Hof: gat in wet over kroongetuige

Raadsheren kunnen niet beslissen over toelaatbaarheid financiële afspraken in liquidatieproces.

Het gerechtshof in Amsterdam kan omstreden financiële afspraken met twee kroongetuigen in het grote liquidatieproces Passage niet toetsen. Deze afspraken hadden volgens het Openbaar Ministerie betrekking op de beveiliging van de getuigen. Het hof stelde gisteren in een tussenbeslissing over de kroongetuigenproblematiek dat er in de wet geen „toetsingskader” is en ook dat „maatstaven voor beoordeling” van financiële afspraken ontbreken.

Het is opmerkelijk dat een hoger rechtscollege deze kritiek uit maar het is nog niet te zeggen of het gevolgen heeft voor de beoordeling van de vraag of de verklaringen van de kroongetuigen als bewijs worden toegelaten. Het OM staat op het standpunt dat de gemaakte afspraken gezien de bestaande wetgeving zijn toegestaan. De advocaten van de verdachten bestrijden dat. Over dit twistpunt zal het hof bij de uiteindelijke uitspraak pas een oordeel vellen.

Bij de eindbeslissing zal ook pas blijken hoe het hof oordeelt over de betrouwbaarheid van de twee kroongetuigen zelf en de bruikbaarheid van hun verklaringen voor het bewijs. In eerste aanleg veroordeelde de rechtbank drie verdachten tot levenslang voor het organiseren en plegen van liquidaties. Gezien dat oordeel zijn de belangen in deze zaak groot.

Juridische discussies

Het sluiten van deals met criminelen in ruil voor getuigenverklaringen zorgt al zeker twee decennia voor juridische discussie. Eind jaren negentig maakte de Tweede Kamer het gebruik van kroongetuigen mogelijk. Advocaten twijfelen vaak aan de betrouwbaarheid van deze getuigen én aan de rechtmatigheid van de tegenprestaties die het OM belooft. Dat nu het hof stelt dat de wet lacunes vertoont om afspraken goed te kunnen toetsen, zou de discussie over deze wet kunnen aanwakkeren.

In het onderzoek naar onderwereldmoorden maakt justitie gebruik van twee kroongetuigen: Peter la S. en Fred Ros. Beide getuigen hebben verklaringen afgelegd in de zogeheten Passagezaak. Daarin staat een aantal kopstukken uit de Amsterdamse onderwereld terecht voor liquidaties. Ze spelen ook een belangrijke rol in de strafzaak tegen Willem Holleeder.

De twee kroongetuigen kregen een bijzondere status nadat zij belastende verklaringen hadden afgelegd over een aantal verdachten en hebben erkend zelf bij liquidaties betrokken te zijn geweest. In ruil voor hun verklaring krijgen de zij strafvermindering. Daarnaast zijn financiële afspraken gemaakt. Zij krijgen een lening voor het opbouwen van een nieuw bestaan en geld voor het regelen van beveiliging. Dat laatste is uniek. Normaal gesproken komen dergelijke getuigen in een speciaal getuigenbeschermingsprogramma en draagt de staat daarvoor de kosten.

Advocaten hadden het hof verzocht nader onderzoek te doen naar deze afspraken. Zij vermoeden dat de kroongetuigen financieel worden beloond voor het afleggen van hun verklaring en dat is volgens de wet verboden. In het geval van Peter la S. zijn er serieuze aanwijzingen dat hij een bedrag van ongeveer 1,4 miljoen heeft ontvangen van de Nederlandse staat. Zo’n hoog bedrag suggereert volgens de advocaten dat sprake is van het kopen van een getuigenis. Zij wilden onderzoek naar de precieze afspraken en voorwaarden.

Het hof wees dat verzoek gisteren af. Daarbij overwoog het dat afspraken over de beveiliging van kroongetuigen en bedreigde getuigen door hun aard nooit openbaar kunnen worden gemaakt. Over dreiging kan immers om begrijpelijke redenen nooit worden gesproken.

Er is volgens het hof dus altijd sprake van een „gefragmenteerd beeld” van de bedreiging en de beveiliging die nodig is: „We kunnen nooit van alle overwegingen kennisnemen.” Ook ontbreekt volgens het hof een juridisch kader voor de beoordeling van die afspraken. Daarom zal de zaak vrijwel zeker aan de Hoge Raad worden voorgelegd, die dan een finaal oordeel moet vellen over de financiële afspraken.

    • Jan Meeus