Ligt daar een tas? Raak dan in paniek

Een hele pier werd maandag ontruimd op Schiphol. Het was loos alarm. Is de samenleving overspannen?

Een medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst op Rotterdam CS gisteren. Foto ANP/ Bas Czerwinski

Het was in april, de eerste mooie lentedag van dit jaar. De terrassen in Oisterwijk zaten stampvol toen een man met een groen jack en een ‘onverzorgd uiterlijk’ kwam langsfietsen. Hij liet een linnen tas van zijn bagagedrager vallen, precies voor Brasserie De Swaen, het bijna-sterrenrestaurant van Frans Knaapen. Die had zijn loungemeubilair vastgemaakt met ijzeren kabels, waardoor je kón denken dat het elektriciteitskabels waren die uit de tas staken.

Hoe dan ook, even later, Frans Knaapen serveerde net zijn bisque, stond de Explosieven Opruimingsdienst op zijn terras, begeleid door de politie. Alle terrassen moesten ontruimd, zeiden ze. Het wagentje met de robotarm was al onderweg. „Er zat zeker vijfhonderd man, op een mooie middag met rosé hè”, zegt Knaapen. „Kun je nagaan wat voor omzet dat heeft gekost.”

Een overzichtje van wat de afgelopen tijd allemaal vals alarm bleek:

Kwalijker vindt hij dat de man en vrouw die de tas zagen vallen, zo overtrokken reageerden. Knaapen: „Ze hebben de tas naast zich neergelegd en zelfs nog een ice tea besteld zonder er iets over te zeggen! Toen ze het daarna niet vertrouwden belden ze in paniek 112. Waarom riepen ze mij niet eerst? Ik heb zo vaak verloren tassen hier. Ik had die tas gewoon opgepakt en in onze wijnkelder gelegd. Mocht-ie dan echt ontploffen, dan viel de schade wel mee.”

Hoe vaak blijken zulke incidenten loos alarm? Het ‘vuurwapen’ dat maandag tot ontruiming van de M-pier op Schiphol leidde, bleek een telefoonhoesje met de afbeelding van een pistool. De man die vrijdag het treinverkeer rond station Rotterdam Centraal platlegde door zich in het toilet van de Thalys te verschansen, bleek een 16-jarige zwartrijder zonder terroristisch motief. Ook gisteren werden in Rotterdam enkele perrons afgezet, wegens een pakketje dat later ongevaarlijk bleek. In januari werd Leiden Centraal ontruimd omdat iemand een pakketje had bevestigd aan een lantaarnpaal. Een reclamejongen, bleek later, aan het werk voor een commercial.

Overdreven? Achteraf wordt er vaak om gelachen. „Een zenuwlachje” zou criminoloog Hans Boutellier, auteur van De Veiligheidsutopie, het willen noemen. „Zeker, er heerst wel een gevoel dat veiligheidsmaatregelen wat overdreven zijn. Anderzijds is terrorisme zoiets oncontroleerbaars dat de spanning hoog kan oplopen. Juist in een gespannen maatschappij lachen mensen incidenten hard weg als ze loos alarm blijken.”

De focus op veiligheid groeide na de sterke criminaliteitsstijging tussen de jaren zestig en negentig. Na 9/11 werd het erger. Inmiddels is het dreigingsniveau dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) hanteert vanwege het jihadisme sinds maart 2013 ‘substantieel’ – niveau 3 op een schaal van 4. „Daar hoort verscherpt toezicht in de openbare ruimte bij”, zegt een woordvoerder van de NCTV. Of meer ‘ogen’ vervolgens ook leiden tot meer ‘verdachte’ omstandigheden, en dus meer ‘loos alarm’, kan hij niet zeggen. „We turven niet.”

Het dreigingsniveau door de jaren heen:

Er zijn nu eenmaal ‘echte’ incidenten, zegt Boutellier, en die zijn structureel. Dat de overheid om die reden de openbare ruimte zo sterk controleert vindt de burger alleen maar prettig. „Het verkleint de kans dat hij zelf slachtoffer wordt.” Bovendien is in onbegrensde samenlevingen, zoals de westers, altijd óók een sterke hang naar disciplinering. „Keerzijde is dat controle bijdraagt aan een algemeen gevoel van onbehagen in de wereld.”

Voor Frans Knaapen uit Oisterwijk had die hele „poppenkast” op zijn terras niet gehoeven. De man op de fiets is nooit meer gevonden en wat in de tas zat heeft Knaapen niet mogen weten. „Volgens de burgemeester was ontruiming vanwege de inhoud gerechtvaardigd. Natuurlijk, dat zou ik ook zeggen. Anders was alle paniek om niets.”

Bij het afrekenen had Knaapen de man en vrouw die 112 hadden gebeld, nog wel de waarheid verteld. „Ik zei: waar zijn jullie nu helemaal mee bezig? Hoe haal je het in je hoofd hiervoor zomaar het alarmnummer te bellen?”

Later heeft de man nog zijn excuses aangeboden. Zijn schuld was het niet, zei hij. Zijn vrouw was in paniek en had de hulpdiensten gebeld. „Tja, dan denk ik: tjóngejonge.”

    • Freek Schravesande