Vrouwen krijgen minder beurzen

Vrouwen krijgen minder vaak een zogeheten Veni-beurs (voor pas gepromoveerde onderzoekers) van wetenschapsfinancier NWO dan mannen. Van de Veni-aanvragen van mannen wordt 17,7 procent gehonoreerd, tegenover 14,9 procent van de aanvragen van vrouwen.

Dat blijkt uit onderzoek dat sociaal psychologen Romy van der Lee (Universiteit Leiden) en Naomi Ellemers (Universiteit Utrecht) hebben uitgevoerd in opdracht van NWO, die streeft naar gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Ze keken naar Veni-aanvragen van 2.823 onderzoekers in 2010-2012. Vooral bij geneeskunde en bij aard- en levenswetenschappen, gebieden waar al relatief veel vrouwen werken, was het verschil groot. „Dan hebben mensen het idee dat ze er niet meer op hoeven te letten”, zegt Van der Lee. Het onderzoek wordt deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS .

De onderzoekers lieten zien dat bij elke stap in het beoordelingsproces van de Veni-beurzen (voorselectie, interviewronde, honorering) relatief meer mannen en minder vrouwen overbleven. Uiteindelijk ging 37,9 procent van de toekenningen naar vrouwen, terwijl 42,1 procent van de aanvragers vrouw was. Opvallend is dat de beoordelaars de voorstellen van mannen en vrouwen even goed vonden, en ook hun kennisbenutting, maar ze vonden de mannelijke onderzoekers beter dan de vrouwelijke, terwijl Van der Lee en Ellemers het onwaarschijnlijk achten dat de mannen echt systematisch beter waren. De seksesamenstelling van de beoordelingscommissie deed er niet toe.

    • Ellen de Bruin