisch analisten.

Wat we jong zouden kunnen leren van een potje voetbal mét scheids is juist dat spel en samenspel alleen mogelijk wordt omdat we instemmen met een gedeelde praktijk. Het is geen training in slaafs volgen, maar je leert (zeker als je pupillen naast voetballen ook leert fluiten) dat elke praktijk staat of valt met samenspel. De scheidsrechter is niet de baas, maar symboliseert het geloof in de gemeenschappelijk regels. Kunnen instemmen met autoriteit is het begin van zelfdiscipline. En spelen met dezelfde regels onder het belangstellende oog van een publiek is het begin van maatschappelijke betrokkenheid.

    • Coen Simon