Met zachte trom op weg naar het einde

Festival Musica Sacra brengt in breed aanbod aan concerten en voorstellingen allang veel meer dan alleen religieuze muziek

Bezoekers maakten gistermiddag een muzikale voettocht door Maastricht in het kader van het festival Musica Sacra Foto Chris Keulen

Op het Maastrichtse Vrijthof, vroeger een kerkhof, staat een labyrint van doorzichtig plastic. Het is tijdens het festival Musica Sacra een illustratie van het thema ‘De Weg’. Het labyrint symboliseert de kronkelende levensweg, zegt ontwerper Jef Bogman: niet weten hoe je moet gaan, waar je uitkomt. Het thema is van alle tijden: de tocht naar het beloofde land, pelgrimages naar heilige plaatsen, de brede weg die leidt naar de hel, het smalle pad waarlangs je de hemel bereikt. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ zegt het bijbelwoord. Het festivalthema is ook erg actueel. Tijdens de officiële opening stond het publiek in het Theater aan het Vrijthof in stilte stil bij het lot van de vluchtelingen, onderweg naar een onzekere toekomst.

De programmering rond het thema is vaak verrassend ingevuld. In de volle Sint Servaasbasiliek speelden de violisten van het Zwitserse Duo Dialodia Hay que caminar’ sonando (1989) van Luigi Nono. Los van elkaar, maar door de tedere, ijle en vastberaden muziek via een ‘klankbrug’ met elkaar verbonden, zochten ze een weg door de ruimte en de stilte.

De muziektheatervoorstelling Mappamondo (2003-04) van Richard Rijnvos bij het Ives Ensemble, was een monument voor de Venetiaanse monnik fra Mauro. Rond 1450 tekende hij een wereldkaart in een kloostercel op het eiland San Michele op basis van verhalen van reizigers. Stilte en spaarzame noten zijn de basis van het stuk, eindigend met de komst van de Venetiaan Luigi Nono, die daar, net als Igor Stravinsky, begraven ligt. Nono spreekt opnieuw in klanken zijn credo: ‘De weg ontstaat tijdens het gaan.’

Stilte beheerst ook Quaderno di strada (2003) van Salvatore Sciarrino met teksten die hij onderweg tegenkwam, zoals van Bertolt Brecht: ‘Waarheen gingen de metselaars, toen de Grote Muur af was?’ De bariton Thomas Bauer droeg ze voor bij het Gentse ensemble Spectra. Soms per letter of lettergreep, vaak begeleid door stilte, beter gezegd: onhoorbare muziek of door flarden en vlagen van een hese fluit.

Bijzonder was Harzreise im Winter (2012) van Wolfgang Rihm, gezongen door de lyrische bariton Tobias Berndt. Het is de eerste complete toonzetting van Goethes gedicht, dat we vooral kennen door de drie strofen in de Altrapsodie van Brahms. De Wanderer-Fantasie (1822) van Schubert en Op een overwoekerd pad (1908) van Leos Janácek werden beide door Bobby Mitchell tijdens een perfect recital gespeeld op een kopie van een fortepiano van Graf uit 1824. Mild, lieflijk en transcendentaal klonken Janáceks herinneringen aan zijn jonggestorven dochter. De onstuitbare onrust in Schubert paste bij de soms weerbarstige toetsen en lang resonerende noten.

Het vocale ensemble Ordo Virtutum vatte het thema musicologisch op in een concert in de kapel van de Zusters onder de bogen: wegen naar meerstemmigheid rond het jaar 1000. Hier klonk muziek die de gelovige voorgaat, en naar de hemel voert. In de romaanse O.L. Vrouwekerk bracht Concerto Romano 17-de-eeuwse Romeinse oratoria over bijbelse reisverhalen: plechtig, sfeervol en levendig.

Wat tegenviel was het concert van de Philharmonie Zuidnederland met een te gemakkelijke of juist te gezochte programmering rond het thema. Verder bleek het zeer gevarieerde programma van Musica Sacra juist degelijk en vaak avontuurlijk. Het onderscheidt zich steeds meer van de vele meer gespecialiseerde festivals, en de prachtige locaties liggen dicht bij elkaar in de zeer aantrekkelijke stad Maastricht. Het uitvoeringsniveau van de concerten was buitengewoon hoog en daarmee was Musica Sacra dit jaar kwalitatief én esthetisch een groot succes.

Zondagochtend liepen festivalgangers achter een barokke lijkkoets onder omfloerst tromgeroffel van het Vrijthof naar het kerkhof aan de Tongerseweg: „Enkele reis naar het paradijs”, een bezinning op de levensweg.

Onderweg, op vijf ‘staties’, las Paul Hermans gedichten uit zijn bundel Hartschelp en klonk muziek van Maastrichtse componisten. Op het kerkhof werd het bij begrafenissen gebruikelijke In Paradisum gezongen. Deze keer kon men uit dit paradijs met de bus retour naar het Vrijthof.

    • Kasper Jansen